Geestelijke gaven in de gemeente (3)

Inleiding

Jezus Christus werkt als hoofd van zijn gemeente door heilige Geest in de harten van de zijnen. Om allen op de voor hen bestemde plaats in zijn lichaam te brengen en hen op volwassen wijze als gaven aan zijn gemeente te laten functioneren. Hij wil - geheel naar de bedoeling van God - alles in allen volmaken (Ef.1:23).

Deze ontwikkeling is verbonden met de ‘wording’ van de gemeente. Het komt organisch tot stand in het leven dat Jezus geeft. Geestelijke gaven komen tot aanzijn in diepe gemeenschap met Hem, in het leven door Hem. Zij dienen tot opbouw van de gemeente.

Jezus leidt dit proces. Hij wijst hierin de weg, zowel op het persoonlijke vlak als op het gemeentelijke. Het is zijn wil en zijn werk; het voltrekt zich in zijn lichaam door de werking van zijn Geest.

Wij mogen ons in deze ontwikkeling volledig aan Hem toevertrouwen en met alles wat in ons is met Hem meewerken. Door alle charismata die Hij ons in liefde geeft, in te zetten tot opbouw van zijn lichaam. Door Hem - persoonlijk en als gemeente - alle gelegenheid te geven zijn goede werk in ons voort te zetten en te voleindigen. En dit allemaal vanuit ons geloof in Hem en onze liefde voor Hem.

Eerste gave

Reeds eerder is gezegd dat wij door de doop in heilige Geest de mogelijkheid krijgen om in nieuwe tongen (=talen) te gaan spreken (BS 12/4). Door de Geestesdoop maakt Jezus woning in ons hart, ons diepste wezen (Joh.14:23). Hij krijgt verbinding met het brongebied van al onze (menselijke) vermogens (Stb.13/7-9), met alle oorsprongen van ons leven (Spr.4:23). In ons vermogen om te spreken opent Hij een nieuwe dimensie: het spreken in een nieuwe taal. Dit is de eerste geestelijke gave die Hij ons toedeelt.

Na het ontvangen van de Geest mogen wij dit charisma direct in geloof gaan gebruiken: onze mond openen en met de woorden en klanken die in ons opkomen God en Jezus gaan loven en prijzen. Je kunt je dank aan Hen en je aanbidding tot Hen op een geheel nieuwe wijze verwoorden: in nieuwe tongen, in een taal die je voor het eerst spreekt.

De Geest komt je hierin te hulp (naar Rom.8:26): je kunt je in deze nieuwe taal helemaal uiten, het voorheen ‘onuitsprekelijke’ nu volledig uitspreken, de diepste roerselen van je hart onder woorden brengen. Onze moedertaal is hiervoor vaak veel te beperkt: je zoekt naar (meer) woorden, maar komt er in feite niet uit. Na de doop in heilige Geest kan dit wel: je kunt het samen met Jezus gaan verwoorden. In de nieuwe, geestelijke taal biedt Hij je zonder enige beperking een aaneensluitend geheel van nieuwe, heerlijke woorden, die precies aangeven wat je ten diepste bedoelt.

Hoe te gebruiken?

Hoe kunnen we deze gave - naar de wil van de Heer - inzetten voor de voortgang van zijn werk in ons leven? En voor de opbouw van de gemeente?

Op welke wijze kunnen we deze nieuwe taal aanwenden om werk te verzetten in de geestelijke wereld? Welke uitwerking heeft dit in het Koninkrijk Gods?

Wanneer is het spreken in tongen aan de orde in onze gemeentelijke samenkomsten? Wat leert de bijbel hierover?

Voor het beantwoorden van deze vragen is het allereerst nodig om het meest wezenlijke van het spreken in tongen, het spreken in geestes-talen, te verstaan. Wat doe je nu eigenlijk, als je deze gave gebruikt: tot wie spreek je... en wat zeg je?

Spreken tot God

De apostel Paulus doet in zijn eerste brief aan de Corinthiërs een fundamentele uitspraak met betrekking tot dit onderwerp: Wie in een tong spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God, want niemand verstaat het; door de Geest spreekt hij geheimenissen (1Cor.14:2).

Dit is de feitelijke kern van de zaak: wanneer je in tongen spreekt, communiceer je rechtstreeks en exclusief met God en Jezus. Je verstaat je met Hen van hart tot hart op een wijze die ‘uit God’ is: door de Geest. Je spreekt geheimenissen: je maakt de verborgenheden (SV) van je hart aan Hen bekend.

Je richt je bij het spreken in tongen dus niet op mensen, al kan het voorkomen dat bepaalde mensen je kunnen verstaan, omdat de Geest het je op zo’n moment geeft om in een bestaande taal van mensen te spreken (zie bv. Hand.2:6). Dit is eerder een uitzondering, dan het normale. Paulus zegt: niemand verstaat je.

Je richt je evenmin op engelen, ook al zullen zij je kunnen verstaan wanneer je - door de Geest gedreven - een engelentaal (zie1Cor.13:1) bezigt. Paulus leert: je spreekt tot God!

Reactie in Koninkrijk Gods

God en Jezus verstaan je wanneer je door de Geest tot Hen spreekt. Zij begrijpen precies wat je zegt en waar je het over hebt: de boodschap komt volledig over, woordelijk! Je kunt op deze wijze je hele hart voor Hen openen en naar Hen uitspreken: met hulp van Jezus spreek je de juiste woorden, kom je helemaal uit je woorden.

Je wordt niet alleen begrepen, er wordt in het Koninkrijk Gods ook op gereageerd en in volstrekt positieve zin op aangesloten (Stb.12/6). De kracht Gods werkt, de engelen Gods zijn actief, het klimaat van het Koninkrijk Gods komt openbaar. Dit doet je goed en bouwt altijd op. Het sticht jezelf (1Cor.14:4), je put er kracht uit (GN). Het bevordert de groei en ontwikkeling van het leven Gods in je.

Opbouwend

Bij het spreken in tongen beleef je de eenheid van Geest met Jezus Christus, de Heer, met alle heerlijke gevolgen van dien. Door de werking van de Geest Gods in je hart groei je in wijsheid, liefde, genade, deugd en heiligheid. Je ervaart het verkwikkende en leven gevende klimaat van het Koninkrijk Gods. In zijn commentaar op 1 Corinthiërs 14:4 zegt de Nederlandse Studiebijbel: De gelovige bemerkt dat het spreken in een tong/taal gepaard gaat met blijdschap, bemoediging, vertroosting, bekrachtiging, inzicht en oplossing van problemen, hetgeen we kunnen samenvatten als opbouw van het eigen geloofsleven.

Hier blijft het natuurlijk niet bij; het stichten van jezelf werkt door in de gemeente waar je een levend lid van bent. Het komt ten goede aan het lichaam van Christus. In deze zin draagt het spreken in tongen op indirecte wijze bij aan de opbouw van de gemeente: het lichaam groeit als de leden van het lichaam worden opgebouwd (Stb.24/8).

Bewust van de inhoud?

Weet je voor jezèlf wat je in de nieuwe, geestelijke taal uitspreekt? Kun je de inhoud van deze geheimenissen bevatten? Als niemand anders dan God het verstaat (1Cor.14:2), begrijp je het dan zelf wèl, of ook niet?

Bij het gebruik van de tongentaal spreek je - door heilige Geest geleid - de geheimenissen en verborgenheden van je eigen hart uit. Het zijn jouw diepste gedachten en gevoelens die je - samen met Jezus - in de nieuwe taal verwoordt. Jouw geest bidt, zegt Paulus in vers 14, en deze eigen geest kan te allen tijde weten wat in je is (naar 1Cor.2:11). De geest van de mens is een lamp des Heren die zelfs de schuilhoeken van het hart doorzoekt (Spr.20:27). Na de doop in heilige Geest gebeurt dit ook nog eens samen met Jezus (naar Rom.8:27).

Je kunt dus te allen tijde beseffen wat er in je omgaat, je bewust worden van de dingen waar je het met de Heer over hebt. Niet woordelijk, maar wel inhoudelijk! Ook al weet je lang niet altijd wat en hoe je zult bidden naar behoren (Rom.8:26). De Geest komt je te hulp in het kiezen van de juiste woorden. Je bidt vanuit een hart dat in één Geest met Jezus is verbonden. Je bidt werkelijk samen met Hem. Dit gaat nooit buiten je om!

Verstand blijft onvruchtbaar

Bij dit bidden is de gehele innerlijke mens betrokken. Dit is bij de bespreking van het mensbeeld reeds naar voren gekomen (Stb.7). De innerlijke mens is niet gedeeld; ziel en geest hebben geen afzonderlijk bestaan. Wanneer je bidt met je geest, zijn hart en ziel hierbij betrokken, ben je daar als mens volledig bij betrokken.

Dat je verstand tijdens het bidden in tongen onvruchtbaar blijft (1Cor.14:14b), wil niet zeggen dat het door de Geest buiten werking wordt gesteld. De Heer wil ons verstand door zijn Geest juist omgorden en verlichten (naar 1Pe.1:13 en Ef.1:18 SV). Het mag onder zijn leiding op specifieke wijze bijdragen in de hogere uitingen van gedachten en gevoelens. En tezamen met de andere (innerlijke) vermogens mee worden ingezet voor het werk dat Jezus door de Geest in (de leden van) zijn lichaam verricht.

Wat wil de apostel in het bovengenoemde vers dan wel zeggen?

In de gemeente

Paulus spreekt in 1 Corinthiërs 14 over de opbouw van de gemeenteals geheel. In dat kader dient zijn uitspraak over het ‘onvruchtbaar blijven van het verstand’ te worden geplaatst en verstaan. Wanneer je tijdens de onderlinge bijeenkomsten van de gemeente in een tong - met je geest (vs.15) - spreekt, zegent, bidt of lofzingt, worden er geen verstaanbare en voor iedereen begrijpelijke woorden gesproken. Je praat in de lucht, zegt Paulus, het brengt geen nut, anderen hebben er niets aan (vs.6,9). Je bidt of dankt wel goed, maar de ander wordt er niet door gesticht (vs.17). Het verstand blijft onvruchtbaar; het verstand brengt op zo’n moment niemand vrucht aan (vs.14b LuV): de gemeente ontvangt langs deze weg geen concrete opbouw.

Om die reden kiest de apostel ervoor om met name in de gemeente liever vijf woorden met zijn verstand te spreken - dat wil zeggen: in een taal die in de gemeente gebruikelijk en begrijpelijk is - om ook anderen te onderwijzen en op te bouwen, dan duizend woorden in een tong - in een taal die niemand verstaat (vs.19).

Ten aanzien van zijn persoonlijk leven dankt hij God dat hij meer dan alle gemeenteleden van Corinthe in tongen spreekt (vs.18). Hij kent het geheim van deze verborgen omgang met God en de constructieve doorwerking ervan in zijn leven, juist ook ten bate van zijn werk voor de gemeente(n).

Niet gedachteloos

Bij het spreken in tongen dienen we ons denken en verstand dus niet uit te schakelen. We mogen het niet gedachteloos of werktuiglijk toepassen. Je spreken werkt dan niets uit. In onze moedertaal heeft het ook geen zin om zomaar wat voor je uit te praten.

Spreken in tongen is geen methode of speciale techniek. Wanneer je het bewust en onder leiding van de Heer gebruikt, is het een prachtige uiting van leven Gods.

Evenals bij een gebed in een gewone taal richt je bij het bidden in tongentaal je aandacht vol geloof en in goede orde op God en Jezus. Je zoekt het ‘hart-contact’ met Hen. Je spreekt je diepste gedachten en gevoelens uit. Je belijdt dat Jezus Heer is. Je belijdt de eenheid in de Geest met Hem. Je bent onder zijn leiding bewust, geconcentreerd en gericht bezig in het Koninkrijk Gods. Hierbij is je hele hart betrokken: je denken en je verstand, je gevoel en je geweten, je geloof en je wil, je liefde... Je zet je in - met alles wat in je is en door Jezus wordt gegeven - voor de voortgang van zijn werk in je eigen leven en in dat van je medebroeders en zusters in de gemeente.

Nieuwe dimensie

Wanneer je op deze wijze voor iets of iemand bidt, kun je dit gebed in nieuwe tongen voortzetten. Je houdt de gedachte aan de zaak of persoon vast en gebruikt de nieuwe, geestelijke taal om je hierover naar God en Jezus te uiten. Ook nu komt de Geest je te hulp, zodat je ‘naar behoren’ kunt bidden. Je mogelijkheden om in de geestelijke wereld werk te verzetten worden hiermee vergroot. Er komt een nieuwe dimensie bij!

Ieder gebedsonderwerp kan op deze wijze heel bewust en persoonlijk worden verwoord: in de moedertaal en in de tongentaal. Iedere voorbede en elk verlangen. Iedere vraag en elke smeking. Alle lofprijzing, dank en aanbidding. Met betrekking tot je eigen leven en ten aanzien van de gemeente. Je kunt hierin zelfs bemerken dat de Heer je bij bepaalde gebedsonderwerpen soms een andere taal biedt.

De inhoud van je gebed wordt bepaald door je eigen hart: het zijn je eigen gedachten en gevoelens van dat moment. Je kiest onder leiding van de Heer zelf het onderwerp of wisselt op een gegeven moment samen met Hem van onderwerp. Je wil, je verstand en je geweten functioneren hierin volledig mee. De taal waarin en de woorden waarmee je dit nauwkeurig en volledig naar voren brengt, worden je door de Geest gegeven.

Inspiratie

Wanneer je op deze wijze in de Geest met Jezus verbonden bent, reikt de Heer ook vaak bepaalde gedachten of gebedsonderwerpen aan. Hij brengt je iets of iemand te binnen en inspireert je tot voorbede of tot dankzegging en aanbidding. Hij neemt op zo’n moment het initiatief. Wij mogen dit opmerken en herkennen. Om er dan ook helemaal in mee te gaan, in gewone taal en/of in tongentaal.

Vaak bemerk je achteraf hoe goed en nauwkeurig de Heer je hierin leidt en hoe precies zijn ‘timing’ is. Hoe mooi Hij op zulke momenten zowel het willen als het werken in je bewerkt (naar Fil.2:13). Dit stemt tot intense vreugde en dankbaarheid. Het voert je hogerop en brengt je tot verdere overgave en toewijding aan Hem.

In de samenkomst

Op grond van het onderwijs van Paulus is het spreken in tongen/talen niet bedoeld om in de gemeentelijke bijeenkomsten te worden ingezet ter lering, vermaning, vertroosting van de leden van het lichaam, tenzij de inhoud ervan in een voor iedereen begrijpelijke taal wordt vertolkt en uitgelegd (1Cor.14:5). Niemand begrijpt het, geen toehoorder kan zijn amen hierop uitspreken. Spreker en luisteraar blijven ‘vreemden’ voor elkaar (vs.11,16).

Het spreken in tongen zal in de gemeente daarom vooral gebruikt mogen worden in de gezamenlijke lofprijzing, dankzegging en aanbidding tot God en Jezus, wanneer de gemeente als geheel haar stem verheft en haar God en Heer verheerlijkt in woord en lied. Het biedt op dit terrein onuitputtelijke mogelijkheden en middelen.

Ondersteunend

Daarnaast zal het spreken in tongen in de gemeente in ondersteunende zin kunnen worden ingezet bij gebed en voorbede, bij het samen als gemeente werk verzetten in de geestelijke wereld. Ook hier heeft het een duidelijke functie. Het verheft je in het Koninkrijk Gods en maakt je door de Geest bewust van je positie in Christus. Je stelt je met broeders en zusters onder leiding van de Heer en richt je op wat er in de geestelijke wereld voor de gemeente aan de orde is. Je bent als lid van het lichaam mede werkzaam met de gaven en krachten die je door het hoofd van de gemeente zijn gegeven.

Ook nu kan ieder gebedsonderwerp worden verwoord, waarbij steeds weer één lid van het lichaam voorgaat - dat wil zeggen: in de gebruikelijke en voor ieder verstaanbare taal het woord voert - en de overige leden dit gebed in nieuwe tongen/talen ondersteunen en beamen. De inhoud is en blijft zodoende helder en duidelijk voor iedereen: er wordt gericht gebeden en in de naam van Jezus gehandeld. De Geest zorgt voor passende en aanvullende woorden uit velerlei hart en mond.

Tot opbouw van de gemeente

Op grond van het voorgaande mogen we concluderen dat het gebruik van de tongentaal wel degelijk ingezet kan worden voor de opbouw van de gemeente. Je kunt deze gave in je persoonlijk leven op velerlei wijze inzetten ten dienste van de gemeente, voor de verdere groei en ontwikkeling van het lichaam van Christus.

Niet alleen in gebed en voorbede, zoals hiervoor is aangegeven. Ook tijdens het horen van het woord kun je voor jezelf - op de achtergrond - in tongentaal bezig zijn. Of bij het lezen en overdenken ervan, thuis of in de gemeente. Hetzelfde geldt bij het toepassen en uitwerken van het evangelie in de praktijk van het leven van alledag.

Ook in de voorbereiding van een gesprek of een dienst heeft spreken/bidden in tongen effect. Of tijdens een ontmoeting of een samenzijn met broeders en zusters, om ruimte te scheppen voor het werk van de Heer.

En zo kunnen we doorgaan: we kunnen de nieuwe taal gebruiken in alle situaties waarin wij in woord of werk iets mogen doen in de naam van de Heer Jezus (naar Col.3:17); de mogelijkheden zijn legio, de middelen onbeperkt.

Het spreken en bidden in tongen verrijkt je omgang met de Heer, je bewuste leven in en door Christus. Het bekrachtigt je inzet voor het werk van de Heer en het als gave functioneren in het lichaam van Christus.

Wat een prachtig en kostbaar charisma wordt ons door Jezus Christus gegeven bij de doop in heilige Geest. God zij daarvoor geloofd en geprezen!

Ook in de strijd?

Werkt de tongentaal ook in de strijd? Kunnen we de boze geesten in de hemelse gewesten in onze nieuwe, geestelijke taal aanspreken en bestraffen?

Velen van ons kennen de ervaring dat zij ‘spontaan’ in tongen gaan bidden bij een confrontatie in de geestelijke wereld met het rijk der duisternis. Of bij het terzijde staan van broeders en zusters die in de gemeente bewust de strijd opnemen, bijvoorbeeld bij het opdragen van de dienst of bij de gezamenlijke voorbede. Anderen bemerken dat zij ‘s nachts tijdens een nare droom ‘zomaar’ in tongen gaan bidden. Dit staat allemaal niet op zichzelf... het zijn geen incidenten; het wordt door de Heer geleid. Hij inspireert op zulke momenten tot het gebruik van de tongentaal. De Geest komt ons te hulp, zodat wij kunnen bidden naar behoren (Rom.8:26).

Dit bidden in de Geest richt je ook in zulke momenten en situaties op God en Jezus. Je spreekt geheimenissen tot Hen. Het verheft je tot Christus en versterkt je in Hem. Je bepaalt je positie in de geestelijke wereld. Je beleeft de eenheid met Hem en ervaart de bevestiging en bekrachtiging door Hem. Dit maakt je weerbaar en strijdvaardig. Je weet je geborgen in zijn tent en hoog op de rots geplaatst (Ps.27:5). Zelfs als het kwade dreigt en de vijand vlakbij is.

De wapenrusting Gods

Vanuit die positie kun je in de naam van Jezus de vijand(en) concreet en duidelijk aanspreken, met naam en toenaam. En bekleed met de wapenrusting Gods het zwaard des Geestes hanteren: het woord van God (Ef.6:17).

De bijbel roept op om bij het aandoen en gebruiken van de wapenrusting Gods te bidden in de Geest. Niet in plaats van, maar als aanvulling op. Het hanteren van het zwaard des Geestes is niet hetzelfde als bidden in de Geest. Het aannemen van de helm des heils staat niet gelijk aan spreken in tongen. Paulus maakt juist onderscheid. Hij noemt alle onderdelen van de wapenrusting met het doel waarvoor ze mogen worden ingezet en zegt vervolgens: En bid daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest (Ef.6:18). De Telos-vertaling zegt hier: terwijl u te allen tijde bidt in de Geest. Met name om je positie in Christus te blijven beseffen en bewust van hieruit te blijven handelen.

Rechtstreeks aanspreken

De tongentaal werkt in de strijd. Zeer zeker. De bijbel leert het, wij ervaren het. Toch wordt deze taal ons niet gegeven om de machten der duisternis ermee aan te spreken. Zij ‘verstaan’ je niet: zij begrijpen niet wat je zegt. De boodschap komt niet over; je spreekt immers geheimenissen tot God.

Spreek je geestelijke vijanden daarom aan in heldere en verstaanbare taal. Wees kort en direct. Handel in de naam van Jezus. Laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Gebruik het woord van God. Bid om wijsheid. Hanteer de kennis en het inzicht die de Heer je hierover in zijn gemeente heeft gegeven en geeft. En bid daarbij tevens in de Geest. Gebruik dit erbij. Laat je ook in deze momenten leiden door de Heer, door de werking van zijn Geest in je hart.

Basis

Wanneer je daadwerkelijk door de Geest met Jezus Christus leeft, zal Hij Zich steeds meer kunnen openbaren: zowel aan je als in je. Je gaat de werking van zijn Geest in je leven steeds concreter en bewuster opmerken en ervaren. De ene keer als een stem die tot je spreekt, de andere keer als een zachte drang van binnenuit. Je wordt alert op zijn spreken, je gaat zijn bedoeling verstaan. Je krijgt antwoorden van de Heer, je begrijpt wat Hij op bepaalde momenten in en door jou wil bewerken. Je bouwt door gemeenschap met Jezus in heilige Geest een levende en voortdurende communicatie met Hem op: van hart tot hart, merkbaar, tastbaar, kostbaar...

De tongentaal vormt hierin een wezenlijk element: het werkt stichtend en opbouwend voor je persoonlijk leven. Mede hierdoor blijkt dat het ‘charismatische’ aanwezigis en functioneert (BS 12/4). Het vormt tevens de voorbode voor het meerdere hierin, de basis van waaruit meerdere charismata ontwikkeld mogen worden: geestelijke gaven tot opbouw van de gemeente.

Verbreding

Zodra je vanuit de persoonlijke werking van de Geest Gods in je hart door Jezus wordt aangezet om je in de gemeente te richten op de ander, verbreedt het charismatische bezigzijn zich. Je gaat dan spreken en werken tot opbouw van die ander, tot stichting van de gemeente. Dat is het meest prille begin van ‘profeteren’, van het spreken met ‘kennis’ en ‘wijsheid’... Hoe klein en onopvallend misschien ook. Of die ander het opmerkt of niet. We mogen het in eerste instantie voor onszelf opmerken dat de Heer ons wil gebruiken ten bate van die ander. Het stichtende, vermanende, vertroostende en bemoedigende spreken - de feitelijke kern van het profetische spreken (1Cor.14:3) - begint altijd in het eenvoudige. Wees er blij mee dat je de ander wat kunt en mag zeggen vanuit je eigen omgang en leven met de Heer. Blijf letten op de 'stem' van de Heer, blijf opmerkzaam op die zachte ‘aandrang’ van Hem in je hart en onderscheid dat van elke andere stem en elke andere drang. Doe niets buiten Hem om. Bid om onderscheiding van geesten en hanteer de tongentaal.

In kleine kring

Als het goed is, komt dit charismatische bezig-zijn voor het eerst naar voren in eigen huwelijk en gezin, in ‘gewone’ gesprekken met broeders en zusters in het lichaam van Christus. Daar kan het eveneens op heel eenvoudige en ‘onopvallende’ wijze worden opgemerkt: Joh, dat doet me goed dat jij dat zo zegt, ik heb hetzelfde in mijn hart. Ja, zo zie ik dat ook, daar ben ik het helemaal mee eens. Dit is van de Heer!

Het ligt allemaal heel dichtbij. Je mag het ‘charismatische’ op deze wijze in elkaar tot stand zien komen en je daar samen over verblijden. Denk bij het profetische spreken dus niet gelijk aan een openbaar optreden en spreken in gemeentelijke samenkomsten. Hetzelfde geldt voor het leren en onderwijzen, voor het dienen en de werkingen van krachten, etc. Dan sla je in feite stappen over. Echte, goede ontwikkelingen beginnen in het kleine: in je eigen leven, in je eigen en zo bekende ‘omgeving’ binnen de gemeente. In een door God geleide ontwikkeling worden geen zevenmijlslaarzen gebruikt, geen schoeisel van reuzen. Daar zit vaak de dwang achter van een grote reus... een demon uit het rijk der duisternis: een geest van hysterie. Zo’n macht jut op en laat mensen geestelijk vooruit grijpen. Onderscheid deze werkingen en neem de strijd ertegen op.

Geleidelijke groei

De ontwikkeling tot charismatisch functioneren in de gemeente gaat heel geleidelijk. Vanuit de eerste gave die Jezus schenkt: de tongentaal. Via gesprekken en contacten in de gemeente waarin op het goede moment heerlijke woorden Gods doorkomen. Gedragen door het persoonlijke en gezamenlijke verlangen om Jezus Christus alle gelegenheid te geven zijn werk voort te zetten.

Zoek dit soort contacten; benut uw gespreksmogelijkheden mede voor dit doel en laat zo de ontwikkeling van geestelijke gaven zich voortzetten. Kom maar te voorschijn als charismatisch levend mens in Christus. In horen en luisteren, begrijpen en uitwerken, spreken en zingen, bidden en belijden. In doen en laten, in een heilige levenswandel. Vul zo uw eigen plaats in binnen het lichaam van Christus. De Heer zegent u daarin.