Jezus is de Zoon des mensen

Inleiding

Wanneer Jezus in de beschrijvende vorm iets over Zichzelf zegt in de vier evangeliën, noemt Hij Zich veelal de Zoon des mensen. Deze naam houdt voor Hem iets bijzonders in. Met het noemen van deze naam wil Hij Zichzelf aan een ieder die Hem lief­heeft, openba­ren.

Om Jezus ten volle te leren kennen is het van belang ook aan deze naam aandacht te besteden en de inhoud en waarde ervan in ons op te nemen. In onze studie over de namen van Jezus gaan we daarom nu op deze naam in.

Oude Testament

De term 'zoon des mensen' is ontleend aan een oudtestamentisch begrip. De Hebreeuwse benaming luidt: benadam. 'Ben' betekent zoon; 'adam' staat voor mens. De uitdruk­king 'ben adam' komt in de grondtekst van het Oude Testament ruim 100 maal voor. In de verschil­lende Nederlandse bijbel­verta­lingen staat op die plaatsen: zoon des mensen, mensenzoon, kind des mensen, mensenkind, of mens. De Engelse bijbel spreekt van 'son of man'. De meer­vouds­vorm komt ook voor; de vertaling luidt dan: kinderen der mensen, mensenkin­deren, of mensen.

Betekenis

De term 'ben adam' duidt de mens aan, in zijn wezen als mens: een schepsel van God dat zich naar zijn aard en positie onder­scheidt van de andere schepse­len zoals engelen en dieren. In Psalm 8:5-8 staat: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind (ben adam - SV: zoon des mensen), dat Gij naar hem omziet? Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijk­heid en luister gekroond. Gij doet hem heersen over de werken uwer handen, alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd: schapen en runderen altega­der en ook de dieren des velds, de vogelen des hemels en de vissen der zee, hetgeen de paden der zeeën doorkruist... De profeet Ezechiël wordt vele malen met deze naam aangespro­ken, zowel door engelen als door God: Mensenkind (KJV: sonof man), sta op uw voeten, opdat Ik met u spreke (2:1).

De mens

De uitdrukking 'ben adam' wordt ook gebruikt om de mens als geschapen wezen te onderscheiden van zijn Schepper. Ook hiervan geven we twee voorbeelden: Toen daalde de Here neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen (Wb: mensen) bouwden, te bezien (Gen.11:5). In Numeri 23:19 staat: God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensen­kind (KJV: sonof man) dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?

De benaming 'ben adam' duidt dus op de mens in het algemeen: op het unieke van zijn aard en wezen en het specifieke van zijn plaats en positie temidden van de andere schepselen. Personen die met deze naam worden aangespro­ken zijn geen engelen, dieren of goden, maar mensen!

Speciaal mens

In Daniël 7 wordt deze naam gebruikt voor een heel speciaal mens: Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensen­zoon (KJV: Son of man); hij begaf zich tot de Oude van dagen en men leidde hem voor deze en hem werd heer­schappij gegeven en eer en koninklijke macht, en alle volken, natiën en talen dienden hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heer­schappij, die niet zal vergaan, en zijn koningschap is één, dat onver­derfelijk is (vs.13,14).

Met de 'mensenzoon' of 'zoon des mensen' wordt in dit gedeelte iemand bedoeld die een zeer bijzondere plaats krijgt van God. Deze naam klinkt hier als een eretitel voor hem die de heer­schappij over de gehele wereld in handen krijgt. Deze heer­schap­pij onder­scheidt zich van alle heerschappijen en wereldrij­ken daarvoor; die worden namelijk met dieren aangegeven (vs.1-8). De vier dieren die Daniël visionair waarneemt, representeren andersoor­tige konink­rijken; zij duiden op wereldrijken van een geheel andere aard. Bovendien blijken deze heerschappijen slechts gedurende een bepaalde tijd te kunnen bestaan.

De mens

Het gaat in deze profetie over iemand die zich als 'heerser' - juist in zijn wezen - onder­scheidt van alle 'wereld­beheersers' voor hem. Het is een mens in plaats van een gevallen engel. Het gaat over de mens in plaats van de wereldbeheersers der duisternis.

De zoon des mensen is hier de mens, de ware vertegenwoordi­ger van de mensheid. Hij stelt orde op zaken in hemel en op aarde. Hij oefent gericht over alles wat hem is voorgegaan en krijgt uit Gods hand de eeuwigduren­de heerschappij over de gehele schepping in handen. Hij brengt het plan van God met mensen - de logos - geheel ten uitvoer.

De verlosser

Op grond van deze profetie van Daniël gaan de Israëlieten in deze 'mensen­zoon' de door God beloofde verlosser zien. Men koppelt deze profetie bijvoorbeeld aan Psalm 132:11, waar staat: De Here heeft David een dure eed gezworen, waarop Hij niet terug­komt: Eén van uw lijfelijke zonen zal Ik op uw troon zetten.

Vooral na de ballingschap leeft men in de verwachting van de komst van deze 'zoon van David', degene die de plaats op de troon van David gaat innemen: de verlosser, de messias. Men ziet hem als de toekomstige nationale en politieke held, de grote veldheer, de verlosser van alle buitenlandse overheersers. Dit komt in vele apocriefe geschrif­ten uit de laatste eeuw voor Christus naar voren.

Zoon van David

Vooral deze naam gaat onder het volk leven. De term 'mensen­zoon' of 'zoon des mensen' raakt in de vergetel­heid.

In de dagen van Jezus blijkt dit. De schriftgeleerden noemen de Christus de zoon van David (Mar.12:35). Zij weten precies waar Hij geboren moet worden: in Bethlehem, de stad van David (Mat.2:5, zie ook Joh.7:41). De schare benoemt Jezus op een gegeven moment ook zo: En al de scharen waren buiten zichzelf en zeiden: Dit is toch niet de Zoonvan David (Mat.12:23)? De blinde Bartimeüs roept het uit: Jezus, Zoonvan David, heb mede­lijden met mij (Luc.18:38)! Zelfs de heidense, Kananeese vrouw spreekt Jezus zo aan: Heb medelijden met mij, Heer, Zoonvan David, mijn dochter is deer­lijk beze­ten (Mat.15:22). Bij de intocht van Jezus in Jeruzalem zingen de mensen: Hosanna de Zoon van David, gezegend Hij, die komt in de naam des Heren; Hosanna in de hoogste hemelen (Mat.21:9)!

De naam 'zoon van David' blijkt een begrip te zijn geworden. Een benaming waarin de zuivere, profeti­sche verwach­tin­g van de Messias echter nauwelijks meer aanwezig is en waarin Gods bedoeling met Hem vrijwel niet meer doorklinkt. Voor de meeste mensen in Jezus' tijd spreekt deze naam vooral tot de nationale verbeelding; hij is verbonden met een heel patroon van aardse voorstel­lingen en verwach­tin­gen. Men heeft er een eigen invulling aan gegeven.

Oorspronkelijke inhoud

Daniël voorzegt evenwel geen nationale held, geen supermens, geen verlosser van aardse wereldrijken. Hij ziet met profetische ogen hoe de mens - en met hem de mensheid - na een definitieve overwin­ning op al haar geestelijke overheer­sers uiteindelijk terecht ­komt in de positie die God van oorsprong voor de mens(heid) bedoelt. Daniël spreekt van een rijk dat God al van vóór de grond­legging der wereld voor de mens in petto heeft, maar dat pas bij de komst van de Mensenzoon baan breekt. Een konink­rijk dat met Hem gesticht en gegrondvest wordt en in eeuwigheid blijft bestaan (naar Jes.9:6).

De zoondes mensen uit Daniël 7:13 is daar de eerste­ling van; hij is de grondleg­ger en stich­ter van dit nieuwe, hemelse, eeuwige koninkrijk. De zoon des mensen is de nieuwe mens - de allesvernieuwende mens - door wiens hand het voornemen Gods voortgang vindt (naar Jes.53:10). In diepste zin is hij de ware mens, de oorspron­ke­lijk door God bedoelde mens.

Zoon des mensen

De naam 'Zoon des mensen' draagt een duidelijke verwijzing naar de Messi­as in zich. Naar Hem die Gods verwacht­ingen invult en waarmaakt en niet die der mensen.

De Zoon des mensen is de verlosser en de bevrijder van alle mensen. Het betreft een verlossing van alle heerschappijen die met die dieren gerepre­sen­teerd zijn, dus van alle vormen van geestelij­ke overheer­sing. Het gaat over bevrijding uit de macht van Satan en Dood en al hun wereldbeheer­sers, en niet van Romeinen, Syriërs, Egyptenaren of enig ander volk.

De Zoon des mensen neemt zijn plaats in op de troon van David. Deze bevindt zich niet in het aardse Jeruzalem, maar in het hemelse Jeruzalem, de stad van de levende God (Heb.12:22). Het duidt op het gezeten-zijn op de troon van God aan de rechterhand van de majesteit in de hoge (Heb.1:3).

De Messias is niet 'de zoon van David' die als veldheer door krachtige en strategische oorlogsvoering alle legers en landen op aarde aan zich onderwerpt. Hij is 'de Zoon des mensen' die als grote Knecht des Heren in diepe afhankelijkheid van God in de hemel optreedt en door lijden en sterven heen een volkomen heil bewerkt.

Jezus

Wanneer Jezus de naam 'Zoon des mensen' op de lippen neemt, doelt Hij op deze inhoud, op de oorspronkelijke betekenis, op de naam die door de profetieën van Daniël en Jesaja haar volle waarde en glans krijgt.

Jezus weet dat Hij óók de lijfelijke zoon van David is; Hij zou die naam kunnen aannemen (zie Mat.1:1), maar deze naam gebruikt Hij bewust niet. Hij houdt het op 'de Zoon des mensen': Ik ben de ware 'ben adam', de Mensenzoon uit Daniël 7, de Knecht des Heren uit Jesaja 53. Zeer regelmatig legitimeert en karakteriseert Hij Zichzelf ten overstaan van de discipelen, de omstanders, het volk, de priesters, de schriftgeleerden en het Sanhedrin als deZoon des mensen.

Geen reactie

De meeste mensen reageren niet op deze naam. Zij herkennen Hem niet die Zich onder deze naam bekend maakt. Wonderlijk! Terwijl de profetieën toch duidelijke taal spreken en de messiasverwachting leeft.

Zij zien uit naar 'de zoon van David'. Jezus voldoet in de ogen van zijn tijdgenoten niet aan de profielschets die daarbij hoort. De naam 'Zoon des mensen' spreekt niet aan, het brengt de mensen niet tot andere gedachten en voorstellingen: zij blijven gevangen in het eigen verwachtingspatroon en daarmee ziende blind en horende doof.

Wat kan een naam veel teweeg brengen in de hemel van mensen. En wat is het belangrijk om van betekenisvolle namen een goed en zuiver beeld te hebben. Dat geeft toch wel te denken!

Nieuwe Testament

Jezus is de enige die de benaming 'Zoon des mensen' gebruikt. Niemand anders noemt Hem in die dagen zo. Er is één uitzondering. Stefanus ziet na zijn toespraak voor het Sanhedrin de hemel opengaan. Vol van de heilige Geest zegt hij: Ik zie de Zoon des mensen staan ter rechterhand Gods (naar Hand.7:56).

De naam 'Zoon des mensen' komt 87 maal voor in het Nieuwe Testament: 83 keer in de evangeliën (allemaal uit Jezus' eigen mond; zeer opmerkelijk!), 1 keer in Handelin­gen 7:56 (Stefanus), 1 keer in Hebreeën 2:5 (aanhaling van Psalm 8) en 2 keer in het boek Openbaring (1:13 en 14:14, sterke overeen­komst met Daniël 7). De rijke, door God bedoelde inhoud van deze naam komt hierin op heldere wijze naar voren.

Waarachtig mens

Met deze naam typeertenopenbaart Jezus Zichzelf in de eerste plaats als mens. Ik ben de 'ben adam', de nieuwe mens, de ware mens, de mens die Jahweh van oorsprong bedoelt. Met het noemen van deze naam geeft Jezus volstrekte duidelijkheid over zijn eigen wezen: Ik ben geen engel, geen god, maar de mensenzoon; Ik ben waarachtig mens, een persoon met een puur menselijk wezen.

Dit glasheldere getuigenis van Jezus over Zichzelf is van wezenlijk belang. Het is fundamenteel voor het beeld dat wij van Hem mogen vormen. Geen andere naam geeft zo'n direct en helder zicht op wie Jezus naar zijn wezen is. Het gaat uit boven iedere andere beschrijving en voorstelling van mensen. Het maakt een einde aan elke theologische discussie over zijn wezen. Het mag voor iedere gelovige die zicht krijgt op de naam 'Zoon des mensen' onomstotelijk vaststaan: de Heer Jezus Christus is waarlijk mens.

Eersteling

In de tweede plaats openbaart Jezus Zich met deze naam als de mens, de ware verlos­ser uit Daniël 7, de stichter van dat heerlijke koninkrijk, degene die de mens wil terugbren­gen in het Koninkrijk Gods en hem voor eeuwig wil laten delen in al de heerlijkheid van God. Ik ben die mensenzoon...

Hiermee geeft Jezus aan dat Hij de eersteling is van de nieuwe schepping Gods: Ik ben adam, de Adam van de herschep­ping. Ik ben de mens zoals God hem van oorsprong bedoelt. Ik ben gekomen om jullie voor te gaan en te leiden naar het doel van God, de gehele mensheid op te voeren tot de voor haar bestemde heerlijk­heid Gods. Met welke strijd dat ook gepaard gaat, door welke vorm van lijden dat ook heen gaat... Ik ben die mens met de heer­schappij op zijn schouder, de vredevorst die zijn konink­rijk sticht en grondvest met recht en gerech­tigheid, de bouwer van de gemeente...

Dat zegt Hij allemaal niet met zoveel woorden; Hij zegt: Ik ben de Zoon des mensen, en hiermee zegt Hij het.

Openbaring

Jezus laat het evenwel aan de mensen rondom Hem over om de heerlijke inhoud hiervan te ontdekken en (h)erkennen. Hij maakt Zichzelf 'bekend' als Zoon des mensen, maar houdt het geheimenis ervan 'verborgen'... ontdek het maar, laat de Geest Gods het maar aan je hart openbaren.

Hij leeft en gedraagt Zich als een 'gewoon' mens en te­gelijkertijd als de nieuwe, ware mens, de mens Gods. Hij leeft het leven Gods - het leven naar Gods wil - helemaal uit, maar laat het aan de ander over om de goddelijke waardig­heid in zijn handel en wandel te ontdekken en erkennen.

Jezus laat ruimte voor verdere openbaring: Hij maakt Zich bekend, maar niet te gedetail­leerd. Een ieder die de Schrift kent, kan het daarmee doen. Hij voegt er niets aan toe; blijkbaar is dat niet nodig.

Wie zegt gij dat Ik ben?

Jezus vraagt op een gegeven moment aan zijn discipelen: Wie zeggen de mensen dat de Zoon des mensen is (Mat.16:13)? Nadat Hij de diverse antwoorden hierop heeft vernomen, vraagt Hij: En wie zegt gij dat ik ben? Simon Petrus antwoordt: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. Hierop zegt Jezus: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is (vs.17). Dat heb je van Godswege ontvangen Petrus, dat heeft Hij je bekend kunnen maken in je omgang met Mij, in het volgen van en leven met de Zoon des mensen.

Jezus weet dat wanneer mensen dit gaan zien en van Godswege kunnen opvangen en verstaan, ze het nooit meer loslaten. Terwijl ze het na uitleg en gedetail­leerde verklaring als kennisgeving kunnen aannemen en vervolgens weer vergeten...

Zuivere opstelling

Wat is dat toch een prachtige en zuivere opstelling van Jezus: weten wie je bent en je als zodanig gedragen, maar daarmee niet 'te koop' lopen, geen paarlen voor de zwijnen werpen. Aanduiden wie je bent, maar daarin ook ruimte laten voor een stukje goddelijke openbaring en bevestiging. Uitspre­ken wat God in en door middel van de Zoon des mensen wil geven en bewerken en het verder helemaal aan de ander overlaten om daar al of niet wat mee te 'doen'. Ook dit geeft ons te denken, juist ook in de omgang met elkaar. Het mag ons tot voorbeeld dienen in al wat wij doen in woord of werk!

Uitnodiging

In de vele uitspraken van Jezus over de Zoon des mensen is 'alles' aanwezig; je kunt het er 'uithalen'. Het roept op tot een geïnspireerd 'onderzoeken', het nodigt uit tot een 'binnengaan' in de realiteit die daarmee verbonden is. In deze naam wil Jezus Zichzelf aan een ieder die Hem liefheeft en volgt, openbaren: in alle eenvoud, zonder enig uiterlijk vertoon. Wie er op ingaat, bemerkt dat deze uitspra­ken vol zijn van Geest en waarheid en een volledig zicht bieden op de geeste­lijke werkelijkheid.

We gaan een aantal van deze uitspraken citeren.

Bediening van Jezus

Jezus gebruikt de naam 'Zoon des mensen' met het oog op de taak en opdracht die God Hem gegeven heeft: De Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden (Luc.19:10). De Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen (Mar.10:45).

Jezus spreekt over de mogelijkheid en middelen die Hem als Zoon des mensen daartoe van Godswege in handen zijn gegeven: De Zoon des mensen heeft macht om op aarde zonden te verge­ven (Mar.2:10). De Vader heeft Hem macht gegeven om gericht te houden, omdat Hij de Zoon des mensen is (Joh.5:27)... Mensen, denk na: Hiertoe ben Ik gekomen; dit is de wil en bedoeling van God. Laat alle andere gedachten en voorstellingen los.

Jezus spoort daarom aan tot geloof in Hem en in zijn woorden: De Zoon des mensen zaait het goede zaad (Mat.13:37). Werk niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal; want op Hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt (Joh.6:27). Daarmee zegt Jezus: Ik ben de Gezalfde, de Christus Gods, de Messias waar jullie al zo lang naar uitzien!

Plaats in het Koninkrijk Gods

Jezus doet ook uitspraken over zijn plaats in Gods Koninkrijk, zowel in het heden als in de toekomst: De Zoon des mensen is heer over de sabbat (Mar.2:28). De Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en die van de Vader en de heilige engelen (Luc.9:26). En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op de wolken, met grote macht en heerlijkheid (Mar.13:26). De Zoon des mensen zal op de troon zijner heerlijkheid zitten (Mat.19:28). Van nu aan zal de Zoon des mensen zijn gezeten aan de rechterhand Gods (Luc.22:69). De overeenkomst met de profetische uitspraken van Daniël is onmisken­baar aanwezig.

Jezus maakt duidelijk wie Hij is en in welke positie God Hem plaatst. Met daaraan verbonden de oproep: Waak te allen tijde, biddende, dat gij in staat moogt wezen te ontkomen aan alles wat geschieden zal, en gesteld te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen (Luc.21:36).

Weg naar het doel van God

Wanneer Jezus tot zijn discipelen spreekt over zijn lijden en sterven - en daarmee over de door God beoogde weg naar de volle heerlijkheid - doet Hij dat eveneens in termen van de Zoon des mensen. Hij weet wat de Schrift zegt over de Messias, de Knecht des Heren; Hij wil al deze profetieën invullen en vervul­len: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem, en al wat door de profeten geschreven is, zal aan de Zoon des mensen volbracht worden (Luc.18:31). Er staat geschreven van de Zoon des mensen dat Hij veel moet lijden, en dat Hij veracht zal worden (Mar.9:12). De Zoon des mensen zal overgele­verd worden aan de overpries­ters en de schriftge­leerden en zij zullen Hem ter dood veroor­de­len (10:33).

Jezus ziet ook het vervolg van die weg; het gaat door lijden heen tot heerlijkheid: De Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der mensen en zij zullen Hem ter dood brengen en drie dagen na zijn dood zal Hij opstaan (8:31). De ure is gekomen, dat de Zoon des mensen moet verheerlijkt worden (Joh.12:23).

Met al deze woorden doet Jezus een beroep bij zijn volgelingen op hun kennis van de Schrift. Het is voorzegd en het gaat nu gebeuren!

In heerlijkheid

Ook na zijn hemelvaart open­baart de verheerlijkte Jezus Zich visionair als de Zoon des mensen. Dat blijkt heel duidelijk in het boek Openbaring: En ik zag temidden van de kandelaren iemand als eens mensen zoon, bekleed met een tot de voeten reikend gewaad en aan de borsten omgord met een gouden gordel (1:13). En ik zag en zie een witte wolk en op de wolk iemand gezeten als eens mensen zoon met een gouden kroon op zijn hoofd en een scherpe sikkel in zijn hand (14:14). De overeenkomst met en vervulling van Daniël 7 is nu wel heel duidelijk.

Jezus is en blijft de Zoon des mensen. Deze naam staat Hem op het lijf geschreven. Zijn hele wezen en werk komt daarin naar voren. Het is een eretitel, een naam die zijn plaats en positie in het Koninkrijk Gods ten volle doet uitkomen. Het tekent Hem in zijn volle heerlijkheid.

Adam en Christus

Paulus geeft in zijn brieven blijk van begrip en inzicht in deze prachtige en zo typerende naam van Jezus. Hij schrijft over de mens Jezus Christus (Rom.5:15, 1Tim.2:5). Hij durft het aan om Jezus als de 'ben adam' te beschrijven en daar - verlicht door heilige Geest - conclusies aan te verbinden. Hij noemt Jezus de tweede Adam, de laatste Adam. Hij ziet de eerste Adam als de mens door wie de zonde de wereld is binnengekomen, en Jezus - de laatste Adam - als de (nieuwe) mens door wie de genade in de wereld is gekomen (zie Rom.5:12-21). Hij plaatst Adam en Jezus naast elkaar en tegenover elkaar, als de vertegen­woordigers van schepping en herschep­ping (1Cor.15:45-47). Zie ook Studieblad 63 waar een heel artikel is gewijd aan het onderwerp 'Adam en Christus'.

Begin en einde

Jezus is de nieuwe mens, de tweede mens. In feite is Hij de mens, de eigenlijke, oorspronkelijke mens, de mens zoals God hem van voor de grondleg­ging der wereld bedoelt, de mens zoals hij uiteindelijk in alle eeuwigheid zal zijn. Hij is degene die de mensheid verlost en herstelt en het in Zich heeft om alle mensen tot de heerlijkheid Gods te brengen ondanks alles wat er onder invloed van het rijk der duisternis met hen is gebeurd.

Jezus is de eersteling van de nieuwe schepping, van de herschep­ping en daarmee het feitelijke begin der schepping Gods: niet in tijd maar in plaats! Hij is de stichter van het eeuwige Koninkrijk, de bouwer van de Gemeente, de voleinder des geloofs, degene die alles in allen volmaakt. Hij is de alpha en de omega, het begin en het einde. Hij is de verlosser der wereld, de wederoprichter aller dingen...
Dit alles ligt besloten in die prachtige naam: Hij is de Zoon des mensen.

Complementair

De naam 'Zoon des mensen' is complementair aan de benaming 'Zoon van God'. Deze benamingen vullen elkaar op schitterende wijze aan. Breng de inhoud van bijbelstudie 3 en 4 bijeen: verbind het ster­ke en betrouwbare, het waarachtige en goe­de, het zeke­re en onwankelbare, het blijvende en eeuwige van het Zoon van God-zijn van Jezus met alles wat over Hem als Zoon des mensen is gezegd. Daarmee wordt het beeld van Jezus nog mooier en voller: de ware mens in gemeenschap met de waarachtige God.

Worden als Hij

Wij mogen Jezus leren zien zoals Hij is; Hem leren kennen naar de volheid van zijn wezen en werk. Hij wil Zich aan ons openbaren; wij mogen in liefde en waarheid naar Hem toegroeien en aan zijn beeld gelijkvormig worden. Wij mogen mensen worden zoals Jezus mens is. Wij mogen het woord Gods in ons gestalte laten aannemen zoals het in Hem gestalte heeft aangenomen. Wij mogen tot de heerlijkheid komen die Hij reeds heeft en tezamen met Hem dat eeuwige Koninkrijk vormgeven en die Gemeente van de levende God belicha­men. De naam 'Zoon des mensen' staat hier garant voor.

Wij mogen deze naam op onze lippen nemen in ons eerbetoon, dankzeg­ging en aanbidding. Wij mogen deze naam in ons hart omdragen en Hem volgen in de uitwerking en volvoering van het werk dat met deze naam is verbonden.

Glorie voor Jezus, onze Christus en Heer, de Zoon van God en de Zoon des mensen!