Jezus en zijn gemeente

Inleiding

In de vorige bijbelstudie is beschreven op welke wijze Jezus het werk dat Hij op aarde is begonnen, na zijn troonsbestijging voortzet. Bekleed met alle macht in hemel en op aarde is Jezus in de Geest Gods tot de zijnen weergekomen. Door deze Geest werkt Hij nu verder in de zijnen aan de bouw van zijn gemeente en daarmee aan de vervulling van Gods diepste wens aangaande de mensheid. Dit werk van Jezus in zijn gemeente staat centraal in deze en de komende bijbelstudies.

Gods bedoeling

Reeds van den beginne verlangt Jahweh naar een mensheid waarin Hij alles in allen is (naar 1Cor.15:28). Een mensheid naar zijn beeld en gelijke­nis die in wezen en werken volkomen bij Hem past: ‘complementair’ aan Hem. Een ‘vrouw’ die Hij tot Zich neemt, aan wie Hij Zich in liefde helemaal geeft en die in volmaakte wederliefde met Hem leeft. Een waardige partner, tot zijn niveau verheven, in wie Hij Zich in alle eeuwigheden verblijdt.

Jahweh verlangt naar een mensheid die als volstrekte eenheid leeft en functioneert, een mensheid die zich als gemeente manifesteert. Ieder mens heeft hierin zijn plaats en taak; ieder leeft en functioneert als lid van dit grootse en majestueuze lichaam des Heren.

Hiervoor heeft Jahweh hemel en aarde geschapen: voor de mens, voor zijn doel met de mensheid, voor zijn gemeente (zie ook Stb.1/5-8 en 22/1-3).

Fundament en doel

Paulus noemt de gemeente een pijler en fundament der waarheid (1Tim.3:15). Deze uitspraak doet volledig recht aan het waarachtige gemeente-zijn. Het is fundamenteel; het behoort tot de fundamenten van de waarheid, van het plan van God met mensen. Het vormt hierin een pijler, een zuil; het is hiervan een grondslag (Br).

Het ontstaan van waarachtig gemeente-leven en de ontwikkeling hierin naar het volmaakte en volwassen gemeente-zijn doet het oorspronkelijke plan van God met mensen gestalte aannemen. Het geheimenis Gods komt hierin geheel openbaar. Pas wanneer de mensheid tezamen met haar hoofd Christus daadwerkelijk gestalte geeft aan het waarachtige gemeente-zijn is dit geheimenis van God voleindigd en het doel van God bereikt.

Door Jezus

Het gemeente-zijn is er in de eeuwen vóór de komst van Jezus niet uitgekomen. Dit kon ook niet vanwege de zonden en ongerechtigheden. Omdat Jezus als Lam van God de zonde der wereld heeft weggenomen en de verzoening met God heeft bewerkt, ligt er nu een basis waarop dit wel mogelijk is (BS 5 en 6). Mede hierom staat Jezus centraal in de bouw en vorming van de gemeente. Door Hem wil Jahweh Zich zijn gemeente als bruid verwerven. In Hem alles bijeenbrengen en onder één hoofd samenvatten. Daartoe heeft God Hem tot Christus gezalfd en tot Heer gemaakt, alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente (Hand.2:36, Ef.1:22).

Jezus is van dit plan van God met mensen en zijn unieke, vooraanstaande plaats hierin volledig op de hoogte. Met alles wat in Hem is en door Jahweh aan Hem gegeven is, werkt Hij dit voornemen Gods uit. Hij zegt: Ik zal mijn gemeente bouwen (Mat.16:18). Hij wil het werkelijke gemeente-zijn tezamen met allen die van Hem zijn en door Hem leven, gestalte geven. Met alle mensen die - evenals een Simon Petrus - Hem als Christus en Zoon van de levende God, aanvaarden en belijden. Hij wil alles in allen volmaken (Ef.1:23).

Doel van Jezus

Jezus werkt toe naar de volvoering van het geheimenis Gods: een gemeente bestaande uit mensen vervuld van één Geest - de Geest Gods - en onder één hoofd samengevat - Christus (naar 1Cor.12:13, Ef.1:10). Een schitterend organisch geheel van een ontelbare hoeveelheid individuen waarin iedere persoon unie­k is en een eigen,­ van God ontvangen plaats inneemt (1Cor.12:18). Een organisme waarin de inbreng van ieder lid van belang is en alle individuele eigenschap­pen en gaven optimaal en ten dienste van het geheel functioneren. Een lichaam vol van leven Gods, bestaande uit vele leden die hun wasdom ontvangen uit het hoofd en tot volheid komen door het hoofd. Een welsluitend geheel, in goddelijke liefde aaneengesmeed, ondersteund en samengehouden door banden en pezen en door de dienst van al haar geledingen naar de kracht die elk lid op zijn wijze oefent (naar Col.2:19, Ef.4:16).

Het gemeente-zijn duidt op een situatie waarin ieder mens onder leiding van het hoofd in een volkomen eenheid des geloofs leeft en de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus gestalte geeft (naar Ef.4:13). Een leefsituatie waarin zij allen, tezamen met Christus, de heerlijkheid Gods weerspiegelen (naar 2Cor.3:18).

Nieuw leven

In Studieblad 23 is reeds aangegeven op welke wijze Jezus dit wereldomvattende werk uitvoert. Hij roept mensen door zijn evangelie en geeft hun zicht op Gods bedoeling met hun leven. Hij spreekt van vergeving van zonden en volkomen rechtvaardiging, van het verkrijgen van nieuw leven in Hem. Hij verlost de mensen die hun hart en leven aan Hem geven, uit de greep van het rijk van duivel en dood en geeft hun een plaats in het Koninkrijk Gods. In de geestelijke wereld komen zij van de duisternis in het licht, van de dood in het leven. Jezus doet hen geestelijk herleven en plaatst hen in een volkomen nieuwe situatie: in Hemzelf. Zij behoren nu bij Hem en zijn voortaan van Hem. Zij mogen nu als wedergeboren mensen in en door Hem gaan leven!

Bijeen roepen

Jezus roept mensen in zijn evangelie niet alleen op tot geloof in Hem en innerlijke overgave aan Hem; Hij roept ze ook tot Hem. Hij wil de mensen rondom Zich verzamelen. Hij roept hen bijeen om tezamen met Hem als hoofd, in hemel en op aarde gestalte te geven aan het lichaam des Heren, de gemeente.

Deze oproep klinkt door in de grondwoorden die de bijbel voor ‘gemeente’ gebruikt. Het Hebreeuwse woord qahal betekent: vergadering. Het Griekse woord ekklesia betekent: vergadering van bijeengeroepenen. Het gaat om een vergadering van burgers van het Koninkrijk Gods, het bij-één-komen van wedergeboren mensen, het onder één hoofd samenvatten van mensen-in-Christus.

Jezus roept deze vergadering uit; Hij brengt de gelovigen die op deze oproep ingaan, bijeen. Niet voor ‘even’, maar voor het leven; niet voor een bepaalde tijd, maar voor de eeuwigheid. Niet in een willekeurige samenstelling, maar in de hemelse, door God bedoelde ordening: als gemeente.

In Christus

De oproep tot bekering en persoonlijk geloof in Jezus Christus staat niet los van de oproep om gemeente te vormen met Hem. Deze twee zaken behoren bij elkaar. Het is in feite één oproep tot het innemen van de door God bedoelde plaats in Christus. Je kunt het hoofd niet scheiden van het lichaam. Het worden tot een mens ‘in Christus’ is verbonden met het worden tot een mens ‘in de gemeente van Christus’. Het leven door Christus behoort samen op te gaan met het leven als lid van zijn lichaam. Het bereiken van de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus, betekent: in volheid gestalte geven aan de gemeente van Christus. Het één kan niet zonder het ander tot zijn doel komen. Het gaat om één leven, het leven naar de wil van God.

De wedergeboorte stelt mensen niet alleen in staat om een geheel nieuw leven te beginnen met Jezus Christus; het biedt hun ook de mogelijkheid zich als levende stenen door Hem te laten gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis (1Pe.2:5).

Plaatselijke gemeenten

In Studieblad 24 is uiteengezet dat Jezus zijn gemeente bouwt en te voorschijn doet komen in plaatselijke gemeenten. Hij wil wedergeboren mensen plaatselijk bijeenbrengen, het gemeente-leven in hen tot aanzijn roepen en iedere plaatselijke gemeente een waardige verschijningsvorm laten worden van zijn gemeente, de gemeente die Jahweh van den beginne voor ogen staat.

De uiteindelijke, universele gemeente van Jezus Christus kan alleen op deze wijze ontstaan. Er bestaat op aarde geen abstracte ‘Gemeente met de grote G’ naast of los van allerlei plaatse­lijke gemeenten (Stb.24/5). De vorming van plaatselijke gemeenten en de ontwikkeling daarin van het ware gemeente-leven is daarom zo belangrijk.

Te midden van de kandelaren

Johannes ziet Jezus wandelen te midden van de zeven gouden kandelaren, beeld van de plaatselijke gemeenten (Op.1:12-13 en 2:1).Daar is Hij, daar bevindt zich zijn troon. Daar werkt de verhoogde en verheerlijkte Heer met alle macht die Hem door de Vader in handen is gegeven. Jezus voedt en koestert zijn gemeente (Ef.5:29). Hij geeft Zich aan haar. Jezus leeft in zijn gemeente: in plaatselijke gemeenten waar mensen door Hem leven, waar mensen als leden van zijn lichaam willen functioneren en in hun leven samen met Hem het gemeente-zijn naar Gods bedoeling gestalte willen geven. Daar geeft Hij leven en overvloed; daar voert Hij hogerop.

Leren leven

Jezus laat in zijn evangelie zien wat nodig is om daadwerkelijk als mens-in-Christus en gemeente-van-Christus te gaan leven. Hij reikt door woord en Geest alles aan om als burgers van het rijk van God in de hemelen en als levende leden van zijn lichaam, de gemeente, te leren leven. Op de wijze zoals God dit van eeuwigheid bedoelt. Met de bestemming die Hem van den beginne voor ogen staat.

Jezus wil het ware leven Gods in ons tot ontplooiing laten komen en tot volle wasdom brengen. Ons invoeren in Gods diepste gedachten aangaande de mens(heid). Ons begiftigen met alles wat tot leven en godsvrucht strekt. Hij wil ons volledig deel laten krijgen aan de goddelijke natuur (naar 2Pe.1:3,4), op volwassen wijze leren functioneren in Hem en daarmee in zijn lichaam, de gemeente. Jezus stelt de volvoering van het geheimenis dat van eeuwigheid in de Schepper verborgen is, in het (volle) licht. Hij wil het voornemen Gods om de gemeente in het leven te roepen, samen met de mens verwerkelijken (naar Ef.3:9 - Wb/WV).

In de Geest met Hem verbonden

Met dit doel voor ogen roept Jezus op om met alles wat in ons is te kiezen voor dit ware leven door Hem. Hij nodigt uit om Hem in liefde te volgen, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen (naar Deut.30:19). Hij roept op om deze keuze vast te leggen in de waterdoop en biedt daarin de mogelijkheid je innerlijk aan Hem te hechten, je in de geestelijke wereld met Hem te bekleden (naar Gal.3:27) en je plaats in Hem als lid van zijn lichaam bewust en concreet in te nemen.

Als doper in heilige Geest beantwoordt Hij deze keuze en daad. Hij komt tot ons en maakt door de Geest woning in ons hart (naar Joh.14:23). Er ontstaat gemeenschap met God en Jezus (naar 1Joh.1:3). Je wordt door de Geest opgenomen in het lichaam van Christus, door één Geest tot één lichaam gedoopt (1Cor.12:13).

Zo wordt een fundament gelegd waarop verder gebouwd kan worden (zie Stb.70 en 71). Het ware leven Gods - het leven naar Gods wil en bedoeling - kan zich ontwikkelen. Het goede werk dat Jezus in ons begonnen is, kan ten einde toe worden voortgezet (Fil.1:6). In de Geest met Jezus verbonden kunnen we werkelijk leren leven, zowel op het vlak van het persoonlijk leven als op het terrein van het gemeente-leven.

Hemelse werkelijkheid

De ontwikkeling van waarachtig leven Gods komt in gemeenschap met Jezus Christus tot stand. Het is een zaak van het hart. Dit leven openbaart zich daarom eerst in de hemel. Omdat je als mens in twee werelden tegelijk leeft, wordt het ook op aarde zichtbaar. Uiteindelijk blijkt in alle facetten van het leven dat je van Christus bent, dat je met en door Hem leeft.

Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van het ware gemeente-leven. Ook dit heeft zijn oorsprong in de hemel. De ontwikkeling ervan komt in diepe en algehele verbondenheid met Jezus Christus tot stand. Gemeente-zijn kan niet op aarde worden geregeld en georganiseerd. Het gaat ook hierin om de werkelijkheid van Christus, om het lichaam van Christus (Col.2:17 NBG & SV). Het grote teken wordt in de hemel gezien (Op.12:1).

Deelnemers

Bij gemeentevorming gaat het niet om toeschouwers maar om deelnemers. Niet om het aantal mensen dat de gemeentelijke samenkomsten bezoekt, maar om hen die in de hemel in één Geest met de Heer en met elkaar verbonden zijn en dat concreet uitleven. Gemeente-leven ontstaat wanneer mensen op plaatselijk niveau met een heldere en zuivere visie op ‘gemeente’ tezamen in en door Jezus leven. In zo’n bezigzijn kan Jezus het ware gemeente-zijn in het leven roepen: het komt dan in het leven met Christus tot aanzijn; het is daar volledig mee verbonden. De resultaten komen te voorschijn: eerst in de hemel en van daaruit ook op aarde. Het werkelijke gemeente-zijn blijkt in levens van mensen.

Niet alleen

Je kunt de hemelse realiteit van het gemeente-zijn niet alléén - in je eentje met de Heer - belichamen. De vormgeving van gemeente-zijn wordt geleerd in een groep mensen die dat samen onder leiding van Jezus willen leren: in de gemeenschap van Christus!

Niet de grootte van deze groep is hierin bepalend, maar het verlangen om het gemeente-leven te openbaren. Om samen te leven en functioneren in één Geest. Gezamenlijk vorm te geven aan alle relaties, structuren en verbanden die het lichaam van Christus kenmerken. Werkelijk één te worden in liefdebetoon, één van ziel, één in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag (Fil.2:2,3). Om tezamen als zonen en dienstknechten des Heren de wil en het verlangen van God te beantwoorden en in te vullen.

Vanuit het hart

Centraal in deze ontwikkeling staat de eigen, persoonlijke relatie met Jezus van hart tot hart. Daar hangt alles van af; daarin komt alles tot stand. Het hele proces van levensvernieuwing en levensvervulling vindt daarin plaats: van de wedergeboorte - het ontvangen van nieuw leven als kind van God - tot en met het openbaren van het volwassen leven als zoon van God. In en vanuit de verborgen omgang met Jezus kan alles worden onderkend en afgelegd wat niet bij het ware leven Gods hoort en alles worden aanvaard en aangedaan wat daar wel bij hoort. Door gemeenschap met de Zoon veranderen wij naar het beeld van de Zoon, wordt ons leven aan dat van de Zoon gelijkvormig: in wezen en werken, in denken en doen, in handel en wandel. De vrucht van de Geest komt hierin te voorschijn (Gal.5:22).

Gemeentevorming

In de groei en ontwikkeling naar het volwassen zoonsleven dient niet alleen aan alle persoonlijke aspecten van het leven met Christus te worden gewerkt. Jezus wil als hoofd van het lichaam in deze ontwikkeling ook het gemeente-zijn gestalte geven. Het gaat Hem om een leven waarin alle gerechtigheid Gods wordt vervuld, het gehele plan van God wordt verwezenlijkt: het leven naar Gods wil.

Het volwassen gemeente-leven openbaart zich in het volwassen (persoonlijke) zoonsleven van de gemeenteleden. Indien gedurende de ontwikkeling naar de volheid geen aandacht wordt besteed aan de wording van de gemeente, kan de ontwikkeling van het persoonlijke leven zijn doel niet bereiken. Het volwassen zoonschap wordt in de gemeente gebaard. De vrucht van de Geest kan alleen in de gemeente tot volle rijpheid komen.

Invulling

Ook in het proces van gemeentevorming gaat het om een persoonlijke invulling van de bedoeling van de Heer. Alle aspecten van het functioneren als lid van het (plaatselijk) lichaam van Christus komen in gemeenschap met Jezus tot ontwikkeling: in de persoonlijke relatie met Hem van hart tot hart. Ieder lid draagt hierin een eigen, persoonlijke verantwoordelijkheid. Het is goed om in dit kader Studieblad 25 nog eens door te nemen: De gemeente, een welsluitend geheel.

In heilige Geest met Hem verbonden ga je in de hemel staan voor het werk van de Heer in je gemeente. Je leeft ervoor. Je weet dat de Heer je juist hier - in zijn lichaam - het leven geeft, het leven Gods in je bevordert: om het waarachtige gemeente-zijn in het leven te roepen. Je beseft dat Hij je als levend lid van zijn lichaam inzet om het gemeente-leven mede gestalte te geven.

Je mag alles wat je doet in woord of werk in dat kader plaatsen: is het ten dienste van de gemeente; kan Jezus Zich door de Geest hierin openbaren? Is mijn spreken, denken, bidden, optreden, mijn komen en zijn ­tot opbouw van de gemeente? Ben ik er werkelijk, als ik aanwezig ben? Ben ik er ook als ik er een keer niet kan zijn? Kan de Heer op mij rekenen? Kunnen mijn broeders en zusters op mij rekenen?

Samen

Bij deze invulling mogen wij elkaar als leden van het lichaam voortdurend aanmoedigen en ondersteunen. Het evangelie roept daartoe op. In één Geest met Jezus verbonden en met toenemend zicht op het doel dat Hij met ons heeft, mogen wij steeds weer stappen zetten op de weg die daarheen voert. Samen onze roeping en verkiezing - die steeds meer blijkt in te houden - bevestigen. Vol geloof en verwachting invulling geven aan wat God bedoelt. Samen met Hem het gemeente-zijn ontwikkelen en uitleven. Alles wat daar niet bij hoort - wat niet ‘lichaamseigen’ is - ontdekken en naar buiten werken. En samen met alle heiligen vervuld worden tot alle volheid Gods (Ef.3:19).

Het profetisch gebed van Habakuk mag in ons midden opstijgen en in vervulling gaan: Heer, wij hebben de tijding aangaande U vernomen, wij zijn, Heer, met vreze (= eerbied, ontzag) voor uw werk vervuld; roep het in het leven in de loop der jaren, maak het openbaar in de loop der jaren (3:2)!

Tegenstand

In de ontwikkeling van het leven Gods krijgen we te maken met felle en hardnekkige tegenstand vanuit het rijk der duisternis. Met vijanden die ons op de weg met Jezus voortdurend aanvallen. Zij willen het doel van God met de mens(heid) buiten bereik houden.

De Heer weet dit; Hij is er zelf doorheen gegaan. Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd (Col.2:15). Hij heeft de volledige overwinning op hen behaald.

Wij mogen Hem hierin volgen en met Hem door alle hemelen heengaan. Hij belooft: de poorten van het dodenrijk zullen mijn gemeente niet overweldigen (Mat.16:18).

Persoonsvijanden

Jezus wil ons als leden van zijn lichaam bevrijden van al onze persoonlijke vijanden. Van tegenstanders die ‘grip’ hebben gekregen op je leven en tot op zekere hoogte de hand hebben in alles wat je denkt en doet. Hierover is in de Studiebladen 6 t/m 18 onder de kop ‘Herstel voor de totale mens’ al veel geschreven. Binnen de gemeente mogen wij in de naam van Jezus van deze vijanden worden verlost en kan de schade die zij in ons levenshuis hebben aangericht, worden hersteld. Wij mogen onder leiding van de Heer van de gemeente de goede strijd des geloofs leren strijden tegen de overheden en machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten (Ef.6:12). Zij willen het leven met de Heer zwaar en moeilijk maken. Ons verleiden en misleiden, ontmoedigen en laten mislukken. Zij zijn er altijd op uit om wat je in de Heer hebt bereikt, eerst te kleineren, dan te ontkennen om het je vervolgens af te nemen.

Doe daarom steeds weer de wapenrusting Gods aan, bied weerstand en houd stand. De Heer is met ons als een geweldig held; daarom zullen onze vervolgers struikelen en niets vermogen; zij staan ten diepste beschaamd, omdat zij hun doel niet bereiken, een eeuwige, onvergetelijke smaad (Jer.20:11). Wij mogen zonder vrees, uit de hand der vijanden verlost, Hem dienen in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aangezicht, al onze dagen (Luc.1:74-75).

Gemeentevijanden

De machten der duisternis hebben niet alleen de mislukking van ons persoonlijk leven op het oog. Zij jagen hierin ook een tweede doel na: het tegenhouden en onmogelijk maken van de ontwikkeling van de plaatselijke gemeente en daarmee het werk van Jezus Christus in zijn gemeente. Het zijn dus ook gemeentevijanden.

Je krijgt als mens-in-Christus en levend lid van de gemeente-van-Christus te maken met de geest die al deze vijandelijke aanvallen opzet: de antichristelijke geest; de geest die we in dit kader ook wel als anti-gemeentegeest kunnen typeren. Met Belial, de wetteloze, de geest die in deze tijd het antichristelijke gestalte geeft en daarom in de bijbel als antichristelijke geest wordt aangesproken (zie Stb.59 t/m 63: Geheimenissen onthuld).

Deze geest openbaart zich in het bijzonder in de laatste ure (1Joh.2:18 en 4:3): in de laatste fase van de geestelijke ontwikkeling, in de tijd waarin het erom gaat of het ware leven Gods in volheid doorbreekt, de gemeente Gods zich volledig openbaart.

Anti

Op de werking en volledige openbaring van de antichristelijke geest zal uitvoerig worden ingegaan bij de toekomstige bespreking van het boek Openbaring. Op dit moment wordt alleen een eerste aanzet gegeven.

Het Griekse woord anti heeft twee betekenissen. Allereerst: tegen. De antigeest stelt zich lijnrecht tegenover Jezus Christus en zijn gemeente op. Hij is de tegenpool van de Geest waardoor Jezus in zijn gemeente werkt.

De tweede betekenis luidt: in plaats van. Daarmee tekent deze geest zich als iemand die zich voordoet als, zich uitgeeft voor... in de vervangende zin!

Deze betekenissen liggen in elkaars verlengde: alles wat zich naast of in plaats van het werkelijk door God bedoelde opstelt, staat er in feite tegenover. Zij typeren het gehele proces dat door deze geest in werking wordt gezet. Het begint met iets ernaast: een alternatief, iets dat op het ware lijkt, maar het niet is. Het is schijn, leugenachtig, bedrieglijk, vals en onecht: het is pseudo. Vervolgens gaat het steeds meer en verder afwijken. Het eindigt in het totaal tegenovergestelde. En daarmee komt de kern van de zaak naar voren: het blijkt het tegenovergestelde te zijn.

Pseudo

De bijbel gebruikt het Griekse woord pseudo in tal van combinaties: pseudo-christussen, pseudo-apostelen, pseudo-profeten, pseudo-leraren, pseudo-broeders, pseudo-getuigen (valse christussen, valse apostelen, enz.) . In dit ‘pseudo’ is het ‘anti’ reeds actief aanwezig. Het werk van de grootvorst Belial is op te merken in alles wat niet met de werkelijkheid van Christus overeenkomt, in alles wat de schijn heeft van wat God met ons bedoelt.

Wij dienen het pseudo-geestelijke, en pseudo-christelijke in eigen leven en gemeente te onderscheiden en de strijd tegen deze geest op te nemen. De bijbel waarschuwt ervoor en roept op om resoluut en consequent af te rekenen met alles wat de schijn van recht en gerechtigheid heeft, een schijn van godsvrucht draagt (Ps.94:20, 2Tim.3:5). Met alle gewilde nederigheid en schijnheiligheid (Col.2:18), ook al staat het in een schijn van wijsheid (Col.2:23 LuV).

Gemeente van Jezus Christus

Als leden van het lichaam van Jezus mogen we leren om in en vanuit de werkelijkheid van Christus te leven. Jezus wil ons bewaren voor het werk van Belial, die de waarachtige gemeentevorming wil ombuigen en aanwerkt op de vorming van een pseudo-gemeente, een schijnlichaam, een gemeente waarin de antichristelijke geest uiteindelijke geheel openbaar komt. Daarom spreekt de Heer erover en onthult Hij ons de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen.

Als gemeente van Jezus Christus willen we ons houden aan Hem, ons hoofd. Uit Hem alle wasdom ontvangen (naar Col.2:19): scherper zicht krijgen op de werkelijkheid van Hem, dieper deel krijgen aan de waarheid van Hem, meer gaan openbaren van het leven door Hem. In de komende bijbelstudies gaan we hier verder op in.

Door de Geest het spoor houden

Jezus gaat zijn gemeente voor: Hij is de weg de waarheid en het leven. Hij wijst ons door de Geest de weg tot de volle waarheid, tot het waarachtige leven Gods (Joh.14:6 en 16:13). Wanneer wij door de Geest leven en door de Geest het spoor houden komt het volmaakte en volwassen leven Gods in ons te voorschijn. Zo plaatst Jezus zijn gemeente voor Zich, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, heilig en onbesmet (Gal.5:25, Ef.5:27).

Wat een wonder van genade en heil! Wij, eens vervreemd van het leven Gods, nu levend voor God in Christus Jezus. Eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen (Ef.4:18, Rom.6:11, 1Pe.2:10).

Prijs God, de Vader, en Jezus Christus, zijn Zoon voor al hun goedheid en liefde!