Leven in twee werelden

Inleiding

Vanuit het mensbeeld dat in de vorige Studiebladen is omschreven, willen we ons nu gaan richten op het functioneren van de mens in de omgeving die God voor hem heeft geschapen. Van den beginne heeft God de mens toegerust om in zijn gehele schepping - dus in de hemel en op de aarde - te leven, te groeien, te ontwikkelen. Alle menselijke vermogens die God bij het scheppen van de mens in het aanzijn riep, zijn hierop afgestemd. Bij het nadenken over al deze dingen hebben we de mogelijkheid om ons leven van vandaag hieraan te toetsen.
We zullen daarom in deze fase van onze studie over Gods plan met mensen een grote stap maken vanuit Genesis 1 en 2 naar het heden. Wanneer de belangrijkste functies van de mens aan de orde zijn geweest, zullen we de draad vanuit Genesis weer oppakken.

Vermogens

God heeft de mens vele vermogens gegeven: het vermogen om te zien, te horen, te spreken, te denken, te voelen, te begrijpen, te geloven, te toetsen, te onthouden, te kiezen en nog vele andere. Al deze vermogens zijn vanaf de geboorte in een soort beginstadium aanwezig. Elke gezonde baby kan zien en horen, geluid maken en zich bewegen. Alle vermogens zijn potentieel aanwezig, maar het kind moet alles nog leren gebruiken; de ingeschapen vermogens dienen ontwikkeld te worden. Het vermogen om te zien zal zich vanuit het beginstadium door gebruik en oefening kunnen ontplooien, zodat het kind op een gegeven moment nauwkeuriger gaat zien, dingen gaat herkennen en ‘thuisbrengen’, zijn omgeving leert kennen. Na een bepaalde tijd leert het kind lezen en ontstaat er een zeker ‘inzicht’. Iets soortgelijks zouden we kunnen zeggen over de ontwikkeling van het gehoor tot een duidelijk leren verstaan en begrijpen, of over de ontplooiing van het vermogen om te spreken tot het leren van een taal of zelfs meerdere talen, het vermogen om te bewegen tot een gecontroleerd voortbewegen, enzovoorts. Een enorme ontwikkeling die ‘als vanzelf’ lijkt te verlopen.

Omstandigheden

Bij nader inzien blijkt dat deze groei slechts goed kan verlopen onder goede leiding en in een goede omgeving. Door contact met de ouders in een klimaat van liefde, aanvaarding en vrede, kunnen de eerste goede stappen in de ontwikkeling tot stand komen. Wanneer een kind eenmaal kan gaan herkennen en luisteren, kunnen de ouders nog duidelijker dan voorheen bepaalde dingen aanreiken om de groei van de aanwezige vermogens verder te stimuleren. De contactmogelijkheden worden groter naarmate het kind groeit. Door lering, onderwijs, oefening en training kan in de verdere ontwikkeling steeds meer en steeds dieper ingespeeld worden op de potentiële mogelijkheden.

Het oorspronkelijke

Op deze wijze wilde God zijn doel met de mens bereiken: in een volmaakte omgeving, in een sfeer van liefde, rust en vrede, onder zijn bezielende leiding en in zijn inspirerende en altijd vreugdescheppende aanwezigheid. Daarbij zou God steeds een beroep doen op de wil en de inzet van de mens. Slechts met de volledige medewerking en algehele inzet van de persoon zelf en in een steeds hechter en intenser wordende relatie met God zouden alle vermogens in de mens tot ontwikkeling gebracht kunnen worden en zou de mens volledig bruikbaar zijn voor het plan van God. Zo had de Schepper het bedoeld. God zèlf zou het eerste mensenpaar opvoeden tot de volle kennis, tot een volwassen niveau in hemel en aarde; hierna zou de mens, in het door God bepaalde klimaat en nog steeds onder diens leiding, in staat zijn een soortgelijke ontwikkeling in zijn nageslacht te doen plaatsvinden. We zullen in een later stadium op deze gedachte terugkomen.

Verstoring

Dat het anders is gelopen, is niet te wijten aan God. Door de val van Lucifer en het ontstaan van het rijk der duisternis en het ingaan van de mens op de verleiding van de boze, is de zonde de wereld ingekomen en door de zonde de dood (Rom.5:12). Hierdoor werd de goede ontwikkeling volgens Gods plan verstoord, afgeremd en afgebroken en werden negatieve ontwikkelingen in gang gezet. De mens raakte vervreemd van het leven Gods (Ef.4:18). Slechts door geloof in Jezus Christus kan de mens hieruit loskomen, waarna de door God bedoelde ontwikkeling alsnog tot stand kan komen. Het spreekt vanzelf dat we op deze dingen in aparte artikelen zullen terugkomen; zij worden nu alleen voor de goede orde genoemd.

Eerst het natuurlijke

In de ontwikkeling van elk mens kunnen bepaalde fasen onderscheiden worden. Paulus schrijft dat het geestelijke niet eerst komt, maar het natuurlijke en daarna het geestelijke (1Cor.15:46). Dit is een algemeen geldende waarheid voor alle mensen. Niemand kan begrip krijgen van de geestelijke werkelijkheid als er niet eerst een besef is van de natuurlijke dingen. Toch mogen we bij het lezen van deze woorden van Paulus niet denken aan twee afzonderlijke ontwikkelingen die van elkaar te scheiden zouden zijn en na elkaar zouden dienen te verlopen. Deze opvatting wordt evenwel door velen gehuldigd. Zij is gebaseerd op de gedachte dat de wedergeboorte gezien zou moeten worden als de geboorte (van het geestelijk lichaam) van de mens in de geestelijke wereld en dus als het begin van het geestelijk leven. Vóór dat moment zou de mens alleen maar kunnen leven op aarde; de geestelijke wereld is een voor hem nog ontoegankelijk terrein. Pas na wedergeboorte zou de geestelijke wereld voor hem opengaan en de geestelijke ontwikkeling tot stand kunnen komen. Deze opvatting over wedergeboorte is strijdig met het mensbeeld. Ieder mens heeft vanaf het meest prille begin één leven in twee werelden tegelijk. Het geestelijk lichaam waarmee de mens kan functioneren in de geestelijke wereld, ontstaat niet pas bij de wedergeboorte; het wordt in algehele verbondenheid tezamen met het natuurlijke lichaam vanuit het embryonale stadium opgebouwd. Bij de geboorte komt een mens ter wereld, een wezen met een geestelijk en een natuurlijk lichaam. In alle stadia van ontwikkeling is er een invloed vanuit de geestelijke wereld die juist op dit geestelijk lichaam wordt uitgeoefend. Elke zonde begint in de geestelijke wereld; de situatie die daaruit voortvloeit, de dood, wordt allereerst ‘aan den geestelijke lijve’ ondervonden. Als er voor de wedergeboorte geen geestelijk bestaan zou zijn, zou (ook) de vijand niets met de mens kunnen beginnen.

Goed begin

Elk menselijk leven behoort in beginsel tot het Koninkrijk van God; daar is de bron van het leven. Niemand wordt als een ‘geestelijk dood’ mens verwekt. De geestelijke dood, de situatie van het gescheiden zijn van God, kan pas na een bepaalde tijd door persoonlijke zonde intreden. Alles wat leeft, behoort in eerste instantie toe aan God (Ez.18:4). God wil vanaf het allereerste begin rondom het nieuwe leven de door Hem bedoelde sfeer scheppen waarin alles zich kan ontwikkelen volgens zijn plan. Van aanvang af staan de heilige engelen gereed om het jonge leventje te dienen en te ondersteunen (Mat.18:10). De ouders hebben de taak zich voor hun kinderen in twee werelden in te zetten. Zij dienen hen te heiligen en op te voeden met alle liefde en zorg, zodat het aan hun toevertrouwde leven kan groeien naar Gods bedoelingen. Het rijk der duisternis zit evenwel niet stil; er wordt niet gewacht tot een bepaalde leeftijd of een bepaald moment. Soms bemerken we zelfs al een negatieve inwerking vóór de geboorte. Juist in die eerste levensjaren, tijdens die ‘natuurlijke ontwikkeling’ wordt met name in de geestelijke wereld heel veel werk verzet: vanuit het Koninkrijk Gods om de ontwikkeling op het goede spoor te houden en te vormen, te leiden naar het door God beoogde doel; vanuit het rijk der duisternis om het jonge leven helemaal te laten ontsporen, te misleiden en verleiden, te misvormen en vervormen. In welke mate het een en ander zijn beslag krijgt, is sterk afhankelijk van milieu, omgeving, opvoeding en voorgeslacht. Ondanks al het goede werk vanuit het rijk des lichts komen alle mensen vroeg of laat tot zonde. Niemand onder de mensen is op dit moment in staat zijn kinderen volmaakt te heiligen; zonder het ingrijpen van God in Jezus Christus zouden allen verloren gegaan zijn voor Gods doeleinden.

Wedergeboorte

Door geloof in het werk van Jezus kan de mens wedergeboren worden, opnieuw tot leven komen, dus loskomen uit de geestelijke dood. Zijn zonden worden vergeven; de verzoening met God, de hereniging met Hem, wordt een feit en de geestelijk positieve ontwikkeling kan onder leiding van Jezus Christus weer op gang komen.
De wedergeboorte is derhalve geen ‘geboorte’, geen absoluut begin, maar een nieuw begin; het duidt niet op een ‘gaan leven’, maar op een herleving. De Interlineair Bible geeft als meest letterlijke vertaling van het Griekse woord voor wedergeboorte: ‘regeneration’, een regeneratie. Wedergeboorte heeft dus alles te maken met een hernieuwing, een herschepping, een herleving van de mens, met een overgaan van het geestelijk lichaam uit de situatie van de geestelijke dood naar die van het leven. Het is een terugkeer naar de oorspronkelijk bestaande situatie; de mens komt opnieuw in het Koninkrijk Gods, keert terug naar ‘eigen bodem’.

Hervorming

Naast de mogelijkheid tot wedergeboorte biedt het evangelie van Jezus Christus ons in elk stadium van ontwikkeling en groei alles aan om los te komen van elke verkeerde beïnvloeding en te herstellen van alle gevolgen daarvan. De bijbel spreekt over bevrijding en hervorming, dus over een wegwerken van alle misvorming en vervorming. Dit herstel zal er toe leiden dat het oorspronkelijk bedoelde alsnog tot uiting gaat komen in de mens. Gods plan wordt volledig gerealiseerd, ondanks alles wat er in den beginne, of beter gezegd na dat machtige door God tot stand gebrachte begin, is misgegaan.
In Jezus Christus komt het oorspronkelijke weer helemaal tot uiting; Hij is de eerste mens die volledig beantwoordde aan het beeld dat God voor ogen stond met de mens. Hij is de ware mens, de normale mens. We zullen in een latere fase van onze studie -bij de behandeling van de geboorte, het leven en het werk van Jezus Christus- hierop uitgebreid terugkomen.
Op dit moment is van belang dat wij gaan inzien dat het bewuste functioneren in en vanuit de geestelijke wereld door aanvaarding en toepassing van het evangelie weer helemaal mogelijk is geworden. Het is Gods bedoeling dat wij opnieuw ten volle zicht gaan krijgen op al onze ingeschapen vermogens, om die dan ook in twee werelden tot volledige ontwikkeling te brengen, zodat de mens Gods in alle volheid in ons tevoorschijn komt.

Opvoeding

We mogen op grond van het voorgaande met grote blijdschap werken aan de opvoeding van onze kinderen. Met inzet van al onze vermogens en met toepassing van het gehele evangelie kunnen wij in twee werelden tegelijk stimulerend inwerken op de in hen potentieel aanwezige vermogens.
Eerst dient het kind een beeld te krijgen van de stoffelijke, zichtbare wereld, om zich daarna een beeld te kunnen vormen van de onstoffelijke, geestelijke wereld.
Het één is verweven met het ander. Zodra een kind weet wie zijn vader en moeder is en daarmee kan praten, is het mogelijk te wijzen op de hemelse Vader en de mogelijkheid om met Hem te praten.
We behoeven hiermee niet te wachten totdat ze ‘groot’ zijn; we mogen onze kinderen zodra dit maar mogelijk is, onderwijzen en voorgaan in de dingen van de geestelijke wereld en daarin allerlei voorbeelden vanuit de natuurlijke wereld gebruiken.
Het blijkt dat de meeste kinderen daar volstrekt geen moeite mee hebben, voor hen is de geestelijke wereld niet moeilijk, maar heel logisch; zij ervaren de werking er reeds van. Het is verheugend te zien hoe jonge, nog weinig beschadigde kinderen in de gemeente op een ‘vanzelfsprekende’ wijze leren leven in en vanuit de geestelijke wereld. Dan blijkt hoe ‘dichtbij’ dit alles is... hoe logisch God dit alles heeft gemaakt... hoe eenvoudig dit alles is te begrijpen.
In de opvoeding van onze kinderen zullen wij steeds meer het oorspronkelijke mogen gaan benaderen en uiteindelijk gaan bereiken. Met inzet van al onze vermogens en inwerkend op al hun mogelijkheden zal -onder leiding van Jezus Christus in de gemeente- de ontwikkeling van hun leven, zowel ten aanzien van het natuurlijke, als van het geestelijke, vloeiend en harmonieus ineen sluitend kunnen gaan verlopen.
Heel duidelijk willen wij hierbij stellen dat dit alles hen niet en nooit ontslaat van een persoonlijke keuze voor de Heer; ieder mens kan slechts door aanvaarding van Jezus Christus behouden blijven voor Gods plan.

Niet moeilijk

Waarom is het voor velen op dit moment vaak nog zo moeilijk om concreet en bewust vanuit de geestelijke wereld te leven? Bij jonge kinderen gaat het toch bijna ‘vanzelf’?
Ik meen dat bij de meeste mensen de gezonde en normale ontwikkeling van de vermogens ten aanzien van het geestelijke in eigen verleden is achter-gebleven. Deze is gestoord en verstoord door een (misschien nog) niet duidelijk onderkende inwerking vanuit het rijk der duisternis. Hierdoor wordt het ‘moeilijk’ en lijkt de geestelijke wereld zo ver weg.
Maar ‘alzo is het van den beginne niet geweest’. De duivel maakt het moeilijk; hij wil ons doen geloven dat het eigenlijk allemaal onbereikbaar is. Maar hij is de vader der leugen; wij zullen ons door hem niet (meer) laten afhouden van een bewust leven in en vanuit de geestelijke wereld.

Alles inzetten

Hoe komen wij tot zo'n bewust leven? Door contact en persoonlijke omgang met Jezus Christus en gebruik, oefening en ontwikkeling van al onze vermogens. Als Hij tot ons wil spreken en ons vele dingen wil laten zien, dienen wij het vermogen om te horen en te zien in twee werelden te gebruiken. Hierdoor zetten wij ons hart voor Hem open.
Door gebruik van alle innerlijke vermogens - waardoor wij kunnen denken en voelen, beoordelen, onderscheiden, kiezen en geloven - zijn wij in staat dit alles te verwerken. Met onze mond kunnen wij ons geloof in Hem belijden en elk moment van de dag tot Hem spreken.
Uiteraard zijn wij ook in staat andersoortige informatie door ogen en oren binnen te laten, met andere dingen bezig te zijn en andere dingen uit te spreken.
Te allen tijde dienen we in het gebruik en oefening van onze vermogens een natuurlijk én een geestelijk aspect te gaan onderscheiden. In de komende artikelen zullen we op elk van deze vermogens nader ingaan, teneinde het werk van de boze in alle details te gaan onderscheiden. Tegelijkertijd willen we ons met alles wat in ons is, richten op wat God in en door Jezus Christus met ons voor heeft. We zullen dan ook beter kunnen verstaan welke enorme mogelijkheden voor ons opengaan bij het verdiepen van onze relatie met Jezus Christus.

Keuze

Steeds zal hierbij naar voren komen hoe belangrijk het is ons hart te behoeden boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens (Spr.4:23). Het bewuste leven in en vanuit de geestelijke wereld begint met een duidelijke keuze en krijgt zijn vervolg door steeds opnieuw te kiezen en zodoende te blijven bij de eerste keuze. Dat er veel dingen op ons aan en af komen vanuit het rijk der duisternis zullen we lang niet altijd kunnen voorkomen. Het gaat er om waar wij aandacht aan schenken, wat wij op ons in laten werken, waar wij mee aan de slag gaan ... Dàt is bepalend en daar ligt ook onze eigen verantwoordelijkheid.
De Heer wil ons leiden en begeleiden... elke dag, elk uur, elk moment van ons leven, maar Hij zal ons nooit tot iets dwingen. Wij willen uit eigen vrije wil in gemeenschap met Hem komen tot een leven waarin wij niets meer zullen doen zonder Hem: slechts doen wat wij Hem zien doen (naar Joh.5:19), en spreken wat wij van Hem geleerd hebben (naar Joh.8:28). Dat is het doel van het bewuste leven in en vanuit de geestelijke wereld en daarom zullen wij over deze dingen schrijven.