Jezus in de woestijn

Inleiding

De gebeurtenissen bij de Jordaan hebben in het leven van Jezus een nieuwe fase ingeluid. Hij had Zijn bediening uit Gods hand aanvaard en was tot Christus en Here gezalfd. De doop in water en heilige Geest vormden daar het onweerlegbare bewijs van. Het verbond tussen God en Jezus - tussen de Vader en de Zoon - was bezegeld (zie Stb.68,69). Het werk van Jezus in hemel en op aarde kon gaan beginnen.

Door de Geest geleid

Drie evangelieschrijvers verhalen ons wat er vrijwel direct na die indrukwekkende gebeurtenissen bij de Jordaan heeft plaatsgevonden. Vanuit het totaal van deze beschrij­vingen kunnen we een juist beeld vormen.

Mattheüs zegt dat Jezus door de Geest naar de woestijn geleid werd om verzocht te worden door de duivel (4:1). Het Griekse woord dat hij voor 'leiden' gebruikt (anago), heeft de betekenis van 'omhoog voe­ren', 'naar een hogere plaats brengen'. In deze betekenis komt het onder meer voor in Romeinen 10:7 en Hebreeën 13:20 (vergelijk de verschillende vertalingen). De Leidse Vertaling gebruikt in Mattheüs 4:1 'opge­voerd'.

Marcus verwoordt het in hoofdstuk 1:12 op de volgende wijze: En terstond dreef de Geest Hem uit naar de woestijn. Daar staat in de grondtekst het woord 'ekballo' wat drijven, uitwerpen, uitzenden, wegzenden betekent. Maar ook: iets (zonder enig geweld) voortbrengen, baren, aan het daglicht brengen, te voorschijn brengen. Zie bijvoorbeeld: Mattheüs 12:35 en 13:52.

Lucas beschrijft het gebeuren weer anders, waardoor het beeld nog verder aangevuld wordt: Jezus nu, vol van de heilige Geest, keerde terug van de Jordaan en werd door de Geest geleid in de woestijn (4:1). De vorm waarin het werkwoord 'leiden' hier wordt gebruikt, duidt op een voortgaande handeling. Lucas bezigt hier een ander woord dan Mattheüs: 'ago' in plaats van 'anago'. Dit woord duidt onder meer op een 'meenemen', een 'samen voort­gaan', een leiden door 'te vergezel­len naar een plaats'. Zo leidde Andreas zijn broeder Simon tot Jezus (Joh.1:43) en bracht (leidde) de barmhartige Samaritaan de gewonde man op zijn eigen rijdier naar een herberg (Luc.10:34). Zie ook Handelingen 9:27 SV.

Vol van de Geest

Jezus was geheel vervuld geraakt van de Geest Gods. De beleving hiervan was zo intens en zo vol, dat hij de eenzaamheid opzocht om dit alles in gemeen­schap met Zijn Vader te verwerken. Voor het eerst voelde Hij het zachte drijven van de Geest Gods van binnenuit. Voor het eerst ervaarde Hij de gemeenschap met God op dit niveau. Dit ging door alles heen. Alles wat in Jezus was, werd aangesproken, geroerd, omhuld, doordrenkt door de Geest en vervuld tot alle volheid Gods.

Hij zocht de stilte en vond deze in de woestijn. Daar werd Hij heengeleid. Aldaar werd Hij door de Geest opgevoerd en verder ingeleid. Hij werd omhoog gevoerd, naar een hogere plaats gebracht (Mattheüs). Een schitterend gebeuren in de geestelijke wereld, in het Koninkrijk Gods, dat plaatsvond terwijl Jezus in de woestijn verbleef. De Geest Gods was voortdurend werkzaam, de Vader voerde Hem in diepe gemeenschap mee (Lucas).

In de Willi­brord­ver­taling (herziene uitgave) staat: Hij hield Zich veertig dagen lang in geestvervoering op in de woestijn (Luc.4:1). Een treffende beschrijving!

Er werd iets gebaard, er kwam iets te voorschijn (Marcus): de mens Gods in volheid, in mannelijke rijpheid, vervuld met heilige Geest, tot alle goed werk volmaakt toegerust. Jezus openbaarde Zich in de geestelijke wereld als de Christus, de Gezalfde, de Heer. Hij verscheen als de grote Eersteling, de nieuwe Koning en Hogepriester, de blinkende Morgenster, volledig gereed om in de wereld uitgezonden te worden en het werk Gods dat Hem in handen gegeven was, te gaan uitvoeren.

Groots gebeuren

Jezus gebruikte de tijd in de woestijn om dit grootse gebeuren samen met Zijn God te doorleven. Veertig dagen lang dacht Hij niet aan eten en drinken, was Hij niet bezig met aardse zaken. Hij was volkomen gericht op en geheel vervuld van alles wat er in de geestelijke wereld aan de orde was.

Wat een intense vreugde zal dit ook teweeg hebben gebracht bij de engelen Gods. Zij zullen gejubeld en gejuicht hebben en onmiddellijk hun plaats ten opzichte van deze nieuwe Koning en Heer in het Koninkrijk Gods hebben ingenomen. Dit blijkt onder meer uit Marcus 1:13, waar staat: En de engelen dienden Hem.

Michaël en Gabriël zullen hierin vooraan zijn gegaan. Zij zullen als aartsenge­len, als sterkste cherub en voornaamste seraf hun dienende positie als 'engelen van Jezus' hebben ingenomen. Deze Zoon van God kon op de aller­grootste en allerbreedste steun vanuit de engelenwereld rekenen.

Reactie

Het is niet verwonderlijk dat er ook vanuit het rijk der duisternis gereageerd werd op het gebeuren bij de Jordaan en in de woestijn. Zoiets groots en moois, zoiets goddelijks blijft niet onopgemerkt door de duivel.

Al die jaren voorafgaande aan de doop in water en heilige Geest had Satan niets kunnen uitrichten ten opzichte van Jezus. Deze werd op een volkomen wijze door Zijn Vader geheiligd (Stb.67). Maar nu Jezus als zelfstandig mens ging functioneren en werken, en Zijn heiliging voor het eerst geheel zèlf ter hand zou nemen, dacht Satan een goed moment gevonden te hebben om deze mens te benaderen.

Er kwam oorlog in de hemel. Wat zich in de eindtijd direct na de openbaring van de eerstelingen der zonen Gods zal voltrekken - beschreven in Openba­ring 12:7 - zal zich natuurlijk ook hebben voltrokken toen daar in de woestijn de Zoon van God zich openbaarde. Juist op Hem zal alles afgekomen zijn. Ook daar werd Jezus - in de woestijn zijnde - mee geconfronteerd. Ook dat was voor Hem aan de orde. Daar werd Hij eveneens ingebracht. Daar kon Hij niet omheen; Hij moest er dwars doorheen. Niet helemaal alleen, maar samen met Zijn Vader, in verbondenheid met Hem.

Vuurdoop

Voor Jezus was dit een vuurproef. Voor het eerst kwam Hij op deze directe wijze in confrontatie met het rijk der duisternis dat iedere vorm van opgang wil verstoren en verhinderen, met het geestelijke vuur dat al wat leeft wil aantasten en vernietigen. Dat was het gevolg, het begeleidende verschijnsel van de heerlijke opgang in de Geest: een vuurdoop na de water- en Geestes­doop.

Deze verzoekingen vormden dus niet de kern van alles wat plaatsvond in de woestijn. Daarvoor werd Jezus niet naar deze plaats geleid, al zou men dit op grond van Mattheüs 4:1 kunnen denken. Het redengevende woordje 'om' komt niet voor in de grondtekst. De Groot Nieuws bijbel zegt hier: De Geest voerde Jezus naar de woestijn, waar de duivel Hem op de proef zou stellen. Dit komt overeen met wat Lucas in 4:2 aangeeft: ... door de Geest geleid in de woestijn, waar Hij veertig dagen verzocht werd door de duivel. De plaats waar God Jezus naartoe leidde om Hem in alle rust en vrede naar een bijzonde­re geestelijke hoogte op te voeren, zou tevens de plaats zijn waar de duivel Hem tegemoet wilde treden.

Dit doet ons terugdenken aan het paradijs, waar Satan ook een boom uitkoos die het dichtst bij de boom des levens stond (zie Stb.29 blz.8,9). Hij is de grote imitator, degene die te allen tijde wil werken op de plaats en in de situatie waar God Zich openbaart.

Naast elkaar

Beide processen zijn veertig dagen lang naast elkaar voortgegaan. De leiding van de Geest en de tegenstand van de boze. Het was werkelijk oorlog in de hemel. Ik meen dat Marcus de situatie raak typeert: En Hij werd in de woestijn veertig dagen verzocht door de satan. Hij was bij de wilde dieren (beeld van de machten der duister­nis), en de engelen dienden Hem.

Michaël en zijn engelen stonden aan Jezus' kant. Zij streden in deze geestelijke oorlog met Jezus mee (vergelijk Op.12:7,8).

Voor Jezus bleef het positieve gebeuren voorop staan. Dat was voor Hem primair. Daar verheugde Hij Zich in. De leiding van de Geest, het omhoog­voeren, het baren en te voorschijn komen van de volle en kostelijke vrucht ging door, ondanks de aanwezigheid van de duivel en zijn rijk. Niets kon dit heerlijke, goddelijke proces tegenhouden of beïnvloeden. De vijand kwam er gewoon niet aan te pas.

En zo had God het bedoeld. Dat was wat God voor mogelijk hield. Daartoe had Hij Adam reeds opgeroepen. En nu ging dit in vervulling!

Onaantastbaar

Te midden van het vuur, omringd door de wilde dieren, werd Jezus door de Geest voortgeleid en kwam er in de geestelijke wereld te voorschijn wat God bedoelde. Het vuur voegde daar niets aan toe en haalde er ook niets vanaf. Hetzelfde geldt voor de 'wilde dieren'. Zij hadden geen enkele invloed op wat zich in Jezus voltrok.

Jezus ging door het vuur heen en bleek daartegen bestand te zijn. Niet door de werking van het vuur, maar door de werking van de Geest. Dàt maakte Hem 'vuurbestendig'. Puur goud verandert niet in het vuur - zelfs niet in het heetste vuur - omdat het goud is. Bij het louteren van goud in het vuur verdwijnen alleen de onzuivere bestanddelen, dus alles wat niet echt, puur goud is.

Het leven Gods in Jezus (puur goud) was onaantast­baar. Niet dankzij het vuur, maar ondanks het vuur!

Geen functie

Het vuur heeft dus geen enkele functie in de openbaring van de volle en kostelijke vrucht in het leven van een mens. God noch Jezus dopen ons in vuur. Dat overkomt ons van de zijde van de duivel. Het is een 'onontkoom­baar' gevolg van wat door de doop en vervulling met heilige Geest in het leven van de mens tot stand kan komen: de ontwikkeling en baring van het volwassen zoonschap Gods.

In die zin is de uitspraak van Johannes de Doper te verstaan: Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur (Mat.3:11, Luc.3:16). Marcus laat het laatste gedeelte terecht weg. Hij noemt alleen het essentiële: Hij zal u dopen met de heilige Geest (1:8).

Jezus heeft de duivel niet nodig om mensen naar hun bestemming te voeren of het leven Gods in hen tot volle wasdom te brengen. Hijzèlf voert hen naar de waterbronnen des levens (Op.7:17). Hijzèlf verzadigt hen met het goede!

Wanneer wij - samen met Jezus en volkomen gericht blijvend op Hem - dwars door het vuur heengaan en daardoor gelouterd worden, verdwij­nen alleen de onzuiverheden uit ons leven: die delen die er voorheen door de vijand zijn ingebracht. Daarmee valt hij in wezen in zijn eigen zwaard! Wat hij ten kwade denkt, mogen wij in verbondenheid met onze Heer, in deze zin ten goede laten meewerken (zie ook Stb.55 blz.7,8)!

Het ware leven Gods in ons wordt evenwel niet hierdoor tot ontwikkeling ge­bracht. Dat is het werk van Jezus in ons. Hij is het die alles in allen volmaakt (Ef.1:23).

Vanuit het zichtbare

Na veertig dagen en veertig nachten vasten, kreeg Jezus honger. Volstrekt begrijpelijk. Een mens kan niet blijven vasten. Het lichaam heeft op een gegeven moment voedsel nodig. Daar is niets mis mee!

Toch was dat een moment, waarop Satan kansen zag. Het feit dat Jezus' aandacht in die fase mede uitging naar wat in het zichtbare nodig was, werd door hem aangegrepen: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen broden worden (Mat.4:3).

Het lijkt op erkenning van het zoonschap van Jezus. Op aansluiting bij de woorden die God tot Jezus sprak aan de Jordaan: Gij zijn Mijn Zoon. Maar het 'indien' geeft aan dat die erkenning er in feite helemaal niet is. Jezus wordt met deze woorden uitgedaagd om Zijn zoonschap te bewijzen en de goddelijke kracht die Hem is gegeven, uit te proberen.

Jezus wist Zich evenwel niet alleen de Zoon van God, maar ook de Knecht des Heren. Iemand die alleen handelt wanneer Hij daartoe opdracht krijgt van Zijn Heer. Jezus wilde niets doen uit Zichzelf, noch op aangeven van iemand anders. Hij wilde alleen doen wat God Hem liet zien (Joh.5:19). Hij liet Zich niet verleiden om de kracht des Heren aan te wenden ten bate van Zichzelf. Hij bleef gericht op het woord en de wil des Vaders. Deze zou Hem leiden en Hem van al het nodige genoegzaam voorzien!

Woord Gods

Jezus antwoord was heel duidelijk: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat. (Mat.4:4). Daarmee citeerde Hij Deuteronomium 8:3.

Ondanks de honger bleef Hij staan, vast in het geloof, in geen enkel opzicht twijfelend. Hij bracht in praktijk wat Hij later zou verkondigen: Maak u dan niet bezorgd, zeggen­de: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft. Maar zoek eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden (Mat.6:31-33).

Hij versloeg de vijand met het woord Gods. Met Zijn onwankelbare geloof in dat woord, geheel ingebed in de gezindheid van de dienstknecht.

Hernieuwde poging

Toen nam de duivel Jezus mee naar de heilige stad en hij stelde Hem op de rand van het dak des tempels (Mat.4:5). Dit moet in een visionaire toestand zijn gebeurd. Jezus is de woestijn niet uit geweest. De duivel kon Hem niet zomaar meenemen. In de geest(elijke wereld) heeft hij Jezus iets voor ogen gesteld. Dat was evenwel niet minder reëel!

Werd de eerste verzoeking afgeslagen door een schriftwoord - 'er staat geschreven' - de tweede werd ermee ingeleid: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan naar beneden; er staat immers geschre­ven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u, en op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot (vs.6).

Maar ook hierop ging Jezus niet in, al werd er een schriftwoord gebezigd. Hij doorzag het doel van de vijand om Zijn voortdurende en allesomvat­tende relatie met God te verstoren. En op basis van de ontstane zelfstan­digheid als Zoon de totale afhanke­lijkheid van de Vader te doorbre­ken. Hij wilde de ontvangen kracht en macht niet misbruiken, doch slechts daar inzetten waar God het nodig achtte.

Daarom antwoordde Jezus: Er staat ook geschreven: Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken (vs.7).

Laatste aanval

Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid, en zeide tot Hem: Dit alles zal ik U geven, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt (Mat.4:8,9).

Jezus zou de Heer van de hele wereld worden. Hij was geroepen om de heerlijkheid van Gods schepping volledig te voorschijn te brengen. Dat zou zijn beslag krijgen langs de weg die God Hem wees. De weg van het Lam. De weg van lijden, sterven en opstaan. Een lange weg door 'alle hemelen' heen.

Met het doel van God voor Zijn leven in de mond wees Satan Hem een kortere, veel gemakkelijker weg. Zonder lijden en sterven, zonder allerlei moeilijk­heden en strijd. Door zich slechts voor hem neder te werpen en hem te aanbidden.

Wat een verleiding en intens gemene verzoeking. Een weg geheel buiten de waarheid en werkelijkheid van Gods Koninkrijk. Langs zo'n weg zou de Christus Gods nooit vergeving en verzoening hebben kunnen bewerken. Hij zou de weg zijn gegaan van de eerste Adam...

Jezus doorzag ook deze opzet. Hij reageerde als ware Zoon van God en Knecht des Heren. Hij wilde in volkomen liefde en trouw gehoorzaam blijven aan de wil en bedoeling van Zijn Vader. Zich slechts aan Hem onderwerpen en alleen Hem aanbidden. Daarom zei Jezus: Ga weg, Satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen (vs.10).

Overwinnaar

Toen liet de duivel Hem met rust en zie, engelen kwamen en dienden Hem. (Mat.4:11). Jezus had standgehouden in deze eerste grote confrontatie met het rijk der duisternis. Hij was op alle fronten overwinnaar geworden. Op geen enkele wijze had de vijand ook maar enig voordeel kunnen behalen.

Jezus' relatie met God was ongestoord doorgegaan. Zijn geloof en vertrouwen waren alleen maar verdiept, Zijn gehoor­zaamheid, liefde en trouw opnieuw bevestigd. Hij was als zelfstandig geestelijk mens volkomen afhankelijk gebleven van Zijn God.

Vreugde

Wat een vreugde zal deze eerste en zo belangrijke zege van Jezus teweeg hebben gebracht in het Koninkrijk Gods. Allereerst bij God zèlf: Zijn geliefde Zoon, Zijn Christus had overwonnen. De uitvoering van Zijn plan lag in zeer goede handen. Dat was gebleken en aan alle hemelingen duidelijk gemaakt. Michaël en zijn engelen zullen hebben gejuicht om deze overwinning van hun Heer, een zege waaraan zij als strijdende cherubs hadden mogen bijdragen.

Gabriël en zijn engelen zullen hun priesterlijke diensten ten opzichte van Jezus onverwijld hebben vervuld. Zij kwamen en dienden Hem. Zij zullen Jezus op goddelijke wijze eten en drinken hebben gebracht en Hem als serafs vanuit het Koninkrijk van Zijn Vader ruimschoots hebben voorzien van al het nodige.

Voorbeeld

Wij dienen dit volmaakte voorbeeld van onze Heer ter harte te nemen en na te volgen. Om evenals Hij te leren overwinnen door ons onvoorwaardelijk geloof in het levende woord van God. Door ons als zoon van God en knecht des Heren op te stellen en alleen dat te doen wat de Heer van ons vraagt. Door slechts Zijn weg te bewandelen in totale afhankelijkheid en volkomen gehoorzaamheid aan Hem.

Dan zullen ook wij tot (méér dan) overwinnaars kunnen uitgroeien door Hem die ons heeft liefgehad en ons op deze weg is voorgegaan.

Vertrouwen

Vol vertrouwen keerde Jezus uit de woestijn terug. Vol van de Geest en kracht van God. Zijn werk op aarde zou nu werkelijk gaan beginnen. De prediking van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen zou nu weldra uit Zijn mond gaan klinken. De nieuwe tijd was aangebroken.