In den beginne

Inleiding

Het is voor de gemeente van Jezus Christus van groot belang om een goed en helder beeld te hebben van Gods plan met mensen. In deze serie artikelen willen wij dit plan van God centraal stellen en het zo duidelijk mogelijk naar voren brengen. We zullen het daarom gaan opbouwen vanuit de beginsituatie en met elkaar in gedachten teruggaan naar de oorsprong van alle dingen.

In den beginne

Hoe was het in den beginne? Wat was er in het begin? Wie was er in het begin? Waar heeft alles zijn oorsprong? Vragen waar de bijbel informatie over geeft, maar die vanuit diverse gedeelten bij elkaar gehaald dient te worden. Wat dat betreft is de bijbel geen encyclopedie waar men bij de ‘B’ van begin alles vindt wat nodig is. Wij zullen Schrift met Schrift moeten vergelijken en ons laten verlichten door de heilige Geest om tot conclusies te kunnen komen.

Uit Hem zijn alle dingen

Als wij in gedachten teruggaan naar het begin, naar het oorspronkelijke, komen wij terecht bij God. Paulus schrijft in Romeinen 11:36: Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen, Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Iets soortgelijks vindt u ook in 1 Corinthiërs 8:6 …voor ons is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn. Uit God is alles voortgekomen.

God bestaat

En God zelf dan? Heeft God dan geen begin… Wie zou God dan gemaakt hebben? Als er iemand zou zijn die God gemaakt zou hebben, dan zou diegene toch God zijn? God heeft geen begin, God heeft geen einde… God ‘is’! God is… God! God groeit niet, God ontwikkelt niet. Hij is de eeuwige, de onveranderlijke, de ‘Ik ben’. God wordt niet gedragen, Hij draagt alle dingen. Hij is degene die volledig op zichzelf staat, die niet op iets anders rust.

En zo proberen we te omschrijven wat we bedoelen. En daarmee komen we eigenlijk bij de grenzen van ons voorstellingsvermogen. Maar toch kan iedereen begrijpen dat er iets of iemand moet zijn waarop alles gebaseerd is. Dat er van alles een absolute grond moet bestaan. En als we zo doordenken, komen we eigenlijk steeds meer onder de indruk van de enorme grootheid en volheid, de macht de verhevenheid, de majesteit van God. Woorden schieten feitelijk te kort om Hem te beschrijven.

Geloof

Kunnen wij bewijzen dat God bestaat? God behoeft geen bewijs. God bewijst zichzelf. Aan wie bewijst God zich? Aan degene die gelooft dat Hij bestaat. In Hebreeën 11:6 staat letterlijk: Wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, dat Hij existeert. En dat geloof kan ieder mens opbrengen. Het besef van God, het besef van eeuwigheid ligt in het hart van alle mensen verankerd; dat behoeft ons niet geschonken te worden; het is ingeschapen.

In Prediker 3:11 staat: Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd, ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd. Andere vertalingen luiden: Hij heeft het eeuwige in het hart van de mens gelegd; Hij heeft de eeuwigheid in het hart van de mens gelegd, de eeuwigheidsbehoefte.

Er is dus diep in ons een vermogen dat ons in staat stelt om besef te krijgen van de eeuwigheid, van de eeuwige God. Er is in ons zelfs een behoefte om dit alles te gaan verstaan en te beleven, ook al gaat dat aanvankelijk misschien over de grenzen van ons bevattingsvermogen heen. En dat besef van God, die eeuwigheidsbehoefte, dat verlangen naar God, kan en mag zich ontwikkelen. Dit zal op den duur gaan leiden tot een volledige en juiste voorstelling van God. Wij zullen als mensen uiteindelijk in staat zijn te bevatten en te beleven wat dit allemaal inhoudt. Voorlopig gaan wij uit van ons besef, van ons geloof: God is. Hij is het begin van alle dingen. Uit Hem is alles voort-gekomen. Voor Hem, door Hem, tot Hem. Geen wonder dat Paulus, na deze woorden geschreven te hebben onmiddellijk overgaat in lof en aanbidding: Hem zij de heerlijkheid tot in der eeuwigheid. Amen.

God alleen

Wat was er in den beginne nog meer? Was er al een hemel? Neen, de bijbel is hier duidelijk over. In den beginne schiep God de hemel, riep God de hemel in het aanzijn (Gen.1:1). Voor die tijd was er dus ‘niets’.

Was er in den beginne nog iemand naast God? Ook op deze vraag geeft de bijbel een antwoord: Zo zegt de Here, uw verlosser, en uw formeerder van de moederschoot aan: Ik ben de Here, die alles gemaakt heb; die de hemel heb uitgespannen, Ik alleen; die de aarde uitgebreid heb door eigen kracht (Jes.44:24). Naast God, buiten God was er dus helemaal niets. Dat was de situatie waarin het begin aller dingen is ontstaan.

Het woord

Is er dan toch een beginpunt aan te wijzen? Ja. Er kwam iets tot stand in God zelf. Geboren in het hart van God, in het wezen van God, opgekomen uit de diepten van God. In Johannes 1:1 staat: In den beginne was het woord en het woord was bij God en het woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.
In God ontwikkelde zich ‘het woord’, dat woord waardoor alle dingen zouden worden. God ontwikkelde een plan. In zijn binnenste rijpte een geweldig groots idee, een allesomvattende gedachte. En dat bleef bij God. Het bleef in God verborgen als een nog onuitgesproken gedachte. Het woord was bij God, het woord was God. Dat plan, dat nog niet uitgesproken woord, dat was het begin. Voordat God één woord sprak, naar buiten liet komen, was dat woord - en daarmee bedoelen we het totale plan van God - in Hemzelf en had God alles maar dan ook alles tot in de kleinste details overdacht, doordacht en voor zichzelf geconcludeerd: dit is het. Dit plan breng Ik ten uitvoer. Dit woord was in den beginne bij God en alle dingen zijn door dat woord geworden, dus vanuit deze gedachte, op grond van dit plan van God, ontstaan. En zonder dit, buiten dit woord om, is geen ding geworden dat geworden is, zegt Johannes.

Uitgangspunt

Wat een diep inzicht heeft apostel Johannes in dat plan van God. Het was de basis van zijn denken, het uitgangspunt van zijn evangelie (Joh.1:1) en zijn brieven (1Joh.1:1). Wij willen in ons bezigzijn eveneens uitgaan van deze basis, dit oorspronkelijke woord van God. En daarmee ingroeien in het denken van God en het handelen van God. Visie op het oorspronkelijke is heel belangrijk. Als wij gaan begrijpen wat God van oorsprong heeft bedoeld, dan is het mogelijk om alles wat daar van afwijkt te herkennen en te onderkennen. Dan krijgen we ook zicht op het uiteindelijke, waar God naar toe werkt. Want God werkt zijn oorspronkelijke bedoelingen uit. God realiseert wat Hij van plan was. Zijn handelen is gebaseerd op het ‘woord dat van den beginne is’. Al zijn daden zijn gericht op de volledige realisatie van dat woord, van dat plan. Zicht op het oorspronkelijke geeft visie op het uiteindelijke. Het omgekeerde geldt eveneens. Door alles wat wij als nieuw-testamentische gemeente profetisch aangereikt hebben gekregen wat betreft het uiteindelijke, de voltooiing, mag ons inzicht in het oorspronkelijke zich verdiepen. Tevens biedt het alzo bezigzijn de mogelijkheid om ons ‘vandaag’ als gemeente te oriënteren. Waar komen we vandaan? Waar gaan we naar toe?

Niet te keren

In den beginne was het woord; dit vers uit Johannes 1:1 gaat dus in tijd vooraf aan Genesis 1:1. Want de Schepper is pas begonnen met de uitvoering van zijn plan, nadat alles in Hem tot volledige rijping was gekomen. Volkomen doordacht is God begonnen met de realisatie van zijn plan. En het is mede daardoor dat zijn werk nooit meer is te keren. God is niet in een opwelling, in een impuls, van start gegaan. In de rust die zijn wezen kenmerkt, heeft Hij het geheel voorbereid.

En dat merken we ook in de realisatie. God werkt alles uit in een volkomen rust, vastbesloten om datgene wat Hij van den beginne van plan was, te realiseren. God is volkomen zeker van zijn zaak.

Een waardige partner

Waaraan dacht God? Wat hield dat woord in? Kunnen wij dat verstaan en gaan begrijpen? Zonder op dit moment volledig te kunnen zijn, is het toch wel mogelijk hier het één en ander over zeggen. In Amos 4:13 wordt gesproken over ‘God, die aan de mens te kennen wat zijn gedachten zijn’ (SV). In de Canisiusvertaling staat het nog mooier: Die aan de mens zijn diepste gedachten onthult. Wij kunnen uit de werken Gods opmaken wat het oorspronkelijke plan van God was. En wij begrijpen nu dat God van Zichzelf wilde uitdelen, dat Hij Zich wilde meedelen. God wilde een partner aan wie Hij Zich in liefde helemaal kwijt zou kunnen, in wie Hij Zich in alle eeuwigheden zou kunnen verblijden. Deze partner zou tot wederliefde in staat zijn en een enorm potentieel aan mogelijkheden in zich hebben, zodat God er nooit op uit gekeken zou raken. Zijn partner zou mee kunnen komen en mee kunnen gaan in al Gods plannen.

Gemeenschap

Deze partner waar God aan dacht, zou van zijn niveau zijn; in staat om in liefde en met inzet van alle ingeschapen vermogens uit vrije wil in volkomen gemeenschap met, en in afhankelijkheid van God te leven. Een vrouw voor God, naar zijn beeld en naar zijn gelijkenis. God dacht niet aan een tweede God, maar Hij dacht aan een waardige partner die volmaakt, harmonisch bij Hem zou passen; we zouden kunnen zeggen ‘complementair’ aan God, geheel bij elkaar behorend, in wezen en werken.

Tot Hem

God zag een wezen voor zich dat aan al zijn verlangens voldeed. Hij zag een wezen met ongekende, onuitputtelijke mogelijkheden. Een wezen met een hart dat Hem zou kunnen liefhebben. Een wezen dat zich in velerlei opzicht zou kunnen ontwikkelen, in niveau en in aantal. Een wezen dat zich in een oneindige variatie, in vele persoonlijkheden zou kunnen gaan manifesteren, zodat God Zichzelf volledig hierin en hieraan zou kunnen openbaren. Een wezen waarin God zou kunnen worden ‘alles in allen’ (1Cor.15:28). Dat totaal van vele persoonlijkheden, die tezamen als één en tot één zouden zijn, die ieder afzonderlijk en samen als geheel in een nauwe liefdesrelatie met God zouden mogen leven, was voor God de drijfveer om alles te laten worden, wat geworden is. Dit zou uit Hem voortkomen, door Hem geschapen worden en tot lof zijner heerlijkheid existeren.

De mens

Aan welk wezen dacht God? God dacht aan de mens, aan u en mij. Het hele plan van God is gebaseerd op deze gedachte, op Gods verlangen naar de mens. Het is de mens, die als ‘zoon van God’ geschapen zou worden, uit God ‘geboren’, en tot volwassen zoon zou mogen uitgroeien. De mens met zijn ingeschapen mogelijkheden om uit te groeien tot een mensheid die als vrouw van God tot in alle eeuwigheden met Hem zou kunnen leven.

Hemel en aarde

Om die vrouw te verwerven voorzag God in alles wat daar rondom heen voor nodig zou zijn. In zijn gedachten bereidde Hij het grootst mogelijke werk voor wat maar te bedenken viel. Een volmaakt werk. Een schepping, een grandioze Goddelijke creatie. Er zou een hemel en een aarde gaan komen, rijkelijk en overvloedig voorzien van allerlei mogelijkheden en middelen om die mensvoor zijn goddelijke bestemming gereed te maken. Met dat doel schiep God de hemel en de aarde (Gen.1:1).

Aanbidding

Ik hoop dat u met mij onder de indruk bent gekomen van de gedachten Gods. Vanaf den beginne heeft God ons voor ogen gehad. Met u wil ik Hem aanbidden en leven tot zijn eer en mij samen met u in de gemeente inzetten voor de realisatie van Gods plan met mensen. Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.