Geweten

Inleiding

Het innerlijk bezig zijn van de mens heeft vele aspecten. Bij alles wat we doen en meemaken zijn er gedachten en gevoelens. Door het verstand hebben wij de mogelijkheid hierin orde en structuur aan te brengen en het geheel beheersbaar te houden. In de vorige Studiebladen is dit beschreven naar het inzicht dat we op dit moment in deze ‘verborgen dingen’ hebben. In dit artikel willen we een volgend aspect van het innerlijk bezig zijn naar voren halen: het vermogen om te toetsen, te beoordelen, je iets bewust te worden, het geweten. Opnieuw zal blijken dat dit vermogen één geheel vormt met alle andere innerlijke vermogens.

Woordbetekenis

Het is opvallend dat het woord ‘geweten’ in het Oude Testament niet voorkomt. In het Hebreeuws is er blijkbaar geen woord dat dit innerlijke vermogen eenduidig omschrijft. Het begrip komt wel voor; dat zal zo dadelijk blijken.
Geweten is een nieuwtestamentische term. Er is maar één grondwoord: syneidesis. Dit wordt 32 keer gebruikt. De letterlijke betekenis van dit woord is: iets met zichzelf weten, dus zich van iets bewust zijn. In het NBG wordt het vertaald door geweten, besef en bewustzijn (bijvoorbeeld in resp. Heb.13:18, 10:2, 9:14); in de Statenvertaling alleen door geweten.
Daarnaast is het Nederlandse woord geweten een afleiding van het gotische woord giwizo, dat getuigen betekent.
Op grond hiervan kunnen we ons een beeld vormen van de specifieke functie en betekenis van dit innerlijk vermogen. We dienen hierbij eventueel oude voorstellingen van het geweten, waarbij de ziel in gesprek zou zijn met de geest, los te laten. Het ‘samen weten’ is niet zozeer een zaak van de ziel enerzijds en de geest anderzijds, maar veel meer een samen met jezélf, een voor je zelf iets weten. Paulus verwoordt dit in 1 Corinthiërs 4:4: Ik ben mij van niets bewust. Ziel en geest vormen een ondeelbare eenheid; zij kunnen elkaar niet beoordelen en ook niet tegenover elkaar komen te staan in een zogenaamd gewetensconflict. Ook nu dienen we een beschrijving te geven, die de werkelijkheid in de geestelijke wereld nauwkeuriger aangeeft en in harmonie is met het mensbeeld.

Functie

Het geweten geeft de mens enerzijds de mogelijkheid om geheel voor zichzelf na te gaan wat er in zijn hart leeft en omgaat: een peiling van motieven, een afwegen en overwegen van gedachten en gevoelens, een bewustwording, een besef. Maar het biedt anderzijds ook de mogelijkheid om te komen tot een beoordeling daarvan, een toetsing aan een bepaalde, aanwezige norm van goed en kwaad. We zouden het geweten kunnen omschrijven als dat deel van het totale innerlijk vermogen, dat zich bezig houdt met de toetsing en beoordeling van alles wat het hart binnenkomt, er in omgaat en er uit voortkomt, en aanwerkt op een bewustwording daarvan.
Op deze wijze is het mogelijk te kunnen toezien op jezelf (1Tim.4:16), de vinger aan de pols te houden en het eigen werk te toetsen (Gal.6:4).
De King James vertaling zegt in Psalm 4:4: Commune with your own heart, communiceer met je eigen hart; een treffende beschrijving van iets, dat wij in nieuwtestamentische termen het geweten zouden noemen, het innerlijk overleg met jezelf.

Andere omschrijvingen

We zouden de werkzaamheden van het geweten ook kunnen omschrijven met ‘de blik naar binnen’, of als ‘het luisteren naar de stem van het hart’. Hierbij worden de geestelijke oren en ogen als het ware onderzoekend naar binnen gericht. Na beoordeling en toetsing brengt het geweten bij wijze van spreken verslag uit: een innerlijk ‘getuigenis’ van de bevindingen (zie bijv. 2Cor.1:12).
Bovenstaande beschrijvingen zouden aanleiding kunnen geven om te gaan (of blijven) denken aan een apart orgaan of afzonderlijk vermogen in de mens, dat met eigen, aparte ogen en oren kan zien en horen, of met een eigen mond kan spreken en zelfstandig kan beoordelen en spreken. Dit is niet juist.
De mens heeft het vermogen om zichzelf innerlijk te onderzoeken en daarbij voor zichzelf tot een conclusie, een oordeel te komen. Dit vermogen wordt het geweten genoemd. Als mijn geweten spreekt, ben ik voor mijzelf van iets overtuigd geraakt. Als mijn geweten iets ziet en ontdekt, ben ik mij van iets bewust geworden. Zomin als het verstand zelfstandig bezig kan zijn met het ordenen van gedachten en gevoelens, zomin kan het geweten zelfstandig bezig zijn met het toetsen en beoordelen daarvan. Het verstand en het geweten zijn beide werkzaam binnen het geheel van gedachten en gevoelens. Hierdoor kan de mens de dingen voor zichzelf op een rijtje krijgen en zich van iets bewust worden.
Wanneer wij in het vervolg van dit artikel spreken over de functies en uitingen van ‘het geweten’, bedoelen we dus steeds het functioneren van de mens. Op dezelfde wijze hebben we in vorige artikelen geschreven over het oog en oor, de mond en het hart, het gevoel en het verstand: de mens ziet, hoort en spreekt; de mens denkt, voelt, ordent, toetst en wordt zich van iets bewust.

Privé

Het geweten is een vermogen dat evenals de andere innerlijke vermogens zetelt in het hart en deel uitmaakt van het privé van de mens. Ieder mens heeft zijn eigen gedachten, zijn eigen gevoelens, zijn eigen bevindingen en zijn eigen overtuiging. Zo heeft ook ieder mens zijn eigen geweten: Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd (Rom.14:5).
De uitingen van dit vermogen zijn derhalve alleen voor onszelf waarneembaar. Niemand anders dan wijzelf horen de ‘stem’ van het hart, het ‘getuigenis’ van ons geweten. Alleen de mens zelf kan weten, wat in hem is (1Cor.2:11). Dezelfde conclusie als bij het onderwerp denken (Stb.13). Wij ‘communiceren’ met onszelf en zijn hierbij geheel naar binnen gericht bezig.

Eén geheel

Het geweten kan niet los van de andere innerlijke vermogens functioneren. Als er geen gedachten en gevoelens zouden zijn, zou de mens niets kunnen toetsen en beoordelen. Als we met het verstand geen orde en structuur in het denken en voelen zouden aanbrengen, is een peiling van motieven en een bewustwording onmogelijk. Het woord ‘besef’ is niet alleen een vertaling van het Griekse woord voor ‘geweten’, maar ook één van de grondwoorden van ‘verstand’ (Stb.14). De samenhang tussen het verstand en het geweten is duidelijk.
Als er geen geloof in en liefde tot de waarheid zou zijn, is de toetsing aan de goddelijke norm van goed en kwaad eveneens onmogelijk. De innerlijke vermogens vormen één geheel; we dienen te denken aan een gezamenlijk functioneren, waarin dan het geweten als toets, als norm, dienst doet.

Wanneer?

Het geweten heeft bij velen op grond van allerlei ervaringen een tamelijk negatieve gevoelswaarde. Als je geweten ‘spreekt’ is het meestal mis met je. Als je iets ‘op je geweten hebt’, sta je er in het algemeen niet best op. Het beoordelen door het geweten wordt in veel gevallen als een veroordelen ervaren. De getuige à charge: beschuldigend. Er ontstaat een (meestal schrijnend) besef van kwaad.
Het geweten kan evenwel ook als getuige à décharge optreden: het spreekt de mens inwendig vrij van schuld. Er ontstaat dan geen besef van kwaad.
Het lijkt erop dat het geweten pas actief wordt wanneer de daden zijn gedaan, dus achteraf gaat onderzoeken en getuigen. Niets is minder waar. Een goed en gezond geweten kan ook werkzaam zijn en tot uitingen komen op het moment van handeling, ja zelfs daaraan voorafgaand.
Een bekende zegswijze is: bezint, eer gij begint. Hierbij dienen we ons verstand, maar ook ons geweten te gebruiken. Juist het vooraf kunnen nagaan van motieven en gevolgen van woorden, daden en handelingen en dit te toetsen aan de goddelijke norm, schept voor ons de mogelijkheid om heel bewust ons hart te bewaren en dingen goed te doen.
Tijdens het luisteren en zien is dit eveneens aan de orde. We zijn er in de vorige artikelen (Stb.10,11) al mee bezig geweest. Bij het zien of horen is er te allen tijde de mogelijkheid om - na het één en ander gestructureerd te hebben - te kiezen of je er al of niet op ingaat. Het openen of afsluiten van je hart voor informatie van buitenaf vindt plaats na innerlijk overleg. Je vraagt je voor je zelf af of het een goede zaak en naar de wil van de Heer is. Op deze wijze ben je bewust en ‘gewetensvol’ bezig; zo dient het geweten te functioneren.
Als Jacobus ons aanraadt: Wees langzaam om te spreken (1:19), wil dat dus niet zeggen dat je langzaam (sloom) moet spreken, maar dat je van te voren en ook tijdens het spreken kunt beseffen, ja feitelijk dient te weten, wie de inspirator is van de gedachte die je uit gaat spreken. Is het constructief, wat komt er door mijn spreken in beweging, waar leidt het toe? In Studieblad 12 is dit naar voren gekomen. Bedachtzaamheid en bezonnenheid zijn vruchten van een goed functionerend geweten. Als wij in ons spreken niet meer willen struikelen, dienen wij de mogelijkheden van ons geweten te gaan gebruiken en dit vermogen in zuiverheid tot volheid te laten ontwikkelen.

Bewust

Ook in de uitingen van de innerlijke vermogens kan het geweten zich mede-uiten. De controle over gedachten en gevoelens is niet alleen een zaak van het verstand, maar komt mede tot stand onder invloed van het geweten. Het besef van de dingen waarmee je bezig bent of bezig wordt gehouden, is een vrucht van het gezamenlijk functioneren van innerlijke vermogens.
We spreken over een bewustwordingsproces: we willen bewust leren leven vanuit de geestelijke wereld. Wij dienen dan met ons vermogen om te beseffen, te toetsen en bewust te worden te gaan werken en daarbij de oorspronkelijke en goddelijke norm voor goed en kwaad te blijven hanteren.
Het geweten is een van God gegeven innerlijk vermogen om te allen tijde bewust te leven. Een gecontroleerd denken, een beheerst voelen, een helder verstaan en begrijpen, het weten wat goed is en aan de orde is... het kan tot stand komen door een gezond en optimaal functionerend geweten. We zijn dan in staat voortdurend toe te zien op onszelf (1Tim.4:16) en daarbij te toetsen wat de Heer welbehaaglijk is (Ef.5:10). Twee uitspraken van Paulus die de specifieke functie en het belang van het geweten aanduiden.

Van nature

Het vermogen om te kunnen toetsen en beseffen is bij de mens ingeschapen. Vanaf het meest prille begin heeft ieder mens deze mogelijkheid in zich. Tevens is de enig juiste en goddelijke norm van oorsprong in de mens aanwezig. Zo heeft God de mens geschapen. Paulus zegt dat de heidenen van nature doen wat de wet gebiedt (Rom.2:14).
Het zal duidelijk zijn dat dit vermogen - evenals alle andere vermogens - ontwikkeld moet worden. Bij Jezus zien we het volmaakte en volwassen functioneren van alle vermogens en dus ook van het geweten plaatsvinden: Hij is de mens Gods in volheid. Zo heeft God de mens van den beginne bedoeld. Tot die volheid wil God nog steeds alle mensen leiden. Door Jezus Christus is dit mogelijk. Hij is gekomen om vele zonen tot heerlijkheid te leiden (Heb.2:10).

Duisternis

Door negatieve beïnvloeding kan er in de ontwikkeling scheefgroei plaatsvinden in denken, voelen, verstand en ook in geweten. Hierdoor zal het geweten niet meer zuiver kunnen functioneren. Er kunnen verkeerde en afwijkende normen gehanteerd gaan worden. Paulus spreekt over mensen die in hun denken (verstand) en geweten besmet zijn (Tit.1:15). De koppeling tussen het denken, verstand en geweten wordt hierin weer duidelijk aangegeven. Een onzuiver functionerend geweten staat altijd in verband met een door de duisternis beheerst denken en voelen van de mens. Je bent dan in je geweten niet ‘los van de afgod’ en dat heeft gevolgen op het hele leven (1Cor.8:7). Door bindingen met demonische machten wordt niet alleen het verstand verduisterd, maar zal na geruime tijd ook het geweten gebrandmerkt worden (1Tim.4:2). De Statenvertaling spreekt hier over een geweten ‘als met een brandijzer toegeschroeid’. Deze bewoordingen omschrijven een zeer ver gevorderd stadium in de vervreemding van het leven Gods. Het kwade wordt dan niet meer als zodanig onderscheiden; men ‘leeft’ in de duisternis.

Herstel

Door bevrijding kan de mens in alle delen van zijn bestaan loskomen van elke band met de machten der duisternis. De vernieuwing van denken zal zijn heilzame werking ook ten aanzien van het geweten hebben. Helderheid in denken, opening van het verstand en gevoel zal gepaard gaan met een gezond worden van het geweten: in samenhang met alle andere vermogens kan het weer zuiver gaan functioneren en volledig worden ontwikkeld. Zo zal de mens Gods in alle volheid te voorschijn gaan komen.
Met het toenemen van kennis, inzicht en fijngevoeligheid om te onderscheiden waarop het aankomt (Fil.1:9), neemt dus ook het vermogen toe om te toetsen, te beseffen, te beoordelen. De enige die ons hierin kan opvoeden is Jezus Christus. Hij heeft alles gedaan om ons uit de duisternis te halen en zal binnen de gemeente door de heilige Geest, die ons met Hem verbindt, dit werk ten einde toe voortzetten. Hiervan zijn wij ten volle overtuigd (vs.8).

Aanklacht

Wanneer het geweten ons aanklaagt en wij dus voor onszelf tot de conclusie zijn gekomen dat er iets mis is gegaan, is dit op zich geen negatieve, maar een positieve zaak. Dat de vijand hierbij aansluit en het probeert op te blazen en uit te buiten is wel iets negatiefs. We dienen hierin onderscheid te maken. We mogen blij zijn wanneer wij overtuigd geraakt zijn van zonde. Alleen dan is het mogelijk hiervoor vergeving te vragen en te beleven dat het bloed van Jezus ons reinigt van alle zonden (1Joh.1:7). Wij mogen opnieuw in volle verzekerdheid des geloofs toetreden met een waarachtig hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad (Heb.10:22). Ons geweten spreekt ons dan vrij. Wanneer er daarna alsnog een aanklacht tegen ons wordt ‘ingediend’, komt dit niet meer vanuit ons hart, ons eigen geweten, maar van de aanklager der broeders. De geest van verwerping is hierin gespecialiseerd. Door in de vergeving te blijven geloven en dit te blijven hanteren is het mogelijk als rechtvaardige de aanklager te overwinnen (Op.12:11).

Gewetensconflict

Bij een gewetensconflict wordt de innerlijke mens niet opgedeeld en tegenover elkaar geplaatst, maar worden er verschillende gedachtenstromen ervaren. Deze gedachten klagen elkaar onderling aan (Rom.2:15). Het is dan aan de orde om de bronnen van de beide stromingen te vinden. Uit één bron kan nooit zoet en bitter water opwellen (Jac.3:11). De kennis dat alle goeds van God komt en dat de vijand de auteur is van alle kwaad, geeft aan dit zoeken de juiste richting. We gaan dan niet in tegen onszelf, maar tegen de boze. Hierbij is inzet van alle vermogens nodig. Wanneer wij ons - met alles wat in ons is - onthouden van alle soort van kwaad (1Thes.5:22) en dus weerstand bieden aan de boze, zal elk conflict en elke spanning ophouden te bestaan. De vrede Gods zal ons hart vervullen en alle vezels van ons bestaan doortrekken.

Vergoelijken

In ons dagelijks leven dienen we ook attent te zijn op gedachten als: ach, zo erg is dat toch niet... we gaan toch niet op alle slakjes zout leggen... het moet een beetje ontspannen blijven hoor! De boze is dan bezig (geweest) om in het geweten de norm te verleggen. Wanneer wij naar geestelijke volwassenheid willen streven, kunnen wij ons niets permitteren op dit terrein. Het is zaak om hierin voor jezelf na te gaan, in je eigen geweten, of deze gedachte alleen op dat moment speelt en dus af te wijzen is, of dat het een dieper gelegen oorzaak heeft: een beschadiging vanuit het verleden, die nog niet door vernieuwing van denken is hersteld. Het is dan aan de orde om hier werk van te maken in de geestelijke wereld: eventuele banden door te snijden en het herstel verder door te laten werken in denken en beseffen. Zo zal ons geweten zuiver mogen gaan functioneren.

Van niets bewust

Het kan ook gebeuren dat er in ons leven bepaalde dingen nog helemaal ‘ongemerkt’ passeren. Je bent je van geen kwaad bewust, terwijl er toch dingen gebeuren die feitelijk niet uit God zijn. Dit staat in verband met een nog niet volledig ontwikkeld besef van goed en kwaad. Vandaar dat het voor kinderen Gods van zo'n groot belang is om trouw te zijn in het bijwonen van de gemeentelijke samenkomsten, waarin Gods woord op duidelijke en verhelderende wijze gepredikt wordt en de Geest Gods kan overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel (Joh.16:8). Vanuit de Schrift weten we dat wij als kinderen Gods een voorspraak hebben bij de Vader (1Joh.2:1). Ik meen dat dit met name geldt voor ‘zonden in onwetendheid bedreven’. Zodra wij ons van verkeerde dingen bewust worden, is het aan de orde om hiervoor vergeving te vragen en ook op dit terrein met verlichte ogen en geopende oren, met een in de waarheid groeiend geweten verder te gaan.
Wij willen de rechte weg behartigen en bewandelen. Wij verwachten, dat door woord en Geest alles in ons eigen geweten openbaar komt (2Cor.5:11) en wij volledig bewust van de werkelijkheid in de geestelijke wereld als hemelburgers het spoor kunnen houden (Gal.5:25).

Nieuwe dingen

Ons geweten functioneert ook bij het vernemen van nieuwe aspecten van de volle boodschap. Het volle evangelie is nog niet uitontwikkeld; het is volop in beweging. Aloude waarheden worden herontdekt, nieuwe inzichten worden naar voren gebracht. Voordat we deze nieuwe dingen gaan integreren en toepassen, is het mogelijk om te weten en te verstaan wat van de Heer is.
Soms komt het je voor dat bepaalde dingen min of meer aansluiten bij wat al in je hart leefde; je had het alleen nog nooit voor jezelf op deze wijze onder woorden gebracht. Andere dingen zijn volslagen nieuw, maar het spreekt gelijk aan. We zeggen dan vaak: ja, het ‘klikt’. Dit is dan opnieuw een getuigenis van ons geweten. De geestelijke mens dient alles te beoordelen (1Cor.2:15) en zal voor zichzelf en met anderen te weten mogen komen of deze dingen alzo zijn. Zo zal de Heer aan zijn gemeente alles kunnen openbaren en ons in de volle waarheid kunnen leiden.

Samen met de Heer

Het is een heerlijke en rustgevende gedachte dat we na de doop in heilige Geest in de bronnen van ons bestaan en dus ook in het centrum van ons geweten met Jezus verbonden zijn. Het ‘samen-met-jezelf-weten’ is dan met recht een ‘samen-met-Hem-weten’ geworden. Samen onderzoeken, samen beoordelen, samen toetsen, samen beseffen, samen getuigen: Deze Geest getuigt dan met onze geest tezamen, dat wij kinderen Gods zijn (Rom.8:16).
Wij hebben in dit artikel reeds gesteld dat we met name door de mogelijkheden van ons geweten in staat zijn om bewust te gaan leven. Juist door onze verbinding met Hem in heilige Geest kan Jezus ons leren dit innerlijk vermogen in alle zuiverheid tot volle wasdom te ontwikkelen. Het volledig bewuste leven naar Gods bedoeling in twee werelden tegelijk is derhalve ten volle haalbaar geworden. Het is aan de orde om ons hierop te richten. Samen met Hem zullen wij steeds meer alle dingen kunnen doorzien, weten waarop het aankomt en wat de wil van God is. Hierdoor gaan wij dingen zien en verstaan die wij eerst niet zagen of begrepen. De vijand zal ons steeds minder kunnen overrompelen of overweldigen. Wij gaan ons van gebeurtenissen bewust worden die eerst langs ons heen gingen of ongemerkt door ons heen gingen en schade veroorzaakten. Alle schuilhoeken van ons hart zullen zodoende in het licht komen, waarbij aangebrachte schade volledig wordt hersteld (Spr.20:27). Het ongemerkte en onbewuste zal verdwijnen. Het volledig bewuste leven zal te voorschijn treden. Het zal ruim worden in ons binnenste; we zullen vol worden van de kennis des Heren.
Laten we onze Heer dankbaar zijn voor alle mogelijkheden die Hij voor ons heeft ontsloten. Ons geweten mag en kan (alsnog) ten volle gaan functioneren naar Gods oorspronkelijke bedoelingen. In het volgende artikel zullen we hierop doorgaan.