De opening van het zesde zegel (3)

Inleiding

Wanneer het Lam het zesde zegel opent, geschiedt er een grote aardbeving; de zon wordt zwart als een haren zak en de maan wordt geheel als bloed (Op.6:12). Jezus onderneemt actie: Hij opent wederom een zegel van de boekrol. Hij opent verdergaande mogelijkheden voor allen die Hem als ruiter op het witte paard in hun leven volgen. Door woord en Geest wil Hij diep doorwerken in de zijnen: geestelijke mondigheid bewerken, de verzegeling voltooien, de toebereiding afronden (BS 34, 35). Hij wil zijn gemeente te voorschijn laten komen als een ‘groot teken in de hemel’ (Op.12:1). Hij wil alles en allen gereed maken voor zijn komende dag.

Johannes ziet dit werk van Jezus plaatsvinden te midden van een grote aardbeving en een verduistering van zon en maan. De uitnodigende actie vanuit het rijk van licht en leven gaat gepaard met afschrikwekkende reacties vanuit het rijk van duisternis en dood. Jezus biedt mogelijkheden te midden van allerlei moeilijkheden: het gaat goed, ook al lijkt het verkeerd te gaan. Wat een vertroosting en bemoediging voor u en mij: onze geestelijke groei gaat door, ook al raken we verwikkeld in hevige strijd. De gemeente komt tot wasdom, terwijl er van alles op haar afkomt. Wat een wonder van genade en heil!

Aardbeving

Het boek Openbaring maakt niet alleen bij het openen van het zesde zegel melding van een aardbeving. Na het opengaan van het zevende zegel, bij het ingaan van de dag van Christus, is er ook een aardbeving (8:5). Eveneens na het blazen van de zevende bazuin, bij de wederkomst van Christus (11:19). Tenslotte beschrijft Johannes een grote aardbeving, zo groot als er geen geweest is, bij het uitgieten van de zevende schaal van gramschap. Deze beving flankeert de overwinning die Jezus Christus met zijn verheerlijkte gemeente behaalt op de antichrist en de zijnen in de allesbeslissende slag bij Harmagedon (16:18). We komen hier te zijner tijd op terug.

Johannes ziet belangrijke gebeurtenissen in de hemel gepaard gaan met manifestaties die hij als verschijnselen op aarde beschrijft: aardbevingen, vuur en rook, verduisteringen van zon en maan, hagel, bliksemstralen en donderslagen.

Aardbevingen komen niet alleen voor in visioenen. Denk maar eens aan het sterven van Jezus Christus en zijn opstaan uit de dood. Ook deze gebeurtenissen gaan gepaard met aardbevingen (Mat.27:51, 28:2, zie ook BS 6).

Actie en reactie

De bijbel beschrijft meer van dit soort gebeurtenissen. Wanneer de Heer neerdaalt op de berg Sinaï en tot zijn volk gaat spreken, beeft de berg - en daarmee de aarde - zeer. Er is vuur, rook en donder (Ex.19:17-20). De actie van God wordt omgeven door verschijnselen die de reacties vanuit het rijk van Satan illustreren. Bij het uittrekken van de Heer ten bate van zijn volk, zien we hetzelfde gebeuren: de aarde beeft en de bergen wankelen (Rich.5:2-5). Wanneer David zijn God aanroept en om hulp vraagt, trekt de Heer hem op uit ‘grote wateren’. Hij redt zijn gunsteling, ontrukt hem aan zijn vijand en leidt hem uit in de ruimte. Ook dit gebeurt onder aardbeving, donder en bliksem (Ps.18:2-20).

In Psalm 46 bezingen de Korachieten het aanbreken van de morgen, van de dag des Heren. Dit wonder van genade voltrekt zich terwijl de aarde beeft, de bergen wankelen en de zee schuimt en bruist. Te midden van al dit reactieve (duivelse) geweld weten zij zich verzekerd van Gods actieve hulp en nabijheid: God is in ons midden; wij zullen niet vrezen of wankelen; wij verheugen ons over alles wat Hij in ons bewerkt. In Psalm 68:2 en 8-13 beeft de aarde bij het opstaan van de Heer, bij het uitstorten van milde gaven, bij het versterken van zijn erfdeel. Evenzo bij het doen van wonderen en het maken van een pad dwars door de zee en door grote wateren (77:15-21). Alsook bij het verschijnen van de Heer en het vestigen van zijn troon (97:1-6).

Haggai profeteert over bevingen, wanneer de Heer zijn huis met heerlijkheid vervult. Dit wijst op de openbaring van het volle heil in zijn gemeente: Op deze plaats zal Ik heil geven, luidt het woord van de Heer der heerscharen (2:5-10).

Begeleidend verschijnsel

In al deze voorbeelden spreekt de bijbel over heerlijke, positieve werkingen vanuit Gods Koninkrijk. De beschreven natuurverschijnselen begeleiden het spreken en werken van de Heer, maar vinden hun oorsprong niet in Hem. Heel duidelijk blijkt dit wanneer God aan Elia verschijnt. Wat in de genoemde voorbeelden gelijktijdig plaatsvindt, gebeurt dan na elkaar. Eerst is er een geweldige en sterke wind, dan een aardbeving en daarna nog een vuur. In al deze dingen is de Heer niet. Pas in het suizen van een zachte koelte blijkt de Heer aanwezig te zijn (1Kon.19:11-13).

Deze gebeurtenis geeft ons zicht op de geestelijke werkelijkheid. De openbaring van de Heer vindt plaats in het klimaat van zijn Koninkrijk: in het suizen van een zachte koelte, in lichtglans en vrede, in aanwezigheid van cherubs en serafs. Dat er op zo’n moment ook werkingen waarneembaar zijn van heel andere geesten, te voorschijn komend in storm, aardbeving en vuur, hoeft ons niet te verbazen of in verwarring te brengen. Het doel van deze duivelse reactie is de actie van God en Jezus te overschreeuwen. De vijand wil de aandacht voor zich opeisen, en zo de mens tot wie God wil spreken en in wie Jezus wil werken ‘onklaar’ maken: precies het tegenovergestelde van ‘toebereiden’.

Onderscheiden

Wij mogen deze werkingen in onze hemel (leren) onderscheiden en te midden van al het geschreeuw en gedoe, onze aandacht (leren) vestigen op God, onze Vader en op Jezus Christus, onze Heer. Wacht hiermee niet totdat de rust is weergekeerd. Zoek de rust, de lichtglans en de zachte koelte: het is er bij de Heer. Laat je niet opjutten of wijsmaken dat het misgaat met jou. Sla je geestelijke ogen op, spits je geestelijke oren en open je hart voor de Heer. Neem je plaats in Hem bewust in. Dan vind je de hemelse rust en vrede. Dan beleef je het suizen van de zachte koelte. Dan word je versterkt en bekrachtigd. Dan gaat het proces van toebereiding door.

Zesde zegel

Bij de opening van het zesde zegel gaat het dus niet om de aardbeving, of om de verduistering van zon en maan. Dat zijn bijverschijnselen. Het gaat de Heer om de verdere openbaring van zijn heil in zijn gemeente. Dat is aan de orde in Gods Koninkrijk. Daar dienen we onze aandacht op te richten. We mogen dit concluderen uit de genoemde voorbeelden en toepassen op onze situatie.

Met het opengaan van het zesde zegel wil Jezus neerdalen in onze harten, door de Geest volledig woning maken in onze levens. Hij wil zijn licht laten schijnen tot in de diepste schuilhoeken van ons hart (Stb.17). Ons geheel en al heiligen, een volkomen verlossing bewerken. Jezus wil alles in ons doen opstaan en laten functioneren naar zijn wil en bedoeling. Ons helpen en versterken, ons vast doen staan bij het aanbreken van zijn dag. Hij wil Zichzelf in ons openbaren, zijn Koninkrijk vestigen in ons bestaan. Daarbij ontrukt Hij ons aan machtige vijanden, zeggen diezelfde schriftplaatsen, en laat Hij de koningen van hun legerscharen als was versmelten. Hij maakt een pad dwars door de zee. Hij leidt zijn gemeente uit en doet grote wonderen. Jezus stelt ons in staat om de machtigste koning onder onze vijanden, Belial, te gaan passeren.

Plotseling?

Gebeurt dit zo maar opeens, omdat de Heer plotseling ingrijpt en alles ineens ‘anders’ maakt? Nee, het is een gevolg van het voorafgaande. Bij de opening van het zesde zegel gaat het om de voortgang van reeds ingezette processen, om de verdere doorwer­king van alles wat Jezus door het openen van de vorige zegels in beweging heeft gebracht (BS 34/2). Met het openen van het eerste zegel geeft Jezus ons de gelegenheid om het geheimenis van Christus te leren kennen en invulling te geven in onze levens. Door het opengaan van het zesde zegel mag dit proces tot vervulling komen. Met het openen van het tweede, derde en vierde zegel geeft Jezus mogelijkheden om het geheimenis der wetteloosheid te gaan doorzien en je te onttrekken aan deze anti-christelijke werkingen. Samen met je broeders en zusters in de gemeente werk je toe naar het overwinnen van Belial en de zijnen. Nadat het zesde zegel is opengegaan, vindt dit daadwerkelijk plaats.

Met het openen van dit zesde zegel nodigt Jezus zijn gemeente uit om zich met Hem te richten op het volkomene in beide processen (naar Heb.6:1). Deze heilig(mak)ing doortrekt alle vezels van je bestaan, niets uitgezonderd.

Nog niet alles in handen

In de geestelijke ontwikkeling tot op heden heeft Jezus ons al van vele machten en werkingen der duisternis verlost en ons op vele terreinen van ons leven herstel en vernieuwing gegeven. Maar toch komt ieder van ons in zijn leven nog zaken tegen die niet (geheel) vernieuwd zijn: we ‘zijn’ er nog niet.

De Heer heeft ons zicht gegeven op ‘schansen’ en ‘bolwerken’. Deze worden gedurende de bezetting door onze geestelijke vijanden opgeworpen en na bevrijding in de naam van Jezus achtergelaten (Stb.53). De bijbel roept op tot het slechten van deze schansen en bolwerken. We dienen de oude mens met zijn oude denk- en leefpatronen af te leggen en de nieuwe mens met zijn nieuwe levenswandel aan te doen. De Heer helpt ons hierbij. Het werk vordert. Maar het is nog niet af; het is nog steeds ‘ten dele’.

We hebben ook zicht gekregen op geestelijke ‘achtervolging’ (Stb.54). Na je bevrijding komen er vaak vijanden, van dezelfde soort als waarvan je bent losgemaakt, achter je aan. Ze dringen zich aan je op en willen je laten geloven dat er in je geestelijke situatie ‘niets’ veranderd is. Je hoeft je niet door hen te laten intimideren. Je mag je als mens-in-Christus legitimeren, en belijden: De Heer heeft mij bevrijd en zal mij verder verlossen. De Heer is met mij als een geweldig held. Jullie zullen je doel niet bereiken. Jullie zullen struikelen en beschaamd staan (naar Jer.20:11).

Doch ook hiermee is niet alles opgelost. Er is nog meer te ontvangen en te beleven op de weg die wij met Jezus bewandelen: we hebben nog niet alles in handen.

Karakter

Ieder van ons kent in zijn leven terreinen van waaruit reacties kunnen opkomen die je in diepste zin niet wilt, maar die er (nog) wel zijn. Denk hierbij aan onhebbelijkheden, aan bepaalde gewoonten die voor anderen zo vervelend kunnen zijn. Aan situaties waarin je niet jezelf kunt zijn: je bent dan niet degene die je in Christus zo graag wilt zijn, je komt bij je medemens anders over dan je feitelijk bedoelt. Je wil dit graag veranderen, maar je krijgt er geen ‘grip’ op: althans, zo beleef je dit. Deze dingen liggen te ver weg, te diep verscholen in je levenshuis. Ze zijn buiten je bereik. Je denkt: Zo ben ik nu eenmaal, het ligt aan mijn karakter. Dit moet ik, en ook die ander, maar leren aanvaarden.

God en Jezus aanvaarden ons zoals wij (nu) zijn. Dat dienen wij ook te doen. Op zich is dit een goed uitgangspunt voor het hier en nu. Maar hierbij mogen we het niet laten. De bijbel roept niet op tot een berusten in onze onvolkomenheden: als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben (1Cor.13:10). De Heer zet Zich in om ons in dat volkomene binnen te leiden, ook ten aanzien van ons karakter. We hoeven hierover dus niet verontrust te zijn. We mogen ook deze terreinen van ons leven bij Hem brengen: Heer, U weet het, U ziet ook wat er (nog steeds) gebeurt. Ik zie op U, ik vertrouw op U, op uw woorden en beloften, voor mijzelf en voor die ander. U zet uw werk in ons allen voort.

Binnen bereik

Met het opengaan van het zesde zegel stelt Jezus juist ook deze dingen aan de orde en brengt Hij ze gaandeweg binnen ons bereik. Mede vanuit alles wat reeds in ons is en werkt, gaat Jezus in deze fase het volkomene in ons te voorschijn brengen. De onderste steen komt hierbij boven. Geen wonder dat de vijand daarop afkomt, en je met ‘aardbevingen’ in verwarring wil brengen. Laat je hierdoor niet intimideren. Sla je geestelijke ogen op en zie waar de Heer in je leven naar toe werkt. Besef wat je juist nu - te midden van alles wat gebeurt - mag verwachten en gaan beleven. De Heer wil je bevestigen, je geheel en al heiligen, je mondig maken. Hij wil alles aanreiken wat nodig is in de verdere toebereiding. Dit leidt tot een volkomen verlossing, een daadwerkelijke vernieuwing die ook te voorschijn komt op die moeizame en nog onveranderde terreinen in je leven. Wat een heerlijk vooruitzicht!

Genezing

Hetzelfde mogen we verwachten op het terrein van lichamelijke genezing. Ook dat is een gebied waarop we nog niet alles in handen hebben. Er vinden wel genezingen plaats, prijs de Heer. Doch dit gebeurt meer incidenteel dan structureel, meer op doreatische wijze (als geschenk van God), dan als gevolg van het door God beoogde charismatische functioneren van geestelijk volwassen mensen (zie BS 19).

We mogen met dankbaarheid onderkennen wat hierin reeds werkt, en met zicht op de werkelijkheid van Christus aanvaarden wat op dit terrein nog niet werkt. Zonder hierin te berusten of ons door de vijand te laten verontrusten.

Ook op dit gebied mogen we - met het verder opengaan van het zesde zegel - steeds meer ontwikkeling en werking van de ‘charismata van genezingen’ in de gemeente verwachten.

Jezus bewerkt dit vanuit alles wat reeds is. Hierin brengt Hij het meerdere te voorschijn; dit mondt uit in het volkomene. Niet bij toverslag, maar in de vrede en orde van zijn Koninkrijk, langs de weg die dwars door een zee van tegenwerking heengaat. Een ontwikkeling waarin het heil van binnen naar buiten treedt, vanuit de hemel zich op aarde manifesteert. Wat een verblijdend perspectief.

Verduisteringen

Met het openen van het zesde zegel wil Jezus het licht van Gods Koninkrijk in volheid in onze levens ontsteken en tot in alle schuilhoeken van ons hart laten doorwerken. Geen wonder dat de vijand dit licht wil temperen en afschermen. Waar het één gebeurt, kun je het ander verwachten. We zien daarom bij het openen van dit zegel niet alleen een grote aardbeving, maar ook een verduistering van zon en maan plaats vinden: de zon wordt zwart en de maan bloedrood, de kleur die de maan krijgt tijdens zo’n verduistering. Door dit ‘natuurgeweld’ wil Satan mensen geestelijk overdonderen en in de war brengen. Met het laten samenvallen van deze manifestaties doet hij er nog een schepje bovenop. Stelt u zich zo’n situatie maar eens voor: zowel een aardbeving als een zonsverduistering, op hetzélfde moment...

Grote dingen

Op Golgotha gebeurt zoiets. Eerst vindt er een drie-uur-durende zonsverduistering plaats. Kort daarop beeft de aarde en scheuren de rotsen. Wat een imponerend tafereel! Tegelijkertijd gebeurt er in de hemel iets onvoorstelbaar groots: Jezus Christus behaalt de overwinning op de duivel en zijn legermacht. Hij betaalt de losprijs voor de zonde der wereld, legt de grondslag voor onze verlossing en brengt Gods heil binnen het bereik van de mensen. De meeste omstanders merken dit grootse gebeuren niet op. Slechts een enkeling neemt iets waar en concludeert: Waarlijk deze mens is een Zoon van God (Mar.15:39).

Zo zal het ook gaan bij het (verder) openen van het zesde zegel: intimiderende gebeurtenissen, gestaafd door allerlei zichtbare dingen, bedoeld om ons te laten terugdeinzen. Maar te midden hiervan gebeurt er iets onvoorstelbaar groots in de hemel: mensen in wie het heil van God openbaar komt, een gemeente die door het werk van Jezus Christus onwankelbaar vast komt te staan en een bron wordt van licht en leven.

Maar ook nu gaat dat aan vele omstanders voorbij: wie merkt het op, wie hoort en ziet wat er in de hemel gebeurt, wie heeft er zicht op de werkelijkheid van Christus? En wie gaat hierin mee, wie volgt het Lam waar Hij ook doorheen gaat? Ook nu zijn dat slechts enkelingen op een hele wereldbevolking. Ook nu is dat een rest, een relatief kleine groep onder alle gelovigen. Onder leiding van Jezus, hun Heer, zetten zij zich in voor de rest, voor allen die geestelijk nog in Babel verkeren. Opdat voor velen het licht zal opgaan en de duisternis zal wijken. Opdat velen zullen uittrekken uit Babel en alsnog hun plaats in de overwinnende gemeente van Jezus innemen.

Beeldspraak

De zon wijst in profetische visioenen en uitspraken op Jahweh, de Schepper van hemel en aarde. De Heer God is een zon en schild (Ps.84:12). Hij is de opgang uit de hoogte (Luc. 1:78), de zon der gerechtigheid (Mal.4:2).

De maan ontvangt haar licht van de zon. Zij geeft licht in de nacht. Zij is het licht dat schijnt in de duisternis (zie Joh.1:5). De maan wijst op Jezus Christus: de afstraling van Gods heerlijkheid, het waarachtige licht dat gekomen is om de gehele wereld en ieder mens te verlichten (Heb.1:3 en Joh.1:9).

De verduisteringen van zon en maan wijzen op werkingen van de vijand in het leven van mensen waardoor zij het licht van zon en maan niet (meer) kunnen zien, en dus ook niet (meer) in dit licht kunnen leven. ­De ‘haren zak’ - ge­maakt van het haar van de zwarte geit - is een rouwgewaad. Het gaat hier om duivelse werkingen die (gelovige) mensen alle licht en leven ontnemen, en toenemende duisternis en dood in hun bestaan teweeg brengen. Jesaja spreekt in dit verband over het kleden van de hemelen in het zwart en het geven van een rouwgewaad tot bedekking (Jes.50:3).

Ook dit zijn reacties vanuit het rijk van Satan op de actie vanuit het Koninkrijk van God. Enkele hoofdstukken verderop profeteert Jesaja welke uitnodiging de Heer in deze fase naar zijn gemeente laat uitgaan: Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid des Heren gaat over u op. Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de Heer opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden (Jes.60:1-2). Lees in dit verband ook wat Joël profeteert in hoofdstuk 2:30-32.

In het volle licht

Met het opengaan van het zesde zegel gaat de zon verder op in het leven van degenen die het Lam volgen, met alle heerlijke gevolgen van dien: Voor u die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal (Mal.4:2). Wat een mogelijkheden ontsluit Jezus met het openen van dit zesde zegel: het is de tijd om God en Jezus ten volle te leren kennen, zoals Zij werkelijk zijn. Om in gemeenschap met Jezus te komen tot gelijkvormigheid aan Jezus (naar Rom.8:29). Je kunt ten volle veranderd worden naar het beeld van de Schepper (Col.3:10). Hierin vindt je volkomen genezing en beleef je hemelse vreugde. Je komt in het volle licht van God en gaat ook zelf steeds meer licht verspreiden om je heen. Je wordt onberispelijk en onbesmet: een lichtende ster die schijnt in een duistere wereld (naar Fil.2:15).

Na de opening van het zevende zegel leidt dit proces tot de openbaring van de eerste volwassen zonen van God. De gemeente van Jezus functioneert dan samen met haar hoofd als licht der wereld, als een stad op een berg die niet verborgen blijft (Mat.5:14), tot heil voor mens en schepping.

Toenemende duisternis

De vijand wil in deze fase iets geheel anders bewerken. Hij wil de (verdere) verlichting en vernieuwing van mensen en gemeenten tegenhouden. Hij roept grote, pseudo-vrome weerstand op tegen veranderingen in het reeds eeuwen bestaande beeld van God en Jezus. Hoeveel gelovigen willen niet eens nadenken over wie God en Jezus nu werkelijk zijn, laat staan veranderen en vernieuwen in denken. Je loopt tegen een muur van verzet en ontkenning op, terwijl deze dingen toch zo belangrijk zijn in verband met de komst van Christus in de zijnen, met het aanbreken van zijn dag. De ruiters op het rode, zwarte en geelgroene paard geven hun verkregen terrein in het leven van mensen niet zo maar op...

Waar mensen deze werkingen niet onderkennen, kan de zon in hun leven niet (verder) opgaan. De verduisteringen gaan steeds meer situaties en ontwikkelingen bepalen. In plaats van vooruitgang, vindt er achteruitgang plaats. De geestelijke verwarring neemt dan toe. Een duidelijk geluid klinkt niet meer. En wie zal zich dan gereedmaken voor de strijd (naar 1Cor.14:8)?

Scheiding van geesten

Bij het naderen van de dag des Heren komen de positieve en de negatieve werkingen tot volle ontplooiing. Iedere gelovige moet kiezen door welke van deze werkingen hij zich laat leiden, in welke ontwikkeling hij meegaat. Niet-kiezen is geen optie in de tijd van het zesde (en zevende) zegel: je wordt dan vroeg of laat meegenomen in het negatieve.

Door deze werkingen zet de ‘scheiding van geesten’ zich in. Allereerst bij de gelovigen: het oordeel begint in het huis Gods (1Pe.4:17). Zalig hij, die door het verlangen naar zicht op de werkelijkheid van Christus zijn (gedeeltelijke) geestelijke blindheid ontdekt en door Jezus hiervan wordt verlost. Hij mag zijn ogen opslaan en volledig ingaan op de mogelijkheden die Jezus hem biedt bij het openen van het zesde zegel. Wee de gelovige die hieraan geen aandacht schenkt, en de geboden mogelijkheden voorbij laat gaan. Hij leert zijn tijd niet verstaan en bemerkt niets van het verder opengaan van de boekrol. Integendeel: voor hem gaat de hemel terugwijken als een boekrol die wordt opgerold (Op.6:14).

Bewuste keuze

Wilt u zich richten op dat (verder) opgaan van de zon in uw leven, terwijl er van alles gebeurt dat de zon voor uw ogen wil verduisteren? Wilt u Jahweh, uw God, en Jezus, uw Heer, ten volle leren kennen, en vanuit hun waarheid en werkelijkheid leren leven? Wilt u zich losmaken van oude denkbeelden en u laten vernieuwen door wat Jezus u aanreikt met het openen van de boekrol, met name door het verbreken van het zesde zegel? Wilt u dit licht laten doorwerken in uw levenshuis en werkelijk alles laten verlichten?

Open je dan ten volle voor het opgaande licht van zon en maan en verander naar het beeld van je Heer. Benut dit licht, dit verdergaande zicht. Laat het maar doordringen en helderheid geven in alle nog aanwezige schuilhoeken van je hart. Laat het maar orde scheppen, vrede stichten, terwijl al het oude wordt opgeruimd.

Raak niet ontzet door het verzet van je vijanden hiertegen. Geef Jezus alle gelegenheid zijn werk te doen. Verheug je, omdat je het einddoel des geloof mag gaan bereiken (naar 1Pe.1:8,9).

Het volkomene tegemoet

Het volle licht moet nog openbaar komen. We kunnen en mogen niet zeggen: wij weten het nu wel. Ons kennen en profeteren is nog steeds onvolkomen. Pas als het volmaakte komt, zal het onvolkomene hebben afgedaan (naar 1Cor.13:9,10).

Wanneer wij ons als gemeente hierop richten en ons hiervoor openen, in het besef dat Jezus het zesde zegel wil openen in onze levens, geldt voor ons de heerlijke belofte: Uw zon zal dan niet meer ondergaan en uw maan niet meer afnemen, want de Heer zal u tot een eeuwig licht zijn en de dagen van uw rouw zullen ten einde wezen (Jes.60:20).

De gemeente van Jezus wordt dan die vrouw met de zon bekleed en met de maan onder haar voeten (Op.12:1). Zij wordt gaandeweg geheel omgeven door Gods heerlijkheid, zij raakt volledig verbonden met Jezus Christus. In die situatie komt zij tot de baring van het mannelijke wezen (vs.5): het volle zoonschap, de kostelijke vrucht van de Geest.

Ten goede keren

Is elke aardbeving en iedere zons- of maansverduistering in de hemel van mensen een teken dat de Heer in hen aan het werk is, dat het zesde zegel in hun leven opengaat? Nee, we mogen de zaken niet ‘omdraaien’ door de secundaire gevolgen een primaire plaats te geven. Satan wil in ieder mens zijn duistere, kwade bedoelingen uitwerken, al of niet gelovig. De gehele wereld ligt in het boze (1Joh.5:19). Het werk van de boze is geen ‘uitgangspunt’ in het onderscheiden van de geestelijke werkelijkheid. Satan wil mensen nooit iets onthullen, hij wil de realiteit alleen maar verhullen.

Alleen Jezus geeft licht en zicht op de realiteit in de hemel. Hij heeft geen aardbevingen of verduisteringen nodig om je iets duidelijk te maken. Als deze er dan tóch zijn, mag je in verbondenheid met Jezus al deze bijverschijnselen laten meewerken ten goede (naar Rom.8:28). Kies ervoor om je te midden van de moeilijkheden te richten op de mogelijkheden. Niet in wanhoop, maar in geloof, vanuit liefde tot God en Jezus.

Groot wonder

Dan mag je beleven dat ondanks hevige aardbevingen je steeds vaster komt te staan in Gods Koninkrijk, dat de Heer je steeds verder verlost en zijn heil in je leven openbaart. In weerwil van alle pogingen van de vijand om de zon en de maan te verduisteren, en alles om je heen donker te laten worden, mag je ervaren dat de zon voor jouw ogen verder opgaat, dat je steeds meer mag leven vanuit Gods licht. Wat een wonder. Je neemt toe in de genade, je wordt sterk in de worsteling met de boze. Je wordt mondig en door Jezus verder toebereid. Je leeft vol verwachting toe naar de volle openbaring van Jezus Christus in je leven en daarmee in zijn gemeente. Wat een benauwde maar bovenal toch heerlijke tijd, die fase van het zesde zegel.

Jezus zegt tot zijn discipelen: Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt (Luc.21:28). Ik geloof dat deze woorden met name op de tijd van het zesde zegel van toepassing zijn. Laat ze diep in uw hart vallen en bewaar ze in heden en toekomst.