De vierde bazuin

Inleiding

De opening van het zevende zegel luidt de eindtijd in. De dag van Christus breekt aan. De eerste volwassen zonen van God komen openbaar (BS 41 t/m 43). De komst - de parousia - van Jezus Christus in zijn gemeente begint (2Th.2:1).

Na dit positieve komt ook het negatieve tot volheid. De nacht van de antichrist breekt aan. De zoon des verderfs komt openbaar, de mens der wetteloosheid. En met hem een aantal eerstelingen. Ook dit noemt de bijbel een parousia (2Th.2:9): de komst van de antichrist in de antigemeente (BS 45, 46).

Oproep

Door deze twee parousia’s ontstaat er een nieuwe situatie in hemel en op aarde. Voor gelovigen. En ook voor ongelovigen. Krachtiger dan ooit klinkt een oproep uit Jezus’ gemeente. Een helder, uitnodigend geluid. Vol van liefde, genade en vrede. Bestemd voor ieder die het wil horen. Verwoord door (steeds méér) mensen die gelijkvormig zijn geworden aan het beeld van Gods Zoon. Zij laten zien wie Jezus is, wat Hij in mensen bewerkt. Door hun leven geven zij zicht op wat God met mensen bedoelt. Evenals hun Heer verkondigen zij het evangelie van het Koninkrijk, drijven boze geesten uit en genezen alle ziekte en alle kwaal (Mat.9:35, Mar.1:39). Met heilige Geest gezalfd en met kracht bekleed trekken zij door het land en genezen ieder die in de macht van de duivel is (naar Hand.10:38 NBV).

Ga weg uit Babel

De gemeente verspreidt het licht van Gods Koninkrijk. Geeft hierdoor zicht op de werkelijkheid in de geestelijke wereld. Op de ‘Babelsituatie’ waarin vele gelovigen nog steeds verkeren. Alsook op de ‘Jeruzalemsituatie’ die God voor ieder van hen beoogt (zie ook BS 30/10, 37/11). Zij waarschuwt voor het gevaar dat Babylon bedreigt door de komst van de antichrist. Spreekt over de mogelijkheid hieraan te ontkomen: Ga weg uit die stad, mijn volk, zodat je geen deel hebt aan haar zonden en ontkomt aan de plagen die haar zullen treffen (Op.18:4 NBV).

De zonen van God roepen mensen op niet langer in de voorhof te blijven staan - in deze ‘voorhofsituatie’ te blijven leven. Zij nodigen hen uit Gods tempel binnen te gaan - zich met heel hun hart en leven voor Jezus te openen en zich aan te sluiten bij dat heilige priesterschap rondom Hem. Zodat ook zij uit de hand van hun vijanden verlost gaan leven in heiligheid en gerechtigheid voor Gods aangezicht (naar Luc.1:74-75).

Ander geluid

In deze situatie klinkt ook een heel ander geluid: hard en overheersend. Door de komst van de antichrist krijgen gelovigen (en ongelovigen) te maken met een persoon die zich luidkeels als ‘Messias’ presenteert. Met een groep mensen rondom zich - aan zijn beeld gelijkvormig - die hem volgt, vereert en aanbidt. Ook deze mensen trekken het land door. Met woorden en werken, eveneens vol van geest en van kracht - van antichristelijkegeest en antigoddelijke kracht: imponerend en meeslepend. De antichrist manifesteert zich met indrukwekkende tekenen en groots machtsvertoon, met valse tekenen en wonderen (naar Op.13:13 en 2Th.2:9 NBV). Ook hij spreekt de gelovigen in ‘Babel’, de mensen in ‘de voorhof’ aan: Kom allen tot mij; ik ben de Christus (naar Mat.24:23). Hij wil hen misleiden en verleiden (Op.13:14 NBV). Met zijn woorden en werken overdonderen en betoveren. Als ze komen, dwingt hij hen tot overgave aan hem en aanbidding van hem (vs.12). Tot een leven waarin hij zijn wil kan volbrengen, zijn plan met hen kan uitvoeren.

Keuze

Na drie bazuinen breekt er in de eindtijd een periode aan waarin iedere gelovige wordt geconfronteerd met de gemeente van Christus en de antigemeente van de antichrist.Met de uitnodigende prediking van de zonen Gods en de dwingende boodschap van de zonen des verderfs. Met de Geest, de waarheid en het volle licht van Christus. En met de geest, de leugen en de diepe duisternis van de antichrist. De vierde, vijfde en zesde bazuin beschrijven deze periode (zie BS 28/8).

Deze confrontatie dwingt iedere gelovige tot een bewuste, allesbepalende keuze. Voor Christus en zijn gemeente, of voor de antichrist en zijn antigemeente. In ‘de voorhof’ blijven staan is geen optie meer. Je gaat met Christus de tempel binnen, of je wordt door de antichrist in die voorhof vertrapt (naar Op.11:2). Je kunt niet meer in ‘Babel’ blijven wonen. Je trekt daar met Christus uit weg, of je krijgt deel aan de plagen die haar zullen treffen (Op.18:4). De antichrist gaat Babylon te gronde richten. Na het blazen van de zesde bazuin zal deze grote stad (in zijn handen) vallen (Op.14:8, 17:16).

Tweeërlei volheid

Gelovigen die ingaan op de prediking van het volle evangelie van Jezus Christus worden verlost van hun zonden en bevrijd van hun geestelijke belagers. Evenals hun broeders en zusters in Christus worden zij aan hun voorhoofd verzegeld. Zij ontvangen het zegel van de levende God (zie BS 35). Krijgen deel aan de vroege en late regen die overvloedig valt in Jezus’ gemeente. Worden vervuld met heilige Geest. In verbondenheid met Jezus mogen zij in de tijd die volgt als leden van zijn lichaam uitgroeien tot geestelijke volheid. En als volwassen zonen van God deelhebben aan zijn (weder)komst.

Gelovigen die meegaan in het anti-evangelie van de antichrist ontvangen het merkteken van het beest aan hun voorhoofd (BS 46/7). Zij worden vervuld van de antichristelijke geest en ingelijfd in de antichristelijke gemeente. Zij raken in alle delen van hun bestaan verbonden met hun heer. Krijgen deel aan zijn komst. Ook zij bereiken een geestelijke volheid: zij worden volwassen zonen des verderfs.

Scheiding van geesten

In de tijd van de vierde, vijfde en zesde bazuin werkt deze ‘scheiding der geesten’ volkomen door. Komt het proces dat reeds geruime tijd bezig is op het christelijk erf tot voltooiing (zie BS 36/10, 37/10). Dit maakt een einde aan verwarring en onduidelijkheid. Aan alle vormen en varianten van het christelijk geloof. Aan dogma’s en leringen. Aan denominaties en groeperingen. Wereldwijd.

Iedere christen moet kleur bekennen. Persoonlijk. Men stijgt in geestelijke zin op of valt af. Komt tot volheid in de heiligheid en gerechtigheid van Christus of tot volheid in de wetteloosheid en het verderf van de antichrist. Het ‘grijs’ verdwijnt, in alle tinten en nuances. Het wordt stralend ‘wit’ of diep ‘zwart’.

Wat een tijd: van grote benauwdheid en grote verdrukking, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal (Dan.12:1, Mat.24:21). Maar ook van wonderbare redding en enorme verheffing voor allen die tot Christus komen.

Machtsstrijd

Alle acties van de antichrist staan in het kader van zijn machtsstrijd met Jezus. Direct na zijn komst begint hij zijn oorlog tegen het Lam (naar Op.17:14). Eerst trekt hij op tegen het volk van Jezus dat nog in Babel verkeert; tegen de gelovigen in de voorhof (11:2). Vervolgens bindt hij de strijd aan met zijn heiligen (13:7), met ‘de twee getuigen’ van Jezus in het bijzonder (11:7): eerstelingen uit zijn gemeente. Na het blazen van de zevende bazuin neemt hij het op tegen Jezus zélf, in de ‘slag van Harmagedon’ (19:19). Hij wil Jezus Christus onttronen. Zijn gemeente van haar hoge plaats en positie verdrijven. Het koningschap in hemel en op aarde geheel voor zichzélf opeisen. De enige en absolute machthebber worden in de hele wereld. Hiermee God in het hart treffen.

De vierde bazuin

De vierde engel blies op zijn bazuin. Een derde deel van de zon, van de maan en van de sterren werd getroffen, waardoor dat deel verduisterd werd. Een derde deel van de dag en ook van de nacht was er dus geen licht. In mijn visioen hoorde ik de luide roep van een adelaar die hoog in de lucht vloog: Wee! Wee! Wee de mensen die op aarde leven! Want dadelijk klinken de bazuinen van de drie engelen die nog niet geblazen hebben (Op.8:12-13 NBV).

Duidelijkheid

Wederom klinkt het geluid van de bazuin in de gemeente van Christus. Spreekt Jezus tot de zijnen bij monde van engelen en mensen. Hij geeft helder zicht op de nieuwe situatie. Verschaft duidelijkheid over de dingen die daarin gebeuren, zowel de positieve als de negatieve. Laat zien wat er voor zijn gemeente aan de orde is. Bekrachtigt haar daartoe met alle kracht. Hij spoort haar aan om door te gaan met het verspreiden van het licht vanuit Gods Koninkrijk. Ondanks de kwaadaardige acties van de antichrist en zijn trawanten.

Zon, maan en sterren

Zon, maan en sterren zijn beeld van God, Jezus en de zijnen (zie BS 36/8, 37/1). Het licht van deze hemellichamen schijnt volop in de gemeente. Duidelijk te zien voor ieder die het wil zien. De gemeente getuigt van het licht en toont dit licht. In alle eenvoud, zoals Jezus zelf: zonder woordenstrijd of stemverheffing (Mat.12:19 NBV). Zij spreekt over God en zijn plan. Verkondigt en toont het ware Godsbeeld. Spreekt over Jezus en zijn werk, predikt zijn evangelie, doet zijn werken en openbaart het beeld van de Zoon. Zij is vol van licht en leven. Ook in deze nacht van de antichrist. Zij heeft deel aan de dag van Christus.

Treffen

Johannes ziet wat de antichrist met zijn antigemeente beoogt en bewerkt: een derde deel van zon, maan en sterren wordt getroffen. Geslagen, stukgeslagen (SV, LeV).

Wat betekent dit? Kan de antichrist God en Jezus in hun hart treffen? Kan hij de gemeente slaan, stukslaan? Al is het maar voor een (derde) deel? Nee, dat kan hij niet. Dat zal hem nooit lukken. Ook al denkt hij in zijn grenzeloze hoogmoed van wel.

De vierde bazuin wijst niet op een direct treffen van zon, maan en sterren. De antichrist stelt alles in het werk om deze hemellichamen in een ander ‘licht’ te plaatsen. Met laster en leugen, aanklacht en achterklap, verdachtmakingen en modder-gooien probeert hij de gemeente van Jezus zwart te maken, haar in een kwaad licht te zetten. Haar prediking over God en zijn plan, over Jezus en zijn werk onderuit te halen en te overschreeuwen. Haar werken te kleineren door ze met verbijsterende wonderen en bedrieglijke tekenen te overvleugelen. Het is de voltooiing van het proces dat al bij de opening van het derde zegel begint en na de opening van het zesde zegel in een stroomversnelling komt (zie BS 31/6, 36/7).

Van licht beroven

Op deze wijze wil de antichrist de mensen die op de aarde leven het licht van zon, maan en sterren ontnemen. Gelovigen (en ongelovigen) beroven van het licht en leven dat God voor hen bedoelt, dat Jezus hen kan geven en wat zij in Jezus’ gemeente kunnen vinden. Beletten dat zij daadwerkelijk tot Jezus komen en zich voegen in zijn gemeente.

Hij wil hen hullen in zijn duisternis, vervullen met zijn wetteloosheid en verderf, inlijven in zijn antigemeente: hen geheel voor zichzélf opeisen. En zo - indirect - Jezus en zijn gemeente met een zware slag treffen (naar Op.8:12 HB).

Derde deel

Gaat hem dat lukken? Slechts ten dele. Johannes spreekt over een derde deel. Over een minderheid. Vele aardsgerichte christenen zullen wakker worden door de prediking van het volle evangelie, alsnóg opstaan en met Jezus meegaan. Het is nog steeds een tijd van overvloedige genade, van redding en heil voor ieder die tot Christus komt. Ondanks de verduisterende werkingen van de antichrist en zijn aanvallen op Babel en voorhof.

Lijden

Met de komst van de antichrist breekt voor de gemeente van Jezus een tijd aan van verguizing en miskenning, verachting en ontkenning, hoon en spot, laster en leugen, vervolging en lijden terwille van het evangelie. De bijbel noemt deze periode ‘de grote verdrukking’. Het vergaat de gemeente in deze tijd als haar Heer. Louter goed doen en tóch worden gesmaad. Enkel licht verspreiden en tóch worden gehaat.

Met opgeheven hoofd gaat de gemeente onder leiding van Jezus door deze grote verdrukking heen. Staande voor Gods troon, dienend in zijn tempel. Zij volgt het Lam, beklimt de berg Sion, zingt het nieuwe lied en overwint iedere tegenstander. Zij neemt toe in licht en kracht: zij komt er glansrijk uit te voorschijn (naar Op.7:14-15, 14:4, zie BS 40/9).

Werkelijkheid

De gemeente leeft bij de werkelijkheid van Christus en herinnert zich zijn woorden: Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten (Mat.5:11-12 NBV).

In de gemeente is blijdschap vanwege het deelhebben aan het lijden van Christus. Zij weet wat dit betekent en teweeg brengt: Indien je door de naam van Christus smaad lijdt, ben je zalig, daar de Geest der heerlijkheid en de Geest Gods op je rust (1Pe 4:14). Je zult je met vreugde mogen verblijden bij de openbaring van die heerlijkheid (vs.13). En dát moment komt steeds dichterbij...

Benauwd én heerlijk

Ondanks alle benauwdheid, verdrukking en lijden beleeft de gemeente een heerlijke tijd. Steeds weer treden nieuwe mensen toe. Gelovigen vanuit Babel of de voorhof. En ook ongelovigen. Gegrepen door Jezus’ evangelie. Verlokt door Gods heerlijkheid en macht. Steeds meer mensen rijpen in haar tot volheid. De vroege en de late regenstromen gaan onverminderd door. Het gaat aan op de wederkomst van Jezus. Op de vereniging met Hem. Op het verwerven van de onvergankelijkheid en het verkrijgen van zijn heerlijkheid. Ook al wordt de antichrist nog veel feller en gemener in zijn aanvallen en verdrukkingen. Ontketent hij een (occulte) duisternis zoals nog niet eerder is geweest.

Wee, wee, wee

Voor wie zich niet van het aardsgerichte denken en leven (willen) losmaken geldt: Wee! Wee! Wee de mensen die op aarde leven - in het aardse blijven leven! Want dadelijk klinken de bazuinen van de drie engelen die nog niet geblazen hebben (Op.8:13b NBV). De vierde bazuin schetst nog maar het ‘begin’ van de acties van de antichrist en de zijnen. Het ergste moet dan nog komen.

Uit deze woorden blijkt dat ook in deze tijd van grote verdrukking niemand tegen zijn zin meegesleept wordt in de wetteloze, verderfelijke stroom van de antichrist. Elke gelovige wordt gewaarschuwd. Ieder krijgt de kans om tot Christus te komen, de levende steen. Door de antichrist en zijn mensen verworpen, bij God uitverkoren en kostbaar. Om zich als levende steen te laten gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, voor het vormen van een heilig priesterschap (naar 1Pe.2:4-5).

Herkenning

We herkennen in onze tijd al veel van wat er bij de vierde bazuin in volheid naar voren komt. Doe daar je voordeel mee. Schuw het lijden niet, aanvaard het. Kijk niet op van miskenning en verguizing, hoon en spot, leugen en laster. Leer hierin handelen als onze Heer.

Leer bij de werkelijkheid van Christus te leven. Met groeiend inzicht en toenemende fijngevoeligheid te onderscheiden waar het op aankomt (Fil.1:9-10). Leer nu reeds te luisteren naar de stem van de Heer en blijf dit doen. Leer nu reeds te vertrouwen op zijn naam en blijf steunen op je God. Ook al moet je dwars door een stuk duisternis en word je van licht beroofd (naar Jes.50:10). Je zult ervaren dat zij die in jouw leven het vuur ontsteken in de vlam van hun eigen vuur ten onder gaan (vs.11). En je zult loven de naam van de Heer, je God, die wonderbaar met je handelt. Je zult weten, dat Hij in het midden van Israël is, en dat Hij, de Heer je God is, en niemand anders; zijn volk zal nimmermeer te schande worden (naar Joël 2:26-27).

Wat een heerlijk heden en een nog heerlijker toekomst. Prijs de naam van Jezus, onze Heer, en van God, onze Vader.