Door de Geest spreken in de gemeente (1)

Inleiding

Ieder lid van het lichaam van Christus mag in nauwe relatie met Jezus in woord en daad bijdragen aan de opbouw van de gemeente. De Heer wil dat wij allen als gaven aan zijn gemeente functioneren (BS 12 -14). Dit komt allereerst in ons leven van alledag te voorschijn: in de omgang met elkaar als mensen-in-Christus (BS 15).

Wanneer wij daadwerkelijk deelhebben aan de geestelijke ontwikkeling die Jezus in zijn gemeente bewerkt, worden wij vervuld met heilige Geest en krijgt ons leven steeds meer charismatische kenmerken. Ons spreken gaat overeenkomen met het spreken van Jezus: vol van genade en wijsheid, met kennis van de Schrift en met visie op de tijd waarin wij leven. Onze werken gaan gelijken op de werken die Hij deed tijdens zijn leven op aarde. Dit blijkt niet alleen in de persoonlijke omgang met elkaar; het komt ook te voorschijn in de grotere verbanden binnen de gemeente, bijvoorbeeld in de samenkomsten.

Uitgaande van de vorige bijbelstudies richten wij ons nu op deze verdere ontwikkeling in het functioneren als gaven aan de gemeente. Zowel wat betreft het spreken door de Geest waarbij onder meer de gave van profetie aan de orde komt, als ook het werken door de Geest waarbij gedacht kan worden aan de gaven van genezingen.

We beogen hierin geen volledigheid. We hopen dat deze studies mogen bijdragen aan deze geestelijke ontwikkeling.

In gemeenschap met Jezus

God heeft alle mensen bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van zijn Zoon (naar Rom.8:29). In liefde (agapè) heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus (Ef.1:5). Om dit te bereiken geeft God ons in de hemelse gewesten een plaats in Christus en roept Hij ons tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus (Ef.2:6, 1Cor.1:9).

Het is voor ieder van ons van groot belang om in gemeenschap met Jezus te (leren) leven. Om je te allen tijde en in alle omstandigheden in liefde (agapè) geheel op Hem te richten. Werkelijk alles van Hem te verwachten en alles aan Hem te ontlenen. Alle charismatische uitingen en levenskenmerken ontwikkelen zich in verbondenheid met Hem, door de werking van zijn Geest in ons leven. Hij inspireert tot een spreken van woorden als van God, tot een dienen als uit kracht door God verleend. Hij zet aan tot werken die God in alles verheerlijken (naar 1Pe.4:11). Zowel in de kleine als in de grotere verbanden binnen zijn lichaam, de gemeente. Zonder Hem kunnen wij niets doen. Hij bewerkt, Hij deelt toe. Een ieder in het bijzonder, gelijk Hij wil.

Door dit werk van Jezus in ons leven worden wij in elk opzicht rijk in Hem: in alle woord en alle kennis. Terwijl wij uitzien en toegroeien naar de volledige openbaring van Jezus in ons leven zorgt Hij ervoor dat wij ten aanzien van geen enkele genadegave te kort komen. Hij bevestigt ons ten einde toe, zodat wij onberispelijk zullen zijn op zijn dag, volmaakt en tot alle goed werk volkomen toegerust (1Cor.1:4-8 en 2Tim.3:17).

Groei naar volheid

De ontwikkeling van geestelijke gaven is verbonden met de groei van het leven Gods. Ons kennen en profeteren zal pas volmaakt en ‘ten volle’ zijn als het onvolkomene en onvolwassene in ons leven heeft afgedaan (uit 1Cor.13:9-12). Voor alle andere charismata geldt hetzelfde. Het doen van de werken die Jezus deed - ja zelfs de nog grotere (naar Joh.14:12) - is pas in volheid mogelijk wanneer het zoonsleven in ons tot volheid is gekomen.

Betekent dit dat wij voorlopig nog moeten wachten met het spreken en werken door de Geest? Neen! Wij mogen in geloof en vrijmoedigheid bezig zijn met alles wat de Heer ons in handen geeft: op de plaats die Hij bedoelt, op het niveau dat bij ons past. Wij dienen alleen terdege te beseffen dat het volkomene en volwassene hierin nog niet aanwezig kan zijn. Wanneer je een kind bent, spreek je als een kind, voel je als een kind en overleg je als een kind, schrijft Paulus (naar 1Cor.13:11). Hier is niets mis mee. Je leeft uit de genade die Jezus je in die fase van je ontwikkeling geeft. Je werkt in gemeenschap met Hem met de mogelijkheden die je op dat moment hebt. Je handelt naar zijn woord en richt je op zijn bedoeling. Je bewandelt zijn weg, je wilt met Hem alle gerechtigheid vervullen. Door zo te leven en te werken kan Jezus het meerdere in je bewerken. Door innerlijke groei word je in geestelijk opzicht een volwassen man. Het kinderlijke wordt gaandeweg afgelegd, het volwassene komt steeds meer te voorschijn. Dit blijkt in je spreken, voelen en overleggen. In je kennen en profeteren. In alles wat je (op charismatische wijze) doet met woord of werk (Col.3:17).

Door de Geest

Het gaat bij het functioneren van charismata in de gemeente om een proces waarin Jezus het ‘meerdere’ en ‘volledige’ langs de weg van geestelijke groei in het leven van de gemeenteleden te voorschijn brengt. Dit gebeurt niet door kracht, noch door geweld, maar door zijn Geest (Zach.4:6). Wij kunnen het meerdere niet zomaar in geloof en met een beroep op de beloften van God ‘grijpen’. We mogen er vol geloof en geduld naartoe ‘rijpen’. In de zekerheid dat dit ons deel wordt, dat dit onze goddelijke bestemming is. Dat is de belofte van God.

In dit proces van groei en rijping van waarachtig leven Gods dienen we iedere geestelijke weerhouder te ontmaskeren en te overwinnen, en elke verleiding tot geestelijk ‘vooruitgrijpen’ te onderscheiden en te weerstaan. Dan groeien we in verbondenheid met Jezus, door de werking van zijn Geest, naar het volkomen en volwassen leven Gods.

Gaven en bedieningen

In deze ontwikkeling zullen sommige leden van de gemeente op bepaalde terreinen van het charismatische functioneren gaan uitmunten. De wijze waarop zij bijvoorbeeld invulling geven aan het dienen in de gemeente valt op: de Heer verleent hun hierin bijzondere genade. Anderen gaan zich op het terrein van het onderwijzen in zekere zin onderscheiden. Hun onderwijs wordt op bijzondere wijze door de Heer gezegend en bevestigd. Weer anderen profileren zich door de wijze waarop zij door de Heer in staat gesteld worden om te vermanen en bemoedigen (naar Rom.12:7,8). In deze mensen ontwikkelt zich een bepaalde bediening, een waarneembare bekwaamheid in het als gave functioneren binnen de gemeente. Door de Geest bewerkt. Herkenbaar voor geestelijke mensen.

We mogen deze speciale bedieningen niet verwarren met de algemene geestelijke gaven. Niet ieder lid van het lichaam zal van de Heer zo’n bediening ontvangen; wel zullen allen als geestelijke gaven aan de gemeente mogen functioneren.

Geen ambten

Ook moeten we deze bedieningen niet verwarren met de ambten in de plaatselijke gemeente, zoals bijvoorbeeld het ambt van oudste of opziener. Oudsten worden door God gegeven en aangesteld om de plaatselijke gemeente te leiden en besturen. Zij zijn nodig voor het goede en gezonde functioneren als gemeente (zie BS 10). Zij krijgen speciale bevoegdheden die verbonden zijn aan bijzondere verantwoordelijkheden. Zij worden in het openbaar aangesteld en ingezegend na instemming van de gemeente. We komen hier in één van de volgende bijbelstudies nog op terug.

Zo gaat het niet met bedieningen in de gemeente, zoals bijvoorbeeld die van leraar en profeet. Deze mensen worden niet in het openbaar aangesteld, maar eenvoudig binnen de (plaatselijke) gemeente herkend. De bijbel noemt slechts drie ambten: apostel, oudste en diaken. Op het terrein van de bedieningen daarentegen komen we in de Schrift geen enkele ‘beperking’ in soort en aantal tegen: ze zijn verbonden met de geestelijke gaven, en daarom even ‘mensspecifiek’ (BS 12/6). Met Paulus mogen we zeggen: er is grote verscheidenheid in zowel gaven als bedieningen (1Cor.12:4,5).

Spreken door de Geest

We gaan nu dieper in op de diverse wijzen waarop wij als leden van het lichaam van Christus door de Geest mogen (leren) spreken. We beperken ons hierbij tot de meest kenmerkende vormen die de bijbel noemt: het profeteren, het met kennis spreken en het met wijsheid spreken.

Al deze charismatische uitingen komen door ‘organische’ inspiratie tot stand (BS 12/6). Het gaat over begaafdheden die zich in gemeenschap met en onder leiding van Jezus ontwikkelen, in een denken en leven dat samengroeit met Hem (BS 12/3,4).

Profetisch spreken

Met profeteren doelt de bijbel op een spreken met profetisch inzicht: het vermogen om de goddelijke wil en het goddelijk doel te begrijpen en te verklaren (1Cor.12:10 Amp.Bible). Het is een door Jezus geïnspireerd spreken dat gericht is op het bijbrengen van visie, inzicht, kennis en begrip, op het verstaan van de dingen Gods tot opbouw van de gemeente.

Profeteren duidt dus op een spreken waarin profetische woorden voorkomen: het is een profetisch spreken. Deze woorden hebben geen aanbeveling nodig, geen omlijsting van ‘zo spreekt de Heer’. Ze worden verstaan door degenen die ‘oren hebben om te horen wat de Geest tot de gemeente zegt’. Voor hen zijn dit ‘woorden als van God’ (naar o.a. Op.2:7 en 1Pe.4:11).

In de gemeente

Profetische woorden komen voor in prediking en onderricht, in gesprek en pastoraat, in gebed en zegening, in al die situaties binnen de gemeente waarin Jezus dit nodig acht. Ze zijn gericht en actueel, helder en duidelijk. Niet raadselachtig of voor velerlei uitleg vatbaar, maar to the point. Profetische woorden vertroosten, vermanen en bemoedigen (1Cor.14:3). Ze zijn eenvoudig, verstrekkend en diepgaand. Ze geven nieuw licht op bijbelse zaken, werken ontsluierend en grensverleggend. Ze zijn ‘geladen’ met heilige Geest.

Deze woorden zijn te begrijpen en uit te voeren voor allen die op de wil van God gericht zijn. Alle leden van de gemeente mogen hierdoor lering en opwekking ontvangen (1Cor.14:31).

Horen

Merk je voor jezelf deze woorden op in het samenzijn als gemeente? In de kleine en grote verbanden binnen de gemeente? Herken je ze bijvoorbeeld in de prediking? Of zit je nog te wachten op iets ‘anders’ ? Denk je bij profetieën nog steeds alleen aan ‘visioenen met bijbehorende uitleg’?

Ga dit voor jezelf eens na en kom ook op dit terrein tot vernieuwing van denken. Leer om met ‘profetische’ oren - dat wil zeggen: door de Geest geopende oren - te luisteren. Dan merk je in je hart op wat de Geest tot de gemeente zegt. Dit profetische luisteren gaat vooraf aan het profetische spreken en leidt hiertoe. Het blijft ook altijd verbonden met het profeteren: het vormt er een wezenlijk onderdeel van.

Als late regen

Profetische woorden zijn van wezenlijk belang in de ontwikkeling van de gemeente. Ze geven licht en leiding op de weg die Jezus met ons wil gaan. Zij inspireren en stimuleren; zij doen ons de tijd waarin wij leven verstaan. Profetische woorden behoren bij de late regen die de kostelijke vrucht des lands nodig heeft om tot volle ontwikkeling te komen.

De bijbel roept ons op tot een vragen van de Heer om deze regen ten tijde van de late regen (Zach.10:1). Alsook tot een opmerken van en acht geven op het profetische woord: als op een lamp die schijnt in een duistere plaats totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in onze harten (2Pe.1:19). Dit geldt voor de profetische woorden die al uitgesproken zijn en in de bijbel staan opgetekend - denk bijvoorbeeld aan het boek Openbaring - alsook voor de woorden die mede op basis hiervan in het heden binnen de gemeente worden uitgesproken.

Laten we op beide oproepen ingaan, vol geloof en verwachting. Ons persoonlijk en als gemeente onder leiding van Jezus oefenen in het verstaan en uitwerken van de woorden Gods.

Naar de wil van Jezus

Het profetische spreken komt nooit voort uit onze eigen wil, zegt de bijbel. Door heilige Geest gedreven gaan mensen van Godswege spreken (2Pe.1:21). Ieder van ons mag zich voor deze werking van Jezus openen. Wij mogen allemaal onder leiding van Hem profetisch leren spreken (naar 1Cor.14:31), in de gemeente en in de dagelijkse omgang met elkaar.

Jezus wil invulling geven aan een verlangen dat Mozes al uitspreekt: Och, ware het gehele volk des Heren profeten (Num11:29). De Heer wil ons vertrouwd maken in heel zijn huis, van mond tot mond met ons spreken (12:7,8), ons zo door de Geest leren spreken en handelen. Hij zorgt en voorziet, naar zijn rijkdom, in al onze behoeften (Fil.4:19).

Met kennis spreken

Naast het profetische spreken is ook het spreken met kennis van belang voor de opbouw en voortgang van de gemeente. Jezus wil ons aller verstand openen waardoor we de Schrift kunnen verstaan (naar Luc.24:45). Ons vrijmaken van iedere geestelijke bedekking en versluiering en zicht geven op de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen: op de waarheid Gods en de werkelijkheid van Christus. Zonder kennis van de Schrift gaat het volk van God te gronde (Hos.4:6). Zonder kennis van het Koninkrijk der hemelen eveneens. Juist in de eindtijd zal deze kennis in de gemeente van Jezus Christus mogen vermeerderen, doordat vele leden onder leiding van hun Heer onderzoek doen (Dan.12:4). Jezus geeft ons de sleutels van het Koninkrijk der hemelen, waaronder de sleutel der kennis (naar Mat.16:19 en Luc.11:52). Door heilige Geest geïnspireerd mogen wij de waarheid in haar innerlijke samenhang leren verstaan en de diepten van de goddelijke geheimenissen leren doorgronden.

Volle kennis

Woorden van kennis verruimen ons geestelijk inzicht en werken grensverleggend. Zij geven kennis van heil (Luc.1:77), doen de kennis van God en van Jezus toenemen waardoor genade en vrede in ons worden vermenigvuldigd (2Pe.1:2). Ze nodigen uit tot verder onderzoek in het woord van God en bevorderen de liefde tot de waarheid. Zij voeren uiteindelijk op tot ‘het kennen van Hem die van den beginne is’ (1Joh.2:14).

Het ware, bijbelse kennen duidt niet alleen op kennis hebben van Christus, maar vooral ook op kennis hebben aan Christus: deelhebben aan Hem, in liefde verbonden zijn met Hem. Geen zaak van verstand en begrip alleen. Juist ook van het hart. Het leren kennen van Christus en God betreft je hele leven. Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt (Joh.17:3).

Wij mogen als leden van het lichaam van Christus opwassen in deze genade en kennis van Hem en vol worden van de kennis des Heren (2Pe.3:18, Jes.11:9). Opdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereiken, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus ( Ef.4:13).

Levend water

Woorden van kennis kunnen eveneens voorkomen in prediking en onderricht, in gesprek en pastoraat. Alsook in de omgang met elkaar wanneer er met kennis van (geestelijke) zaken wordt gesproken en uitgewisseld.

Charismatische woorden van kennis zijn niet theoretisch of dogmatisch, niet dor of droog. Zij maken deel uit van het levende water dat Jezus geeft: ze zijn vol van Geest en leven (Joh.6:63). Zij geven mede gestalte aan de ‘late regen’ en bevorderen derhalve de groei naar geestelijke volwassenheid van ieder die hierop ingaat, met alle heerlijke gevolgen van dien. We leren Christus kennen en de kracht van zijn opstanding (Fil.3:10). We worden vernieuwd tot de volle kennis naar het beeld van onze Schepper (Col.3:10).

Leren

In de gezonde en doorgaande ontwikkeling van leven Gods mag het met kennis spreken tot ontplooiing komen. In alle vormen van prediking en onderricht binnen de gemeente: niet alleen in de samenkomsten op zondag of door de week, maar ook in kinderdiensten en jeugdbijeenkomsten, op bijbelstudies en vormingsavonden. Alsookin de omgang met elkaar, doordat ieder persoonlijk leert denken en spreken vanuit de waarheid en werkelijkheid van Christus.

Het is voor ieder van ons aan de orde om op de eigen plaats in de gemeente met kennis van geestelijke zaken te leren spreken. In de vrede en rust van het Koninkrijk Gods, met liefde tot de waarheid. In de gezindheid van Christus, gericht op dienstbetoon in zijn lichaam. Vanuit persoonlijke verbondenheid met Jezus, ons hoofd, die alles in ons allen bewerkt en volmaakt (Ef.1:23).

In deze gemeenschap met Jezus in heilige Geest mag je alle dingen doorzoeken, zelfs de diepten Gods (naar 1Cor.2:10). Je mag thuis raken in alles waarin Jezus al helemaal thuis is, het hart van God en Jezus leren kennen en geheel vervuld worden van Hen. En op grond hiervan sterk zijn en daden doen (naar Dan.11:32).

Laten we - persoonlijk en als gemeente - ernaar jagen om Hem te kennen. Hierin komt Hij tot ons als de regen, als de late regen die het land besproeit (Hos.6:3).

Met wijsheid spreken

Het charismatische spreken kent vele vormen en uitingen die nodig zijn voor de opbouw van de gemeente. De bijbel noemt in dit kader ook het spreken met wijsheid.

Deze wijsheid is niet van beneden, maar van boven (zie Jac.3:15,17). Zij wijst op de ‘hoge’ weg en geeft aanwijzingen voor het gaan van deze weg. Zij helpt om elk obstakel te onderscheiden en te nemen. Om deze weg in iedere situatie te kunnen vervolgen.

Hemelse wijsheid is nodig bij de praktische uitvoering van allerlei zaken in eigen leven en gemeente, om steeds dat te doen wat God bedoelt. Zij is onmisbaar in raadgeving en leiding binnen de gemeente. Zij is nodig om God en Jezus recht te leren kennen (naar Ef.1:17).

Verlichting

Woorden van wijsheid zijn duidelijk en eenvoudig, verstrekkend en diepgaand, te begrijpen voor ieder die wil luisteren. Zij kunnen een einde brengen aan een situatie waarin onrust en wanorde ontstaat (bijv. Hand.15:6-21), zonder geweld te doen aan de waarheid en aan mensen. Met wijsheid spreken duidt op een herderlijk spreken vol van genade en barmhartigheid, waarheid en liefde, fijngevoeligheid en onderscheiding waarop het aankomt. Dit geeft verlichting en rust. Het juiste woord wordt gezegd op het juiste moment. De wil van God wordt duidelijk voor dat moment, en de weg om dit in te vullen wordt aangegeven. Vaak wordt het stil (Hand.15:12).

Aan de orde

Jezus wil onze harten openen voor woorden van wijsheid en ons allen inspireren tot een spreken met wijsheid. In vergaderingen en bijeenkomsten, in gesprek en pastoraat, in de omgang met elkaar. Jezus wil ons onderricht geven in ‘de weg der wijsheid’ waardoor we alle situaties waarin we terecht komen kunnen verstaan en weten hoe hierin te handelen (naar Spr.4:11). Dit is voor ieder van ons aan de orde in de verdere opbouw en ontwikkeling van de gemeente. Jezus voorziet ook in dit opzicht in alles wat wij nodig hebben. Hij leidt ons op de weg ten leven, de weg naar het volwassen leven Gods. Laten we Hem in grote dankbaarheid en eerbied volgen.

Samenhang

Deze wijsheid staat niet tegenover of los van kennis en inzicht. Zij is er helemaal mee verbonden en wordt erdoor gevoed (Col.2:3, Spr.2:6). Hetzelfde geldt voor het kennen en profeteren (1Cor.13:9, 14:6).

Woorden van kennis geven zicht op wat is, wat God en Jezus hebben gedaan: zij doen ons de Schrift verstaan. Profetische woorden geven licht op wat komt, wat God en Jezus bezig zijn te doen en nog gaan doen: zij doen ons de tijd verstaan. Woorden van wijsheid brengen ons in de tegenwoordigheid van God en Jezus: zij doen ons de situatie verstaan.

Er bestaat een vruchtbare wisselwerking tussen kennis, wijsheid en profetie. Zonder kennis van de Schrift kan geen hemelse wijsheid naar voren komen, zonder profetisch inzicht geen praktisch doorzicht ontstaan. De gave van wijsheid functioneert in samenhang met de gave van kennis en profetie: tezamen dienen zij tot ontwikkeling van het leven Gods, tot opbouw van de gemeente. Het is niet noodzakelijk om hierin altijd onderscheid te maken: het gaat om een spreken door de Geest, een spreken zoals Jezus, vol van genade en waarheid. En om de goddelijke uitwerking hiervan.

Oude Testament

De samenhang tussen kennis, profetie en wijsheid blijkt reeds in het Oude Testament. In Joodse kring wordt deze verzameling bijbelboeken de ‘TeNaCh’ genoemd. Dit woord bestaat uit de T van Thora (= wet, beter: onderwijzing, leidraad), de N van Nebiim (= profeten) en de Ch van Chetoebim (= geschriften, waaronder de boeken der wijsheid).

De eerste vijf boeken van het Oude Testament vormen de basis van de Schrift; daarin wordt kennis gegeven van de weg ten leven. In de daarop volgende boeken - de profetische geschriften: Jozua, Richteren, Samuël, Koningen (de eerdere profeten) en Jesaja, Jeremia, Ezechiël en de twaalf kleine profeten (de latere profeten) - wordt het volk van God opgeroepen de Thora te volgen en uit te leven. In de overige boeken van het Oude Testament - de geschriften, waaronder de Psalmen en de Spreuken - vinden we overdenkingen, overwegingen en persoonlijke toepassingen van de woorden Gods.

Kennis, profetie en wijsheid kunnen niet zonder elkaar; zij behoren bij elkaar.

Jezus, ons voorbeeld

Jezus geeft in zijn leven blijk van het verstaan van de Schrift. Vervuld als Hij is van (de Geest van) kennis, inzicht en wijsheid diept Hij hieruit nieuwe en oude dingen op. Hij legt nieuwe verbanden en wijst op aloude waarheden. Hij toont de weg ten leven en is de weg ten leven. Hij is het grote voorbeeld voor iedere schriftgeleerde die een discipel wordt van het Koninkrijk der hemelen (naar Mat.13:52).

Jezus verstaat zijn tijd als geen ander. Hij is de Profeet, degene die oproept om de weg ten leven te gaan. De inspirator van alle profeten na Hem die evenals Hij woorden spreken als van God.

Jezus is ons ook van God geworden: wijsheid. Hij is de wijsheid in persoon, de bewerker van alle wijsheid in zijn lichaam, de gemeente. Hij opent de weg ten leven; reikt alles aan om deze weg tot het einde toe te bewandelen. Hij weet op goddelijke wijze te handelen in iedere situatie. In Hem functioneren kennis, profetie en wijsheid als één harmonisch en goddelijk geheel.

Profeten, wijzen en schriftgeleerden

Het is nodig voor het lichaam van Christus om met name in de eindtijd de Schrift en de tijd en de geestelijke situatie te verstaan. Hoe zouden we anders als gemeente te midden van de toenemende tegenstand en verwarring op het geestelijk erf kunnen voortgaan op de hoge weg die Jezus wijst?

Jezus zegt: Ik zend tot u profeten en wijzen en schriftgeleerden (Mat.23:34). Hij geeft zijn gemeente alles wat nodig is. Laten wij onze geestelijke oren en ogen wijd openen om te allen tijde te verstaan wat de Geest tot de gemeente zegt. Zalig zij die hiernaar handelen.