De zevende bazuin (2)

Inleiding

Bij het blazen van de zevende bazuin daalt Jezus in volle heerlijkheid uit de hemel neer: Hij verschijnt in ‘de lucht’ (BS 54/9). Hij verzamelt al de zijnen: van het ene uiterste der hemelen tot het andere. Om mét hen de antichrist en de zijnen overwinnend tegemoet te treden in de slag bij Harmagedon. En het koningschap in hemel en op aarde te aanvaarden.

Olijfberg

Bij zijn verschijning plant Jezus zijn voeten op de Olijfberg, waardoor deze in tweeën splijt (Zach.14:4a NBV).

Interpreteer deze uitspraak van Zacharia niet letterlijk (zie BS 54/6). Zijn profetische woorden duiden op de geestelijke werkelijkheid van dat moment. Daar zoeken we naar vanuit het geschetste beeld.

In de natuurlijke wereld ligt de Olijfberg ten oosten van Jeruzalem. Recht tegenover de Sionsberg waarop de tempel is gebouwd. Deze berg dankt zijn naam aan de olijfbomen die erop groeien.

Aan de voet van de Olijfberg is de hof van Getsemane. Op de westflank van deze berg ligt een grote begraafplaats. Veel joden willen daar begraven worden omdat ze op grond van Zacharia’s profetie geloven dat God aan het einde der tijden op de Olijfberg begint alle overledenen tot leven te wekken...

Beeldspraak

De bijbel noemt de berg Sion: Gods heilige berg. Daar woont de Heer (Joël 3:17). Dient Israël zijn God (Ez.20:40). Is Jezus - na zijn hemelvaart - koning (Ps.2:6). Daar is leven, licht en vrijheid voor allen die God liefhebben. De berg Sion is beeld van Gods Geest: de Geest waarmee Jezus werkt en zijn gemeente bouwt (BS 46/3).

In deze beeldspraak ligt deze berg recht tegenover de Olijfberg. Daar woont een andere heer. Deze koning heerst over allen die onder zijn macht komen. Daar is dood, duisternis en gevangenschap. De vorst van de Olijfberg keert zich hiermee tegen het licht en leven dat Jezus op de berg Sion te voorschijn brengt. Hij wil niet dat Gods heerlijkheid in mensen openbaar komt.

Laatste vijand

In de tijd van het zevende zegel staat de Olijfberg nog overeind, terwijl alle andere bergen en eilanden al van hun plaats zijn gerukt (Op.6:14, 8:8, zie ook BS 37/7, 44/3). De Olijfberg duidt op de laatste vijand, de dood (1Cor.15:26). Is dus beeld van het dodenrijk. Van de macht en kracht van Dood, de koning van dit rijk.

Eerste vervulling

Aan het einde van zijn aardse leven geeft Jezus in Getsemane het dodenrijk gelegenheid Hem geestelijk ‘onder de voet’ te lopen. Dood mag zijn voet zetten op Jezus Christus, het Lam van God, in ruil voor het leven van alle mensen. Aan de voet van de Olijfberg daalt Jezus af tot in de diepste diepten van het dodenrijk, ten behoeve van de mensen, tot redding van jou en mij (BS 5/8).

Op Paasmorgen staat Jezus op. Hij onttroont Dood. Ontneemt hem de sleutels van zijn dodenrijk en breekt in Gods kracht uit. De aarde beeft. De (geestelijke) Olijfberg splijt in tweeën. De Levensvorst verrijst en brengt onvergankelijk leven aan het licht. In zijn zegetocht voert Hij een aantal oudtestamentische gelovigen als krijgsgevangenen mee (zie Ef.4:8, BS 6/5-7). De eerste vervulling van de profetie van Zacharia krijgt haar beslag. De Heer verschijnt met al de zijnen (14:5b).

Na zijn opstanding staat Jezus met zijn voeten op de Olijfberg. Stijgt Hij als overwinnaar van duivel en dood vanaf de Olijfberg ten hemel op.

Tweede vervulling

Op aanwijzing van de Heer stellen de twee getuigen zich na de zesde bazuin eveneens onder de macht van Dood en dodenrijk (BS 53/4). Tot aan de zevende bazuin bevinden zij zich ‘in’ de geestelijke Olijfberg. Gereed om op het teken van Jezus door de ‘poorten van het dodenrijk’ heen te breken, in onvergankelijkheid op te staan en Jezus tegemoet te gaan in de lucht. De tweede vervulling van Zacharia 14:3-5 is op handen.

Splijting

Bij zijn wederkomst zet Jezus - in overeenstemming met Handelingen 1:11 - zijn voeten opnieuw op de Olijfberg. Met als doel: de twee getuigen begeleiden bij hun uitbreken uit het dodenrijk. Hen bekrachtigen bij het doorbreken van de heerschappij van Dood.

Opnieuw beeft de aarde hevig (Op.11:13). De (geestelijke) Olijfberg splijt in tweeën (Zach.14:4b NBV). De twee getuigen klimmen uit de diepte van het dodenrijk naar boven. Staan in de kracht van hun Heer uit de dood op. Overwinnen Dood en dodenrijk. Banen de weg voor al hun broeders en zusters in de gemeente: er ontstaat een ‘breed dal’ waar alle levend achtergeblevenen doorheen trekken. De weg naar Gods heerlijkheid ligt open.

Jezus verlost de zijnen van het sterfelijke en vergankelijke. In zijn kracht doen zij onsterfelijkheid en onvergankelijkheid aan. Om met Hem in heerlijkheid te verschijnen (naar 14:5b).

Doorbraak

De grote doorbraak vindt plaats, de laatste barrière wordt genomen. Ook deze ‘grote berg’ wordt door het werk van Jezus Christus in zijn gemeente tot een ‘vlakte’ (naar Zach.4:7). Wat door alle eeuwen heen onmogelijk lijkt, blijkt tóch mogelijk: Gods zonen staan op uit de dood. Jezus’ gemeente overwint de dood. Het leven uit God is sterker dan de dood.

Dood en dodenrijk worden van hun kracht beroofd. Die kunnen niets meer tegenhouden. Verliezen iedere ‘grip’ op Jezus’ gemeente: zij worden ‘verzwolgen in de overwinning’ (1Cor.15:54).

Vreugdelied

De voltallige gemeente breekt uit in gejubel en gejuich, in hemel en op aarde. Tot lof en eer van Jezus, hun Heer, en van God, hun Vader. Mogelijk met profetische woorden uit de Schrift: Dít is de dag die de Heer heeft gemaakt. Laten wij juichen en ons verheugen (Ps.118:24 NBV). De woorden van Jeremia klinken nu als vreugdelied: Ja, dit is de dag, waarop wij gehoopt hebben, wij beleven, wij aanschouwen hem. De Heer heeft volvoerd wat Hij Zich had voorgenomen, Hij heeft in vervulling doen gaan, wat Hij gesproken heeft (Kl.2:16c-17a).

Verheerlijking

Johannes ziet het wonder: na drieënhalve dag in het dodenrijk ontvangen de twee getuigen ‘levensadem uit God’ en gaan zij op hun voeten staan (Op.11:11 NaB). Jezus bekrachtigt de eerstelingen in hun innerlijke mens. Hun geestelijk lichaam keert terug in hun levenloos natuurlijk lichaam: het gaat hierin door Gods kracht opnieuw als levensgeest functioneren.

Tegelijkertijd is er een metamorfose: zij ‘veranderen’ naar het beeld van Jezus. Krijgen deel aan Gods heerlijkheid. Hun hele bestaansvorm wordt verheerlijkt: zij staan op in een ‘verheerlijkt lichaam’, gelijkvormig aan dat van Jezus (zie Fil.3:21).

De antichrist en de zijnen kunnen alleen maar ‘toekijken’. De twee getuigen komen opnieuw tot leven: in hemelse heerlijkheid.

Verheerlijkt lichaam

In hun verheerlijkt lichaam zijn de opgestane eerstelingen niet langer onderworpen aan de wetmatigheden van de aarde. Komen zij net als Jezus na zijn opstanding op een hoger levensniveau, beleven zij het eeuwig leven in volheid. God verheft hen, plaatst hen in een hogere dimensie. Geeft hun macht over het stoffelijke. Om te gaan ‘heersen’ over al het geschapene (vgl. Gen.1:28). Hun heiligheid treedt in volheid naar buiten, wordt zichtbaar in hemel en op aarde (zie ook BS 49/7).

God verheerlijkt hen om mét Jezus het koningschap in hemel en op aarde te kunnen aanvaarden, de wederoprichting aller dingen ter hand te nemen, de vernieuwing van hemel en aarde tot stand te brengen.

Klim hierin op

De twee getuigen horen een luide stem uit de hemel tot hen zeggen: Klim hierheen op! (Op.11:12a). De Heer spreekt de nieuwe mogelijkheden van de verheerlijkte bestaansvorm direct aan. Zij mogen zich losmaken van de aarde en naar de hemel opklimmen. Zich voegen bij Jezus in ‘de lucht’.

De twee getuigen doen dit. In onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde klimmen zij voor het oog van hun vijanden naar de hemel op. Waar zij bij Jezus en de zijnen hun plaats in ‘de wolk’ innemen (naar Op.11:12b).

Gemeente in de hemel

Ook zij die deze wolk vormen, worden bij de zevende bazuin ‘onvergankelijk opgewekt’ (naar 1Cor.15:52). De gemeente van ontslapenen mag met Jezus Christus uit de hemel neerdalen. Als ‘wolk van getuigen’ (zie Heb.12:1) mét ‘de twee getuigen’ deel krijgen aan Gods heerlijkheid.

Deze mensen hebben geen natuurlijk lichaam meer: hun aardse tent is afgebroken. Dát lichaam wordt niet opgewekt, schrijft Paulus (1Cor.15:44): er gaan dus geen graven op aarde open. Het geestelijk lichaam wordt opgewekt: hun eeuwig huis bij God (2Cor.5:1). Dát wordt aangedaan met goddelijke kracht en heerlijkheid, waardoor het ‘verandert’ in een verheerlijkt lichaam. God geeft hun - evenals de twee getuigen - macht over het stoffelijke. Stelt hen in staat op aarde te verschijnen, een lichaam van vlees en bloed aan te nemen en opnieuw in de natuurlijke wereld te gaan functioneren.

Na de zevende bazuin verschijnen zij mét Jezus Christus in de lucht. In volle heerlijkheid. Als leden van zijn verheerlijkte gemeente.

Gemeente op aarde

Direct hierna roept Jezus ook alle ‘levend achtergeblevenen’ op naar de hemel op te klimmen: de schare van overwinnaars die door de glazen zee, de grote verdrukking heen ging. De getrouwen die het Lam zijn blijven volgen en mét de twee getuigen het aanbreken van de grote dag van Christus mogelijk maken.

Ook zij worden veranderd, in dit ondeelbaar ogenblik bij de laatste bazuin (1Cor.15:52). Ook zij trekken door het brede dal van de gespleten Olijfberg (Zach.14:4), delen volledig in de overwinning van Jezus’ gemeente op de dood.

God verheerlijkt hen. Ook zij komen in die nieuwe, hogere dimensie. Verkrijgen macht over het stoffelijke. Hun aardse tent wordt overkleed met hun woonstede uit de hemel (2Cor.5:2). Het sterfelijke wordt door het leven verslonden (vs.4). Zij beleven een metamorfose: hun levende, vernederde lichaam verandert: het wordt gelijkvormig aan het verheerlijkte lichaam van hun Heer.

De Heer tegemoet

De voltallige gemeente van Jezus op aarde gaat de Heer en de zijnen tegemoet in de lucht. Vanaf de top van de berg Sion. Zij vormen ‘de honderdvierenveertigduizend’, waarover Openbaring 14 spreekt, de ‘losgekochten van de aarde’.

De aarde wordt gemaaid, de rijpe oogst der aarde binnengehaald. Op gezag van de Mensenzoon op de witte wolk, die mét het blazen van de zevende bazuin het uur om te maaien laat ingaan (Op.14:14-16). Alle dienaren, profeten, heiligen, allen die ontzag hebben voor God en Jezus, jong en oud, worden beloond voor hun liefde en trouw, voor hun volharding en geduld (Op.11:18b NBV). Zij worden in een oogwenk weggevoerd, de Heer tegemoet in de lucht (1Th.4:17). Ook zij worden opgenomen in de wolken (SV). Om voor altijd bij de Heer te zijn (NBV). In onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde!

Vereniging met Hem

Allen die van Christus zijn, veranderen van gedaante (1Cor.15:51 WV). Krijgen deel aan de heerlijkheid van Christus. Manifesteren zich voortaan in een ‘verheerlijkt lichaam’. Jezus verenigt zijn gemeente in hemel en op aarde (naar 2Th.2:1). Voortaan is er één lichaam onder één hoofd: de verheerlijkte gemeente van Christus.

Na de zevende bazuin doet de Heer niets meer ‘alleen’. In elke situatie en te allen tijde functioneert Hij in volkomen eenheid met zijn gemeente. Samen met haar gaat Hij de strijd aan tegen de antichrist en zijn volgelingen. Samen met zijn gemeente bestijgt Hij de troon. Samen met de zijnen neemt Hij de wederoprichting aller dingen ter hand in de tijd van het duizendjarige vrederijk. Ook daarna blijven (verheerlijkt) hoofd en lichaam in volstrekte eenheid functioneren. Wat een vooruitzicht!

De ark verschijnt

Gods tempel in de hemel gaat open. De ark van het verbond verschijnt (Op.11:19a). Gods heerlijkheid treedt naar buiten, vanuit het hart van zijn tempel. Zijn aanwezigheid komt openbaar in allen die Jezus toebehoren en met Hem gestalte geven aan Gods hemelse woonstede. Zijn bedoeling met mensen, zijn eeuwig verbond met mensen wordt zichtbaar voor de hele wereld.

De gemeente weerspiegelt de heerlijkheid des Heren, met een aangezicht waarop geen bedekking meer is (2Cor.3:18). Zij is veranderd naar zijn beeld. Draagt zijn heerlijkheid uit. Is tot lof van Gods heerlijkheid (naar Ef.1:12,14).

Getuigenis

Het Oude Testament spreekt ook wel van de ‘ark der getuigenis’. Op die plaats van samenkomen spreekt God tot zijn dienstknechten. En hiermee tot de mensen rondom de tabernakel/tempel (bijv. Ex.25:22, 30:6).

Bij het zichtbaar worden van de ark in de hemelse tempel klinkt Gods getuigenis over de verheerlijkte gemeente van Jezus, ten aanhoren van de hele wereld: Dit is de gemeente die Mij van den beginne voor ogen staat. Dit zijn mijn geliefde zonen: hoor naar hen...

Oproep

Ook dan zijn er mensen ‘rondom de tempel’, rondom ‘de grote stad’. Mensen op aarde die zich niet met het geestelijke gebeuren in tempel en stad hebben beziggehouden. Zij behoren niet tot de gemeente van Jezus op aarde. Maar ook niet tot de volgelingen van de antichrist. Deze groep mensen krijgt bij de zevende bazuin een zichtbare en hoorbare oproep vanuit de hemel om zich te openen voor het werk dat Jezus met zijn gemeente op aarde gaat doen. Een aantal begint op dat moment de God van de hemel eer te bewijzen (naar Op.11:13c NBV).

Eerste opstanding

De eerste opstanding bereikt haar voltooiing in allen die Christus toebehoren. Dit proces van ‘opnieuw tot leven komen’ begint bij de wedergeboorte, het opstaan uit de dood, na bekering en geloof in Jezus Christus. In de verdere ontwikkeling van dit nieuwe leven komen geestelijke volwassenheid en volmaaktheid naar voren. Het loopt uit op verheerlijking, voor eeuwig deelhebben aan de heerlijkheid van Christus. Dan kan het koningschap met Christus over hemel en aarde aanvaard worden.

Openbaring 11:15 proclameert na het blazen van de zevende bazuin: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Heer en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden (NBG).

Openbaring 20:6 zegt: Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, (die) duizend jaren (NBG).

Na het duizendjarige vrederijk volgt de tweede, algemene opstanding der doden (vs.5).

Kroning

Bestijgt de gemeente onmiddellijk de troon? Gaat zij direct na het blazen van de zevende bazuin met Christus heersen? Nee. Eerst dient Openbaring 11:18 nog te gebeuren: De tijd is gekomen om het oordeel te vellen (..) en te verderven wie de aarde verderven (NBV/NBG). Samen met zijn verheerlijkte gemeente rekent Jezus eerst af met de antichrist en de zijnen. Met alle zonen des verderfs die de wereld volledig in de greep van het verderf willen brengen.

Na de overwinning in de slag bij Harmagedon ziet Johannes de gemeente van Jezus de troon bestijgen: En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop (Op.20:4). De gemeente van overwinnaars staat dan niet langer voor de troon. Naar de belofte uit Openbaring 3:21 neemt zij dan met Jezus plaats op zijn troon. In lijn met Jezus’ troonsbestijging kroont God dan ook de gemeente met heerlijkheid en eer (naar Heb.2:7, 9).

Mobilisatie

Met het oog hierop verenigt Jezus de zijnen in de lucht. Na de zevende bazuin mobiliseert Hij zijn gemeente uit alle delen van de hemelen voor de laatste confrontatie in die lucht: het ‘gedeelte’ van de hemelsferen dat bij het leven op aarde behoort, het ‘terrein’ waar de eindstrijd met de antichrist om het koningschap in hemel en op aarde plaatsvindt. Dáár stelt Jezus Zich met zijn gemeente in slagorde op. In afwachting van de komende ‘greep naar de macht’ van de antichrist en zijn volgelingen. Daar zal Jezus de wetteloze doden door de adem van zijn mond, hem machteloos maken door zijn verschijning (2Th.2:8). Daar zullen alle wettelozen machteloos gemaakt worden door het levende en krachtige woord van God dat uit de mond van Jezus en zijn gemeente klinkt.

Michaël en zijn strijdbare engelen stellen zich rondom Jezus en zijn gemeente op. God zendt hen uit om zijn gezalfden in deze confrontatie bij te staan. Opdat de overwinning wordt behaald en Gods Koninkrijk de hele hemel en aarde gaat vervullen.

Opname

De ‘opname’ van de gemeente, de vereniging met Jezus, heeft een duidelijk doel: niet om de gemeente op aarde te laten ‘ontsnappen’ aan de greep van de antichrist, of om de aarde aan haar lot over te laten. Maar juist om de wereld voor God te bewaren, de wetteloze en zijn wetteloosheid volledig te overwinnen, het koningschap van Jezus en zijn gemeente op aarde te vestigen en de ‘wederoprichting aller dingen’ ter hand te nemen. Dit gebeurt met het oog op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Opdat God uiteindelijk zal worden alles in allen.

Allen zullen het zien

In zijn rede over de laatste dingen zegt Jezus: Dan zal aan de hemel het teken zichtbaar worden dat de komst van de Mensenzoon aankondigt, en alle stammen op aarde zullen zich van ontzetting op de borst slaan als ze de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, bekleed met macht en grote luister (Mat.24:30 NBV).

Johannes vult aan: Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben. Alle volken op aarde zullen over Hem weeklagen. Ja, amen (Op.1:7 NBV).

Vrees

De wederkomst van Jezus gaat aan niemand voorbij. Alle mensen zullen het zien. Alle stammen en volken op aarde. Ieder in ‘de grote stad’ - in de greep van de antichrist. En allen rondom en buiten die stad (zie hierboven). Sommigen in verwondering, anderen in ontzetting. Zeker bij de antichrist en de zijnen bewerkt de verschijning van Jezus een enorme schok. Dit is totaal anders dan verwacht. De ‘gemakkelijke’ overwinning op de twee getuigen leek veelbelovend: na de voorhof zou ook de tempel worden vertrapt en verwoest. De spot aangaande Jezus’ gemeente slaat om in verbijstering: er valt grote vrees op de mensen die dit gebeuren aanschouwen.

Reactie

De openbaring van Gods heerlijkheid in Jezus’ gemeente wordt ook nu weer geflankeerd door reacties vanuit het rijk der duisternis. Na het verschijnen van de ark in Gods tempel volgen bliksemschichten, groot geraas, donderslagen, een aardbeving en zware hagel (Op.11:19 NBV). De antichrist ontsteekt in grote woede vanwege de opstanding van de twee getuigen en hun opklimmen naar de hemel, het doorbreken van zijn beleg rond de tempel en de metamorfose van de gemeente. Hij aanvaardt de nieuwe situatie niet. Zint op vergelding.

Gramschap

De beschreven verschijnselen vormen de opmaat tot het uitgieten van de zeven schalen van gramschap. De verderver gaat zijn ware gezicht tonen in de grote stad die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte. Door de grote aardbeving stort een tiende deel van deze stad reeds in, en vinden zevenduizend mensen de dood (Op.11:13). Het proces dat de grote stad en haar inwoners volledig doodt, gaat van start. Dit stort hen uiteindelijk in het verderf, de tweede dood.

Johannes spreekt in dit verband over het derde wee: Het tweede wee is voorbijgegaan: zie, het derde wee komt spoedig (Op.11:14 NBG, zie ook BS 50/1). Hierover spreken we in de volgende bijbelstudie.

Overigen

Er zijn ook mensen op aarde die na het zien en horen van al deze dingen tot inkeer komen. Zij slaan zich op de borst, wenen, weeklagen, bedrijven rouw en gaan de God van de hemel eer bewijzen (Mat.24:30 NBG/SV/LuV/Pm, Op.11:13b NBV). Nu pas dringt er iets van de geestelijke werkelijkheid tot hen door. Beginnen zij iets te begrijpen van wat er in hemel en op aarde gebeurt. Welke processen er in stad en tempel hebben plaatsgevonden.

Voor hen is het nog niet te laat. Jezus laat geen mensen tegen hun zin verloren gaan. Alleen zij die de duisternis liever hebben dan het licht kan Hij niet redden uit de klauwen van het verderf. In het duizendjarige rijk opent Jezus mogelijkheden voor alle mensen die nog op aarde leven om tot Hem te komen en tot zijn koninkrijk te gaan behoren.

Vervolg

In de komende bijbelstudie volgen we de verdere gebeurtenissen. Met zijn verheerlijkte gemeente verlost Jezus hemel en aarde van alle wetteloosheid en verderf, van alle bewerkers hiervan. Sticht Hij totale vrede tijdens het duizendjarige rijk.

Jesaja beschrijft het resultaat van zijn wederkomst: Niemand doet meer kwaad, niemand sticht meer onheil op heel Gods heilige berg. Want kennis van de Heer vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt (11:9 NBV). Wat een perspectief!

Ga de tempel verder binnen!

Wij leven in de aanloop naar de opening van het zevende zegel. In de verwachting van de nieuwe dag van Christus, en van zijn grote dag (BS 54/2). Wij mogen in deze tijd de tempel verder binnengaan. Steeds meer gestalte geven aan het heilige van zijn tempel: het reukofferaltaar voor Gods troon. Jezus wil ons opvoeren tot het allerheiligste in de tempel: de ark van het verbond zichtbaar maken in zijn gemeente, ons laten delen in Gods heerlijkheid. Daartoe roept Hij ons op, als zijn gemeente (zie Heb.10:19-25 NBV).

Ga op deze heerlijke uitnodiging in. Met geopende ogen en oren. Met een hart en leven, volkomen aan Jezus toegewijd. Nader God en belijd zonder te wankelen datgene waarop je hoopt. Want Hij die roept en belooft, is trouw.

Blijf opmerkzaam. Spoor elkaar aan lief te hebben en goed te doen. En dat des te meer naarmate wij de dag van zijn komst zien naderen. Dan kan Jezus doorgaan met zijn goede werk in ons, ten einde toe. Dan komt Gods heerlijkheid openbaar in zijn tempel.