De leer van dopen (2)


Inleiding

In de bijbel wordt gesproken over de leer van dopen (Hebr.6:2). In de grondtekst staat hier niet het werkwoord 'dopen', maar de meervouds­vorm van het zelfstandig naamwoord 'doop'. Het gaat dus niet over het dopen, maar over de dopen, de doopsels (Can). De Lutherse vertaling spreekt over de onderwij­zing omtrent de dopen. Daar worden de beide dopen onder verstaan die in het leven van Jezus aan het begin van Zijn bediening hebben plaatsge­vonden: de doop in water en de doop in heilige Geest.

Deze onderwijzing is voor ons leven in Christus van groot belang. Het is verbonden met het gericht zijn op het volkomene (vs.1). Vandaar dat we op deze dingen ingaan.

Fundament

Vaak worden de water- en Geestesdoop op grond van het bekende gedeelte uit Hebreeën 6 louter gezien als 'onderdelen' van het fundament van het geloof. Zodra de bekering van dode werken, het geloof in God, de leer van dopen, de oplegging der handen, de opstan­ding der doden en het eeuwig oordeel in het leven van de gelovige hun beslag hebben gekregen, is het fundament voltooid en kan met de opbouw daarop worden begonnen.

Toch dienen we dit schriftgedeelte anders te lezen. In feite wordt er niet gesproken over het fundament bestaande uit een aantal onderdelen, en over het toewerken naar het volkomene. De Hebreeënschrijver roept gelovigen op om zich te richten op het volkomene in de bekering vanuit het fundament van bekering. Evenzo op het volmaakte in het geloven vanuit het fundament van geloof in God. En op het volwassene in de dopen vanuit het fundament van de leer van dopen, etc.

Ontwikkeling

Bekering en geloof zijn geen eenmalige gebeurtenissen of zaken. Zij zijn en blijven van wezenlijk belang gedurende de gehele ontwikkeling naar het volkomene. We hebben daar reeds eerder bij stilgestaan (Stb.25 blz.2,3).

Zo ook ten aanzien van de leer van dopen. De doop in water is niet voltooid als de doophandeling is verricht. Er is dan slechts een fundament gelegd, een begin gemaakt met het willen vervullen van de gerechtigheid Gods. Vanuit dit fundamentele dient de mens-in-Christus zich te richten op het volkomene hierin, dus op het vervullen van alle gerechtigheid in zijn leven. En dat is een ontwikkeling. Het duidt op het gaan van een weg. We hebben daar in het vorige Studieblad al bij stilgestaan.

Doop in heilige Geest

Voor de doop in heilige Geest geldt hetzelfde. We hebben reeds naar voren gebracht dat deze doop van oorsprong is bedoeld als het prachtige en allesom­vattende antwoord van God op het volmaakte 'JA' van de geestelijk volwassen mens. En dus in diens geestelijke ontwikkeling pas aan de orde, wanneer hij deze volmaakte keuze kan maken (zie Stb.70).

Door de genade die God in Jezus Christus heeft geschonken, is niet alleen het moment van de waterdoop naar voren gehaald. Ook de Geestesdoop mag veel eerder ontvangen worden dan in het stadium van geestelijke volwassenheid.

Ook ten aanzien van deze doop geldt dat er reeds in de eerste fase van het kindschap Gods een fundament gelegd mag worden, waarop kan worden doorge­bouwd. Petrus geeft dit aan in zijn eerste toespraak (zie Hand.2:38,39). En ook Paulus spreekt over het ontvangen van de heilige Geest der belofte na het tot geloof komen (Ef.1:13). Daar hoeft niet jaren op gewacht of voor gestreden te worden; het mag direct worden ontvangen! Wat een genade!

Antwoord

Vanuit de toespraak van Petrus in Handelingen 2 blijkt dat het ontvangen van de heilige Geest gekoppeld is en blijft aan de doop in water: Een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus ... en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Hetzelfde blijkt uit Handelingen 10:47 en 19:5,6.

De doop in water en heilige Geest behoren bij elkaar. Niet alleen in het oorspronkelijke, maar ook nu, in het actuele. Daarin hoefde niets te worden gewijzigd. Dit is van kracht gebleven. En dat is heel mooi.

De leer van dopen stond en staat voor het verbond dat God in wederzijdse liefde met ieder mens persoonlijk wil sluiten. De doop in heilige Geest is en blijft daarin het heerlijke bevestigende antwoord van God en Jezus op de waterdoop van de mens. Het is hun aandeel in de verbonds­slui­ting.

Actie van Jezus

Jezus is door God gedoopt in heilige Geest. Daarmee is Hij tot Christus gezalfd en tot Here gemaakt. Vanaf dat moment mocht Jezus als mens in de gestalte Gods in alle vrijheid gaan werken met de Geest Gods.

Bovendien mocht Hij als Christus deze Geest gaan schenken aan wie Hij wilde. Om zodoende een gemeente te verwerven, die geheel vervuld kan worden van Hem (Ef.1:23).

Dit prachtige werk heeft God geheel in de handen van Zijn Zoon gelegd. Het is Hem vol liefde en geloof toevertrouwd. Jezus is door God aange­steld als de Doper in heilige Geest (Mar.1:8, Joh.1:33). En vanaf de pinkster­dag is Hij daarin actief.

Uiteraard doet Jezus niets buiten Zijn Vader om. God en Jezus zijn in alles tot één geworden (Stb.69 blz.5). Wanneer iemand in de Geest gedoopt wordt, is dit dus een handelen van de Zoon met volledige instemming van de Vader.

Inwijding

De mens die door Jezus in de Geest Gods wordt gedoopt, wordt met zijn inwendige mens - zijn geestelijk lichaam - opgenomen in het geestelijke lichaam van God. Hij komt in die geestelijke situatie waarin Jezus, Zijn Heer reeds is: aan het hart van God. Zijn leven is vanaf dat moment met Christus verborgen in God (Col.3:3). En dit mag tot in eeuwigheid zo blijven bestaan en voort­gaan.

Ieder mens die zich in woord en daad toewijdt aan de Christus (waterdoop), kan door Jezus worden ingewijd in deze heerlijke, verheven situatie (Geestesdoop). Een door geloof gereinigd hart en een eenvoudig gebed om deze gave te mogen ontvangen, is in feite voldoende. Handoplegging kan daarbij worden toegepast (Hand.8:14-17), maar dit is niet altijd noodzake­lijk (10:44). Met milde hand schenkt Jezus geheel naar het hart van God de heilige Geest Gods aan allen die Hem er in geloof om vragen (zie ook Luc.11:13)!

In Christus

De mens raakt hierdoor in zijn diepste wezen verbonden met het hart van Jezus en God. De positie die hij reeds vanaf de wedergeboorte in Christus mocht innemen, wordt versterkt, verinnigd, bevestigd en bekrachtigd. De aanduiding mens-in-Christus krijgt nog meer betekenis. Jezus krijgt de vrije beschikking over het leven van de mens. En deze krijgt - in Christus - deel aan de goddelijke natuur (2Petr.1:4).

De mens is daardoor niet meer van zichzelf, maar van Christus en van God (1Cor.6:19). Vanuit deze grondslag mag en kan het verdere leven Gods ontwikkeld worden, totdat de volle wasdom daarin is bereikt (naar Ef.4:13).

Onderpand

Door het ontvangen van de heilige Geest heeft de mens-in-Christus een onderpand in handen gekregen van de volle erfenis (Ef.1:13). Op basis hiervan mag hij verwachten dat zijn leven uiteindelijk even 'vol' van de Geest zal worden als bij Jezus: werkelijk geheel vervuld met heilige Geest.

Wat bij Jezus in één moment kon plaatsvinden, duurt bij de gelovige veel langer. Het eindresultaat is hetzelfde; de weg waarlangs is anders.

In het vorige studieblad hebben we het gebeuren in Jezus' leven vergeleken met een gave, vetvrije spons, die zich in één keer kon volzuigen met water. In onze levens is er veeleer sprake van een (nog) vette spons, die zich niet gelijk kan volzuigen met het water waarin hij terechtgekomen is. Daar dient eerst een verdere en diepergaan­de reiniging plaats te vinden. Er moet nog het één en ander 'uitgespoeld' worden. En dat heeft tijd nodig!

Verlossing

Deze verdergaande reiniging en heiliging kan juist door de doop in heilige Geest tot stand komen. Dat blijkt eveneens uit Efeze 1:13. Wij ontvangen de heilige Geest tot verlossing! Juist door het 'van binnen' deel krijgen aan Christus, kan de verdere verlossing van ons leven gestalte krijgen (naar 2Cor.1:10b). Hierdoor kan Jezus - door heilige Geest werkende - ons in alle liefde en vrede in eigen geweten overtuigen van zonde en van gerech­tigheid en van oordeel (naar Joh.16:8). Dus alle mogelijkheden vanuit de gerechtig­heid laten zien en aangeven om tot de volkomen scheiding met de zonde(mach­ten) te komen.

Vervolgens zal Jezus ons van binnenuit ondersteunen bij het slechten van schansen en bolwer­ken (Stb.53). En kan Hij de innerlijke genezing tot in alle donkere schuil­hoeken van ons hart laten doorwerken (Stb.17). Iedere nog verborgen vijand brengt Hij daarbij op een gegeven moment aan het licht. Er kan niets verborgen blijven; alles zal geopenbaard worden (Mar.4:22).

Uiteindelijke zal Jezus in diepe gemeenschap met ons in heilige Geest op alle terreinen van ons leven het oordeel tot overwinning bren­gen (naar Mat.12:20) en de volkomen en eeuwige verlossing bewerken (Jes.45:17).

Vernieuwing

Door onze relatie met Hem in heilige Geest kan de vernieuwing van denken, de opening van ons verstand, het vrijzetten van al onze vermogens gestalte krijgen (zie ook Stb.13 t/m 20). Het leven Gods in ons wordt in het brongebied gevoed door Hem uit wie alle leven is! Hierdoor kunnen ook de 'hogere uitingen' van onze vermogens tot ontwikke­ling worden gebracht; kunnen de gaven (begaafdheden) van de Geest - zoals het spreken in nieuwe tongen (talen) - naar voren komen en kan de vrucht van de Geest in al haar facetten zich zetten en gaan rijpen.

Verzegeling

Door de doop in heilige Geest worden wij van Godswege verzegeld (Ef.1:13), ontvangen wij het waarmerk van God over ons leven, het bewijsstuk van Zijn wil ten aanzien van ons. Jezus zet als het ware een 'handtekening' onder ons bestaan. Hij wil ons garanderen dat Hij het goede werk dat Hij in ons is begonnen, ten einde toe zal voortzetten, tot de grote dag van Christus (Fil.1:6). Wij mogen er daarom van verzekerd zijn dat werkelijk niets ons meer zal kunnen scheiden van de liefde Gods welke is in Christus Jezus (Rom.8:39). En dat wij rein en onberispelijk zullen zijn tegen Zijn dag, vervuld van de vrucht van gerechtigheid, welke is tot eer en prijs van God (Fil.1:10,11).

Dit alles ligt zeker en vast. Door de Geest zijn wij verzegeld tegen de dag der verlossing, de grote dag van Christus (Ef.4:30).

Vroege en late regen

Op andere plaatsen in de bijbel wordt voor het proces van doop en vervul­ling met heilige Geest het beeld gebruikt van de vroege en late regen.

Deze voorstelling is ontleend aan de landbouw. De vroege regen in de herfst was nodig om het land voor te bereiden op het ontvangen van het zaad. Maar om uitein­delijk de volle en kostelijke vrucht van het gezaaide te kunnen verkrijgen, was ook de late regen in de lente noodzakelijk. Beide regens worden in de bijbel steeds tezamen genoemd als bewijs van Gods goedheid en zorg (Lev.26:4, Deut.11:14).

De doop in heilige Geest is in dit beeld te vergelijken met het vallen van de vroege regen. Het biedt de basis voor de ontwikkeling van het leven Gods.

De late regen bewerkt de volkomen vervulling met de Geest, een vol worden van het geloof en de kennis van Christus, het gaan voldoen aan de maat van de wasdom der volheid van Christus (Ef.4:13).

In dit kader spreekt Jacobus 5:7,8 duidelijke taal: Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij.

Men leze in dit verband ook eens de prachtige, profetische woorden uit Joël 2:23-26.

Grote genade

Zonder de doop in heilige Geest in het beginstadium van ons leven met Christus zou al het bovenstaande niet mogelijk zijn. Het is een grote genade van God dat wij na onze bekering en waterdoop de Geest als onderpand mogen ontvangen en reeds in die beginfase deel mogen krijgen aan de volheid Gods die in Christus Jezus is (naar Col.2:10).

Wij kunnen onze God daar niet genoeg voor danken. Hij is de God van onze redding en verlossing, de vaste rots van ons behoud. In Jezus Christus heeft Hij werkelijk alles beschikbaar gesteld en door Zijn goddelijke kracht ons begiftigd met alles wat tot leven en godsvrucht strekt (2Petr.1:3).

Relatie

Wij behoren in ons leven daarom niet bij dit heerlijke begin te blijven stilstaan, maar vol liefde en geloof door te bouwen op het fundament van de leer van dopen.

Het eerste 'JA' vastgelegd in de waterdoop, is beantwoord door het 'JA' van Jezus in de Geestesdoop. Daarmee is het verbond tussen de Heer en ons gesloten en zijn wij één geest met Hem geworden.

Ieder volgend 'JA' van ons is een stap vooruit op de weg; het is een doorbou­wen op het gelegde funda­ment, een verder gestalte geven aan de betekenis van de ­waterdoop, het uitleven en waarmaken van het verbond.

En ook hierop antwoordt Jezus. Hij blijft elke positieve keuze van ons bevestigen en bekrachtigen en daarmee van Zijn kant verder gestalte geven aan de inhoud van de Geestesdoop.

En zo mag dat voortgaan in een permanente wisselwerking tussen Hem en ons. Wij wijden ons steeds meer toe, Hij wijdt ons steeds verder in. Er ontstaat een steeds dieper en hechter wordende relatie tussen Jezus en ons. De heiliging naar geest, ziel en lichaam krijgt gestalte. Het beeld van de Zoon begint zodoende in ons te voorschijn te komen.

Gericht op volkomene

Vanuit het fundamentele wil Jezus zich samen met ons richten op het volkomene in de water- en Geestesdoop (naar Hebr.6:1). Hij wil ons niet alleen grondvesten, maar ook sterken, bevestigen en volmaken (naar 1Petr.5:10). Het proces van opbouw op het fundament zal uitmonden in een gelijkvormig worden aan Hem. De doop in water en heilige Geest zijn dan 'volwassen' geworden, gelijkvormig geworden aan de dopen in het leven van Jezus. Het oorspronkelijk door God bedoelde, is dan toch geheel te voor­schijn gekomen.

Met dat doel dienen de fundamenten in het leven van de mens te worden gelegd. Om vervolgens binnen de gemeente en onder leiding van het Hoofd daarop voort te bouwen en het gehele 'gebouw' te gaan voltooien.

Samen op

De opbouw op het fundament van de dopen houdt voor ons steeds opnieuw een keuze in: een verder invullen van onze waterdoop. De keuze om heel concreet de gerechtigheid te willen vervullen. Je leden dus heel bewust - en steeds weer opnieuw - ten dienste te stellen van deze gerechtigheid (naar Rom.6:13).

Dit heeft heerlijke gevolgen voor wat betreft de verdere vervulling met heilige Geest. Dit werkt op elkaar in. Jezus heeft Zich aan ons verbonden. Hij benut elke mogelijkheid om Zijn werk in ons voort te zetten. Hij talmt niet met de belofte. Hij schenkt zodra het kan de grotere volheid van Zijn Geest.

De Heer zal daarbij nooit tegen onze wil ingaan. Wel zal Hij ons altijd van binnenuit aanmoedi­gen en ondersteu­nen in het consequent kiezen voor het goede, het welgeval­lige en volkome­ne. Tevens schenkt Hij ons 'van buitenaf' hulp door middel van de heilige engelen. Aan alle kanten wil Hij ons tegemoet komen, opdat Zijn woord en werk in ons snelle voortgang hebbe en verheerlijkt worde (naar 2Thes.3:1).

Word vervuld

Op deze wijze is de oproep uit Efeze 5:18b te begrijpen en waar te maken: Word vervuld met de Geest! Wij weten dat wij niet zèlf de beschik­king hebben over de Geest Gods. Dit is in Jezus' hand. Doch door onze (keuze van de) waterdoop te bevestigen en te laten doorwerken, zal de Heer de Geestesdoop verder kunnen uitwerken en zullen wij uiteindelijk vervuld worden tot alle volheid Gods (Ef.3:19).

Wat een heerlijke concrete manier wordt ons hierbij in handen gegeven om in eigen leven aan de verdere vervulling met heilige Geest te werken!

In dit bezigzijn zal de late regen zijn werk kunnen doen en de geestelijke volwassen­heid te voorschijn doen treden.

Weg

Het volledig beslag krijgen van de leer van dopen in onze levens houdt dus voor ons in het gaan van een heerlijke weg in plaats van het beleven van een prachtig moment.

Wanneer wij deze weg geheel bewandelen, zal het zoonsle­ven zich in volwas­senheid gaan openbaren. Vervuld met heilige Geest zullen wij als volwassen zonen Gods onze speciale bediening voor de eindtijd mogen aanvaarden en uitwer­ken. We zullen evenals Jezus destijds met heilige Geest en met kracht gezalfd mogen rondgaan, weldoende en genezende allen, die door de duivel overwel­digd zijn; God en Jezus zullen met ons zijn (naar Hand.10:38). De bijbel spreekt in dit verband over een periode van 42 maanden, symbo­lisch gelijk aan de drie en een half jaar van Jezus' rondwandeling op aarde. In deze periode zal de gemeente van Christus in haar totaliteit tot volheid komen. Aan het einde daarvan zullen we - evenals Jezus destijds - door God verheer­lijkt worden. De Christus Jezus zal dan niet alleen in ons gezien worden, maar ook met ons in heerlijkheid verschijnen.

Voltooiing

Tezamen met Zijn verheerlijkte gemeente zal Jezus het koningschap over de gehele wereld aanvaarden. Zijn werk zal hierdoor voltooid kunnen worden. God zal worden alles in allen.

Dit alles is dan tot stand gekomen onder de zalving en krachtige werking van de Geest Gods: doop, vervulling, verheerlijking en voltooiing. De volle en heerlijke erfenis is dan voor eeuwig het deel geworden van de mensheid in Christus, de gemeente van de levende God.

Wat een heerlijk perspectief ligt er besloten in de leer van dopen!

In de gemeente

Laten wij daarom met elkaar de onderwijzing aangaande de dopen ter harte nemen en er in onze gemeenten op bijbelse wijze vorm aan geven.

Ten aanzien van de waterdoop is reeds opgemerkt dat dit een doop voor volwassenen is. Dit geldt dan ook voor de doop in heilige Geest. Deze is voor kinderen evenmin aan de orde. Binnen de gemeente kunnen zij in hun jeugd zich daar wel op voorbereiden. Zij kunnen Jezus aannemen en ervoor kiezen om samen met Hem te gaan leven (zie ook Stb.67 blz.10). Zo kunnen zij er met Hem voor zorgen dat de 'spons' al bij voorbaat zo veel mogelijk 'vetvrij' is.

Waterdoop en Geestesdoop behoren in dezelfde levensfase hun beslag te krijgen. Daar zijn geen vast omschreven wetten voor, maar de volgorde in de oproep van Petrus is wel duidelijk: Bekering, waterdoop en Geestesdoop. En waar de doop in heilige Geest eerder naar voren kwam, zoals in Handelingen 10, stelt Petrus onmiddellijk de bijbehorende waterdoop aan de orde (vs.47).

Gericht leven

Vanuit het fundamentele mogen wij ons ten aanzien van water- en Geestesdoop richten op het volkomene. Onder leiding van Jezus zullen we dit mogen doen ten aanzien van alle dingen het leven Gods betreffende. Dat is gericht leven. Dat is leven door Hem.

We mogen met vreugde bemerken dat de ontwikkeling van het leven Gods in ons zich voortzet en dat de tijd nadert dat de volle vrucht hiervan zichtbaar wordt. Het is daarom van groot belang om als gemeenten de woorden van Jezus voor deze tijd te verstaan en daar volkomen op in te gaan. Dan zal de late regen in onze levens doorwer­ken en zijn doel bereiken.

We sluiten af met de woorden van een koor dat de inhoud van deze studie prachtig weergeeft: Opgenomen in de Geest van God worden wij tot een heerlijk doel bereid. Het zal gezien worden: de overwin­ning, het leven Gods komt in ons openbaar. Het zal erkend worden dat Jezus Heer is: vol van Gods heerlijk­heid de aard'.