Spreken

Inleiding

Wij willen bewust leren leven vanuit de geestelijke wereld. Dat betekent in horen en zien, in spreken, in denken en voelen, in handel en wandel gaan gelijken op Jezus, de mens Gods in alle volheid. In de vorige twee Studiebladen hebben we nagedacht over de vermogens om van buitenaf komende informatie vanuit twee werelden in ons op te nemen: horen en zien. We gaan nu aandacht besteden aan het vermogen om informatie van binnen naar buiten te laten komen: het spreken.

Eén leven

Ook bij dit onderwerp is het van groot belang, dat wij beseffen dat de mens geschapen is met twee lichamen - een geestelijk en een natuurlijk lichaam - voor één bestaan, één leven in twee werelden tegelijk. Daarbij geldt dat de mens niet als een tweeledig of gespleten wezen door God is geformeerd, maar als een uniek wezen, dat als een eenheid functioneert in de voor hem geschapen omgeving: hemel en aarde. Wij kunnen ons niet opsplitsen in een geestelijk ‘deel’ dat zich geheel onafhankelijk van het natuurlijk ‘deel’ in de geestelijke wereld kan bewegen en uiten. Het omgekeerde geldt eveneens: het functioneren in het natuurlijke staat niet los van het bezig zijn in de geestelijke wereld. Vanuit deze basisgedachte willen wij het onderwerp ‘spreken’ uitwerken.

Wat is spreken?

Als de mens spreekt, uit hij zich in woorden. Hij brengt zijn gedachten en gevoelens op een concrete en verstaanbare wijze onder woorden.
Waar ontspringen deze woorden? De bijbel geeft er een duidelijk antwoord op: Wat de mond uitgaat, komt uit het hart (Mat.15:18)... en: uit de overvloed des harten spreekt de mond (Mat.12:34). Ook in het Oude Testament wordt deze gedachte verwoord: Mijn hart trilt van blijde woorden, mijn tong is de stift van een vaardig schrijver (Ps.45:2).
Het zal duidelijk zijn, dat in deze teksten met het hart opnieuw het werkelijke hart van de mens, zijn diepste wezen wordt bedoeld, het hart van zijn geestelijk lichaam, het middelpunt van zijn bestaan. In dit hart komt alle informatie van buitenaf tezamen, daar wordt het geheel verwerkt en van daaruit komt ook de actie of de reactie.
Door middel van zijn mond kan de mens in woorden uiting geven aan wat in hem, in zijn hart aanwezig is. En met ‘de mond’ bedoelt de bijbel het gehele vermogen om te spreken. In de natuurlijke wereld ontstaat natuurlijk geluid, doordat onze natuurlijke mond - met behulp van strottehoofd en stembanden enzovoorts - trillingen, geluidsgolven produceert, die door anderen kunnen worden opgevangen met natuurlijke oren.
Dit is evenwel geen volledige beschrijving van het spreken; de mens heeft ook een geestelijke mond die een overeenkomstige functie heeft met betrekking tot de geestelijke wereld. Bij het spreken ontstaat er in de geestelijke wereld een ‘geestelijk’ geluid, dat opgevangen kan worden door wezens met geestelijke oren.
We kunnen en mogen het functioneren van onze geestelijke mond niet loskoppelen van het gebruik van onze natuurlijke mond: de mens spreekt in twee werelden tegelijk! Wij kunnen niet spreken in de natuurlijke wereld en tegelijkertijd in de geestelijke wereld onze ‘kiezen op elkaar houden’. Dan zouden we onszelf moeten kunnen opdelen; dit is onmogelijk! Het omgekeerde geldt eveneens, en het is van groot belang voor ons dagelijks functioneren dat wij dit goed gaan begrijpen en beseffen: wij kunnen niet spreken in de geestelijke wereld met onze natuurlijke mond ‘stijfdicht’.

Intermezzo

Ik heb gemerkt dat met name de laatste opmerking over het spreken in de geestelijke wereld velen in verwarring kan brengen. Men voert allerlei persoonlijke ervaringen aan, waarin het ‘in stilte’ bezig zijn enorme resultaten teweeg heeft gebracht. Aan deze ervaringen op zich wordt door het bovenstaande niets af of toe gedaan; het enige wat verandert is de beschrijving van het gebeuren: is er werkelijk gesproken of is er op een andere manier iets overgekomen, waardoor de beoogde verandering tot stand kwam en waarneembaar werd. We zullen in het vervolg van dit artikel zien, dat er nog meerdere vormen van communicatie zijn dan het spreken. We willen graag een zo groot mogelijke duidelijkheid scheppen over al wat het onzichtbare betreft; vandaar dat we het spreken hebben omschreven als het zich in woorden uiten. Het denken dat aan het spreken vooraf gaat, is een vermogen dat van het spreken onderscheiden dient te worden; we zullen daar in de komende artikelen op doorgaan.

Verschillen

Opnieuw kunnen we op dit moment een duidelijk onderscheid aanbrengen tussen de mens en de andere door God geschapen wezens. Engelen zijn geschapen met een geestelijk lichaam. Zij hebben een geestelijke mond; zij kunnen zich verstaanbaar maken in de geestelijk wereld voor wezens met geestelijke oren. De dieren kunnen alleen geluid produceren in de natuurlijke wereld; zij zijn geschapen voor een bestaan op aarde. De mens is geschapen voor een leven in twee werelden tegelijk en dientengevolge is het spreken van mensen een zaak die in twee werelden tegelijk plaats vindt. Wanneer wij spreken, zijn wij derhalve verstaanbaar voor God en de engelen, voor de duivel en zijn demonen, voor mensen in onze omgeving en - wanneer nodig - ook voor dieren. De mens kan communiceren met alle wezens die God geschapen heeft! Dit is een heel belangrijke conclusie met grote consequenties. Wij spreken, zonder dat we ons dat misschien elk moment bewust zijn, altijd op twee niveaus, in twee werelden. Onze natuurlijke en onze geestelijke mond geven tegelijkertijd uiting aan wat er in ons hart leeft en omgaat.

Communicatie

Door spreken en luisteren kunnen wij contacten leggen met anderen; er kan iets vanuit ons hart overgebracht worden naar het hart van de ander. Op deze wijze kunnen wij ‘van gedachten’ wisselen. Dit gaat dus niet rechtstreeks. De gedachte ‘op zich’ wordt niet overgeplant vanuit het ene hart in het andere; door middel van spreken wordt de gedachte geuit, en door horen en luisteren kan de uitgesproken gedachte door een ander worden opgevangen en verwerkt.
Er zijn naast spreken en luisteren nog meerdere vormen van communicatie. Een houding, een bepaald gedrag, een bepaalde uitdrukking in gezicht of ogen kan ‘boekdelen spreken’. Een bepaalde sfeer die van iemand uitgaat, kan ook heel wat teweeg brengen in het hart van een ander. Daarnaast zijn er vele vormen van ‘non-verbale’ communicatie zoals bijvoorbeeld de ‘gebarentaal’.
Van al deze vormen van contact tussen mensen onderling en tussen mensen en hemelse wezens, is die van spreken en luisteren de meest directe manier van communicatie, waarbij de minste onduidelijkheid aan de ander wordt overgelaten. Hierdoor is het spreken de meest krachtige uitingsvorm met de meeste mogelijkheden in zich.

Krachtig

Als God iets van zijn plan tot uiting wil brengen, spreekt Hij. In elke volheid des tijds maakt God in woorden zijn bedoeling bekend: En God zei... Door middel van zijn scheppend woord brengt God iets tot stand, wordt er iets in het aanzijn geroepen.
In andere situaties spreekt God woorden die opvoeden in de waarheid of oproepen tot gehoorzaamheid. In weer andere situaties brengen de woorden Gods scheiding aan. Geen woord dat van God komt is krachteloos; het volbrengt dat, waartoe het gezonden is: rechtvaardigmaking, bevrijding, genezing, herstel, groei, ontwikkeling... Gods liefde, zijn goedheid en barmhartigheid komt naar voren in zijn woorden en daden.
Zijn diepste bedoelingen met mens en schepping heeft Hij ons bekend gemaakt in het spreken door zijn Zoon. Als God iets heel duidelijk naar voren wil brengen, spreekt Hij, en door dat spreken komt alles in beweging, tot actie: God zelf en ook alles wat zich met God verbonden weet en gehoorzaam is aan Hem.

Gericht

Ook de duivel en zijn demonen maken gebruik van hun vermogen om te spreken als zij de mens onder druk willen zetten, willen verleiden tot zonde, willen aanklagen en achtervolgen met allerlei leugens. Zij weten dat hun bedoelingen het meest gericht naar voren komen wanneer zij voortdurend tegen de mens in de geestelijke wereld blijven ‘aanpraten’. Heel vaak spreken zij daarbij in de ‘ik-vorm’ om zich zodoende zo veel mogelijk met ons wezen te vereenzelvigen. Onze ervaring op zulke momenten is veelal dat het lijkt alsof deze ‘gedachten’ uit ons eigen hart voortkomen; de werkelijkheid is dat wij in de geestelijke wereld onze vijand horen spreken. In het artikel over het ware horen (Stb.10) is reeds naar voren gebracht hoe wij ons hier tegenover mogen en kunnen opstellen.

Ons spreken

Als de mens iets naar voren wil brengen of iets tot stand wil laten komen, is het spreken opnieuw de meest duidelijke en meest concrete manier. Als wij tot God bidden, Hem iets willen vragen, of ons geloof in God willen uiten, kunnen wij dit het beste doen door duidelijk tot Hem te spreken. Dit is de meest krachtige wijze.
Als wij de machten der duisternis willen verdrijven, gaat dit het meest effectief door ze daadwerkelijk - en liefst bij hun eigen naam - aan te spreken.
Zolang wij onze gedachten niet uitspreken, wordt er in de geestelijke wereld niets gehoord. Nogmaals, dit betekent niet dat er in onze hemel niets zou kunnen worden waargenomen van wat er in ons omgaat; er zijn meerdere vormen van communicatie.
Een blij hart, maakt het aangezicht vrolijk (Spr.15:13), en dit is natuurlijk te zien. Maar wat er woordelijk, letterlijk op dat moment in ons omgaat, kan pas duidelijk worden, als we vanuit dat blijde hart gaan spreken, als onze mond de stift wordt van een vaardig schrijver...
Een leraar kan, als hij voldoende gezag heeft, in een tamelijk onrustige klas met zijn ogen, of door opeens van zijn stoel op te staan, een einde maken aan zo'n situatie, zonder ook maar een woord te zeggen. Zo kunnen wij ons op een bepaald moment met gezag in de geestelijke wereld verheffen en een einde maken aan een situatie, die door de machten der duisternis is bewerkt, zonder dat het op dat moment noodzakelijk is om te spreken.
Te midden van alle vormen van ‘informatie-overdracht’ is en blijft het duidelijk (en dus ook hardop) spreken de meest krachtige.

Mogelijkheden

Het spreken is een vermogen, dat de mens zeer veel mogelijkheden biedt. Wij kunnen met onze mond - vanuit een hart vol liefde - God groot maken om wie Hij is. In liederen en gebeden kunnen we Hem eren, prijzen, aanbidden. We kunnen ons geloof belijden en daarmee duidelijk en vast aangeven waarin wij geloven. We kunnen spreken tot ons behoud (Rom.10:10). We mogen onze tegenstanders overwinnen door het bloed van het Lam en door het woord van ons getuigenis (Op.12:11). We kunnen met onze mond iemand zegenen, maar ook iemand vervloeken, zegt Jacobus 3:10. In diezelfde perikoop vergelijkt de apostel het vermogen om te spreken met het roer van een schip; daarmee wordt de betekenis en de invloed van onze mond op ons gehele leven aangegeven.
Vanuit de eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs kunnen we nog veel verder strekkende mogelijkheden gaan ontdekken. Hij schrijft in hoofdstuk 12 en 14 over het in tongen spreken, het profetisch spreken, het spreken met wijsheid en kennis. Dit zijn stuk voor stuk hogere uitingen van het vermogen om te spreken, die voor ons bereikbaar en ook aan de orde zijn na de doop in heilige Geest. De mensen die in hun leven in verbondenheid met Christus tot deze uitingen komen en deze begaafdheden in diepe gemeenschap met de Heer van de gemeente ontwikkelen, mogen als ‘gaven’ aan de gemeente functioneren. We zullen op deze uitingen te zijner tijd uitgebreid terugkomen.

Gevolgen

Het gesproken woord brengt in de geestelijke wereld iets in beweging. Het eens gesproken woord vliegt als een pijl voort; er worden in de geestelijke wereld krachten aangesproken en ontsloten. De innerlijk kracht van de persoon, die gesproken heeft, wordt werkzaam, aangevuld met de kracht van geestelijke wezens die zich bij het horen aangesproken weten en zich met de inhoud ervan verenigen.
Wanneer ons spreken een positieve en constructieve inhoud heeft, worden positieve krachten werkzaam: het goede in jezelf, de engelen Gods rondom, Jezus Christus en ook God zelf. Zij allen zetten zich in om het gesproken woord uit te werken en daadwerkelijk gestalte te geven. Dit gaat gepaard met de blijdschap en vrede, die kenmerkend zijn voor het Koninkrijk Gods. Het spreken van goede woorden zal ons eigen hart, maar ook dat van anderen verblijden (Spr.12:25).
Bij een negatieve en destructieve inhoud zijn negatieve krachten betrokken, voortkomend uit de machten der duisternis. Zij zullen zich inzetten om het gesprokene ‘hard’ te maken. Hierdoor kan het goede in de mens niet werkzaam worden en zullen de bedoelingen van God en van Jezus Christus naar de achtergrond worden gedrongen. Ook in zo'n situatie wordt er een bepaald ‘klimaat’ ervaren; dit wordt aan de mens opgedrongen door het rijk van satan. Paulus waarschuwt zeer terecht: Vermijd de onheilige, holle klanken, want zij zullen de goddeloosheid nog verder drijven, en hun woord zal voortwoekeren als de kanker (2Tim.2:16,17a).
Dat er bij een positief spreken vaak ook negatieve krachten werkzaam worden, is een feit. In Daniël 10 wordt dit aangegeven. Na drie weken intensief bidden komt er in de geestelijke wereld een doorbraak die heel concreet wordt beschreven: Van de eerste dag af, zijn uw woorden gehoord, en ik ben gekomen op uw woorden. Maar de vorst der Perzen stond eenentwintig dagen tegenover mij (vs.12,13). We mogen hieruit afleiden, dat wij onze vrijmoedigheid (in het positieve spreken en belijden) niet behoeven prijs te geven, ook al schijnt het dan niet direct iets uit te werken. Wij hebben - evenals Daniël - volharding nodig, om, de wil van God doende, te verkrijgen hetgeen beloofd is (Heb.10:35,36).
We mogen uit dit alles een duidelijke conclusie trekken: ons spreken blijft niet zonder gevolgen; de geestelijke wereld reageert op al onze woorden. Laten we ons derhalve hoeden voor negatieve uitlatingen of belijdenissen aangaande onszelf of anderen. De duivel haalt er voordeel uit. Laten we te allen tijde positief zijn, positief spreken en belijden vanuit een hart dat zich ten volle richt op de gedachten en bedoelingen van God voor mens en schepping.
Is er in een bepaalde situatie verkeerd en negatief gesproken, dan dienen we dit als een zonde, een verkeerde daad te beschouwen. Jezus zegt dat dit de mens onrein maakt (Mar.7:20,23). Het is dan zaak hierover vergeving te vragen en de vijand alles uit handen te halen waarmee hij wil blijven werken. In zo'n situatie is het aan de orde om hem opnieuw te overwinnen door het bloed van het Lam en door het woord van ons getuigenis.

Hardop

Het is van groot belang, dat wij ons geloof in de Heer, onze verwachtingen, onze positieve instelling en opstelling - vanuit een gelovig hart - hardop in woorden uiten. Paulus noemt dit een ‘belijden tot behoud’ (Rom.10:10b).
Laat u niet meenemen in de gedachten van de tegenstander, die zegt dat het echt niet nodig is om dit hardop te doen: God hoort je toch wel... Dit is een halve waarheid en dus een grote leugen. Natuurlijk, God verstaat van verre onze gedachten (Ps.139:2); de Here kent de gedachten der mensen (Ps.94:11); God weet wat in ons is, want de Geest Gods doorzoekt alle dingen (1Cor.2:10). Dat is het punt niet. Maar het is voor de vijand veel gemakkelijker om in uw leven bezig te blijven als u hem niet hardop aanspreekt. Het is in zijn belang dat u het positieve niet uitspreekt; zijn bewegingsvrijheid wordt daardoor veel minder aangetast.
Dat de duivel het hardop uitspreken wel degelijk belangrijk vindt, blijkt op die momenten wanneer er negatieve dingen zich aan ons opdringen. Ongeloof, twijfel, wanhoop ‘moeten’ uitgesproken, ja liefst uitgeschreeuwd worden. Hij heeft er belang bij dat al het negatieve er ‘uitgegooid’ wordt. Dit geldt ook voor (afbrekende) kritiek, roddel en laster.
Wij willen ons niet langer voor zijn karretje laten spannen; wij willen te allen tijde het negatieve (dat uit zijn koker voortkomt) langs ons heen laten gaan en het positieve uitspreken en belijden. Wij zullen de heerlijke gevolgen daarvan zien en ervaren in en rondom ons.
Wanneer we in situaties terecht komen waarin het hardop (positieve) spreken of belijden onmogelijk is, weten we dat God onze gedachten kent, onze bedoelingen verstaat. We kunnen dan - in nauwe verbondenheid met Jezus Christus - door onze bewuste opstelling en instelling in de geestelijke wereld de nodige ruimte creëren.

Volmaakt

Uit het voorgaande is naar voren gekomen op welke wijze ons vermogen om te spreken kan en mag functioneren. Laten wij ‘langzaam zijn om te spreken’ (Jac.1:19) teneinde goed te beseffen wat wij spreken en welke gevolgen dit heeft in twee werelden. De verstandige houdt zijn woorden in, de man van inzicht is bezonnen, zegt Spreuken 17:27. Eveneens een aansporing om niet alles er ‘zomaar uit te flappen’, maar om weloverwogen en doordacht te spreken. Paulus raadt ons aan: Laat Uw spreken aangenaam zijn en niet zouteloos (Col.4:6). Petrus zegt: Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God (1Pe.4:11).
Wij willen deze apostolische adviezen ter harte nemen en met ons hart, ook onze mond bewaren. Wij mogen bewust gaan leven en spreken, en zo, ons aan de waarheid vasthoudende en door deze waarheid steeds te blijven belijden, toegroeien naar Christus, ons Hoofd.
Wij zullen dan gaan bemerken, dat aan onze woorden steeds meer kracht zal worden verleend, en dat wij zullen gaan beantwoorden aan wat Jacobus schrijft: Wie in zijn spreken niet struikelt, is een volmaakt man, in staat zijn gehele lichaam in toom te houden (Jac.3:2).