Gemeente in groter verband

Naar een toespraak van Cees Visser op de 'Contactdag' van 19 maart 2016 (deel 2)

Wat toont Openbaring nog meer?

Hoe gaat de Heer uit plaatselijke gemeenten dat 'grotere' lichaam laten ontstaan? In Openbaring wordt er iets van getoond. In Openbaring 1:20 staat: Het geheimenis der zeven sterren, die gij gezien hebt in mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren: de zeven sterren zijn de engelen der zeven gemeenten, en de kandelaren zijn de zeven gemeenten.

In Openbaring begint Johannes met een boodschap van Jezus voor de bestaande gemeenten in die tijd, de gemeenten die op diverse plaatsen door de apostelen gesticht zijn; de meeste door Paulus. We begrijpen dat Jezus dan niet precies zeven gemeenten bedoeld, maar daarmee het totaal van plaatselijke gemeenten in die tijd aanduidt. Die boodschap van de Heer in Openbaring 2 en 3 is dus ook bestemd voor alle plaatselijke gemeenten in deze tijd.

In de verdere (geestelijke) ontwikkeling blijven het geen zeven (aparte) gemeenten. Verderop in Openbaring, bij de opening van het zesde en zevende zegel, wordt er gesproken over één vrouw. Johannes ziet dan een groot teken in de hemel: een vrouw, met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd; en zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren (Op.12:1-2).

Een verband van mensen en engelen in zijn rechterhand

Eén vrouw. Als het zevende zegel opengaat, ziet Johannes een grote schare staan, een menigte van mensen uit allerlei stammen, taal en natie. Ze staan bijeen, zijn samengevoegd en worden omringd door zeven engelen die geleid worden door de engel bij het altaar, de engel van Jezus.

Wat is er gebeurd tussen Openbaring 1 en Openbaring 8-12? De totstandkoming van een eenheid van plaatselijke gemeenten tot één gemeente, het samengroeien en uitgroeien tot één lichaam. Ze zijn niet meer ‘geïsoleerd’, ze vormen in de hemel een groter geheel: een lichaam waarin de Heer nog meer dingen kan doen dan dat Hij al gedaan heeft. Het geheimenis van de zeven sterren, de zeven kandelaren, de zeven gemeenten. Sterren zijn beeld van engelen en van mensen. Jezus heeft die in zijn rechterhand. Dat duidt op een verband in Jezus’ hand, van engelen en mensen.

Samensmelting in de hemel van gemeenten

Een samensmelting in de hemel van (plaatselijke) gemeenten in Jezus’ hand. Waarin mensen en engelen dienstbaar zijn en voluit met Jezus meewerken. Wij hebben allemaal een dienende engel gekregen, een seraf. De voorgangers en oudsten in de gemeente krijgen van God een engel die hen helpt om te leiden en te besturen: de engelen van de gemeente. Het gezag in de gemeente wordt erkend door de leden en bevestigd door de engelen. Die engelen van de gemeente mogen leiding geven aan de engelen in de gemeente, en dat allemaal onder leiding van Jezus en zijn engel. Die engelenwereld is 'verbonden' met onze wereld.

Soms hebben we meer zicht op de ontrouwe engelen omdat die zich manifesteren, verstoren, opvallen en brutaal zijn, dan op deze trouwe engelen die zich als ‘gentlemen’ gedragen en zich dienstbaar opstellen, geen aandacht vragen, maar er wél zijn. Dat is geweldig! Een geheimenis dat in deze fase ontsluierd mag worden, een geestelijk proces waarin Jezus plaatselijke gemeenten gaat verenigen tot één gemeente: de zeven kandelaren laat worden tot één zevenarmige kandelaar, de menora - het beeld is bekend.

Jezus heeft ook een engel naast Zich: Ik Jezus, heb mijn engel gezonden, om ulieden dit te betuigen voor de gemeenten (Op.22:16). Denk aan Gabriël, zijn woordvoerder en bode, om te dienen en de eenheid te ondersteunen, en ook aan Michaël als de geweldige strijder van alle engelen van God om dit proces tot stand te laten komen. Als wij ons daarvoor willen openen, gaat het niet alleen om ons verlangen, maar bovenal om het herkennen van het verlangen van de Heer. Hij wil het geheimenis van de zeven sterren aan ons openbaren en ons de heerlijke werkelijkheid daarvan steeds meer laten beleven. De Heer werkt met zijn Geest en zet op bijzondere wijze zijn engelen in. Een bijzonder geheimenis, iets dat in ons midden gaat ontstaan, waar we nog niet eerder in deze termen over hebben gesproken of geschreven.

Meer dan contact met elkaar: een lichaam vormen

We hebben het gehad over broederschap, we ontmoeten elkaar in liefde en vreugde, we zoeken elkaars hart. Is er door onze contacten op de eerder gehouden 'Contactdagen' een gemeente ontstaan, dat grotere geheel? Nee, dan moet er iets anders gebeuren. We hebben contact gehad met elkaar, en uitgewisseld met elkaar, gezongen en gebeden met elkaar, de zegen van de Heer ontvangen op heerlijke manieren, langs allerlei wegen. Heel mooi! Ik geloof dat de Heer daarin heeft toegewerkt naar wat Hij nu aan de orde stelt: het gaat niet zozeer om contact hebben met elkaar, maar om een gemeente te vormen met elkaar. Om een lichaam te gaan vormen dat veel meer is dan elkaar ontmoeten en contact hebben. Gemeenten die samen een gemeente vormen, een groter geheel, dat in deze tijd gevormd mag gaan worden. Net zo concreet en duidelijk als gelovigen zich invoegen in een plaatselijke gemeente, mogen wij ons als plaatselijke gemeenten gaan invoegen in dat grotere geheel. Dat is een keuze, geen automatisme. Daarin geven we gehoor aan Jezus’ verlangen die ons wil samenvoegen tot één lichaam. Dat gaat veel verder dan onderling contact hebben. Het wonder van gemeente-zijn mag tevoorschijn gaan komen in ons samenzijn met het doel: het aanbreken van de dag van Christus. Dat is nodig, anders kan die dag van Christus niet aanbreken. Dat beeld van die vrouw in Openbaring 12 kan niet maar het beeld zijn van één plaatselijke gemeente. Het mag in elke plaatselijke gemeente gezien worden, daar gaan we naar toe.

De weg naar het grotere gemeente zijn tot één lichaam

Op die weg daarnaartoe gaat Jezus dingen doen die buitengewoon zijn, die zeer bijzonder zijn. Heel bijzonder zegt Jesaja 28:21: Want de Heer zal opstaan, Hij zal in beweging komen, om zijn werk te doen. Vreemd zal zijn werk zijn; en om zijn daad te verrichten. Ongewoon zal zijn daad zijn (NBG). Hij zal iets tot stand brengen, iets bijzonders, Hij gaat iets buitengewoons volbrengen (NBV).

Wat zou dat zijn, hebben wij ons afgevraagd in de voorbereiding op deze Contactdag. Mogelijk ervaren jullie nu wat wij ervoeren: een diep aangesproken worden door de Heer in je hart: o, Heer, bedoelt U dat? Dit gaat veel verder, veel dieper, dit is veel groter! Waar denken we dan aan? Denken we dan aan regionale verbanden? Aan het vormen van een alliantie, een federatie of een landelijke unie? Of weer een broederschap vormen van pinkstergemeenten... ?

Nee, het gaat toe naar één lichaam onder één hoofd, doordrenkt door één Geest en waarin de dienst van de heilige engelen op bijzondere wijze doorgaat, omdat Jezus het geheimenis van de zeven sterren aan het invullen is. Hij maakt dat geheimenis bekend. Dat is iets dat in de hemel begint en zijn neerslag op aarde krijgt. Niet gebonden aan aardse dingen: tijd, afstand en plaats. Het kan overal tevoorschijn komen: In Nederland, Italië, Brazilië, België, Duitsland. Dit verlangen wordt door de Heer gewekt en beantwoord door de gelovige. Wat een roeping. Dit is zo groot! Een gelovige die zich invoegt in een gemeente beseft vaak nog niet ten volle welk perspectief Jezus hem toont en welke mogelijkheden de Heer hem in de plaatselijke gemeente biedt, waarin hij in mee mag. Zo weten ook wij eigenlijk nog niet wat dat 'grotere gemeente-zijn' gaat bewerken in heil, genade en zegen, en tot welke hoogte ons dit als plaatselijke gemeenten in de hemel gaat opvoeren. Het wordt ons nu getoond in aanzet, in aanleg, op weg naar de opening van het zevende zegel, de dag van Christus. Op weg naar dat tevoorschijn komen van het grote teken in de hemel, waar we samen als gemeenten vorm aan mogen geven, als één lichaam.

Wat is er in deze fase aan de orde?

Is dit al eerder gebeurd? Dat kunnen we ons afvragen. Dit is iets van de eindtijd, van deze tijd, de fase waarin wij nu als gemeente van Jezus Christus verkeren. Het samen in die tempel staan rondom het reukofferaltaar als één lichaam: dat mag in deze tijd gaan gebeuren. In Openbaring 8:1 lees je dat het zevende zegel opengaat en dat God aan de zeven engelen die voor zijn troon staan, zeven bazuinen geeft. Om één geluid in de hemel en op aarde te laten klinken. Dat gaat ver boven de plaatselijke mogelijkheden uit.

Ik geloof dat de Heer dit nu in ons midden aan de orde stelt, om in dit denken, in deze visie mee te gaan. Om het allereerst in je hart te laten vallen, er goed over na te denken en te bidden tot de Heer: Wilt U dit in ons midden bewerken? Nodigt U ons uit tot zo’n stap vooruit, tot zo’n stap hogerop? Die grote gemeente kan ontstaan uit een (klein) aantal plaatselijke gemeenten die samen visie hebben op wat er aan de orde is in Gods Koninkrijk en inzien dat dit verder gaat en hogere perspectieven biedt: je kunt toetreden tot een groter geheel, waarin de Heer je bevestigt en met het meerdere van dat geheel gaat zegenen en zalven.

Ik spreek mijn verwachting uit: God gaat bijzondere genade geven om dat grote lichaam te vormen, met Jezus als hoofd. Daar verlangen we al jaren naar en we bidden er ook voor: grotere genade, sterkere werking van de Geest, grotere inzet van engelen. Het past in de ontwikkeling die de Heer ons in Openbaring toont. Je wordt er stil van en tegelijkertijd enthousiast: nieuwe mogelijkheden in het samen optrekken met elkaar. Moeten we dan méér met elkaar omgaan, elkaar vaker ontmoeten? Nee, alle ‘quality-time’ kan de Heer benutten om het lichaam verder te vormen. In dit kader kan het ‘grotere gemeente-zijn’ gestalte krijgen. Hoe dat in de praktijk zal gaan? De Heer gaat het openbaren en het ons laten zien. We weten niet precies hoe dat zal gaan, maar we gaan door in dát spoor. Hij zegt: Kom volg Mij, klim hierheen op.

Dwars door geesten met hun werkingen heen

De geesten die hiertegen in opstand komen, manifesteren zich natuurlijk ook in dat grotere verband. Misschien heb je je als plaatselijke gemeente in het 'Contactdag'-gebeuren niet altijd prettig en aanvaard gevoeld, of was het op een andere manier niet zoals je had gedacht. Zie daarin de werkingen vanuit het geheimenis van de wetteloosheid.

De opmaat naar de dag van Christus

De Heer heeft onze contacten altijd willen zegenen, daarin altijd willen werken. Nu roept Hij ons voor iets hogers, voor wat nog niet eerder in gang is gezet. Waar we nu zicht op mogen krijgen, visie op mogen ontwikkelen, en plaatselijk verder over mogen uitwisselen om te onderzoeken of deze dingen alzo zijn. Ik geef de uitnodiging van de Heer namens Hem in volle overtuiging aan jullie door; denk er in eigen gemeente verder over na.

Als in plaatselijke verbanden al gaven worden gegeven van kennis, inzicht, wijsheid, geloof, genezing, profetie, dienen, voorbede doen, muziek maken, etc. die door de Geest Gods bekrachtigd worden, hoeveel te meer zullen die gaven tot ontplooiing mogen komen ten bate van dat grotere geheel. Daar komt een verdieping bij, dat gaat hogerop. Dat gaat verder, wordt grootster, indrukwekkender. Dat wordt heerlijk. Opdat gaat gebeuren wat Jezus in zijn leven heeft gezien en opgepakt heeft: de uitvoering van het geheimenis van Christus, de vorming van een gemeente waarin Hij werkelijk hoofd is van allen, waar Hij onafhankelijk van volk, stam, natie, taal, cultuur Heer is, en waar Gods Geest allen doorstroomt en één maakt: innerlijk en onderling, als plaatselijke gemeenten in die grotere gemeente. Dat mag de opmaat worden naar het aanbreken van de dag van Christus. Als Petrus de gelovigen in 2 Petrus 3:12 oproept om ‘de dag van Christus te bespoedigen’, dan is dit een handreiking. Je moet niet proberen om die dag van Christus in je eigen huiskamer te bespoedigen - al is dat natuurlijk ook nodig. Laat het ook tevoorschijn komen in de plaatselijke gemeente, alsook in het samen optrekken als gemeenten, in de verdere eenwording met de Heer en met elkaar. We willen die dag van Christus mogelijk maken, bespoedigen.

Dan weren we de werkingen van de wetteloosheid die ons willen verdelen en ons uit elkaar willen houden. We willen lichaamsverbanden, lichaamsstructuren, eenheid gaan beleven binnen dit samenzijn. Er bewust en concreet voor kiezen om gemeente te (gaan) worden en te zijn.

De ontwikkeling van gaven naar apostelschap

Gaven van heilige Geest zullen daarin tot ontwikkeling komen; vooral de gaven die in zo’n verband nodig zijn, want dit is (plaatselijke) gemeente-overschrijdend. Welke gaven noemt Paulus in dat verband? De apostolische gave. Zoals de eerste apostelen in de gemeenten van hun tijd werkten: ze stichtten, ondersteunden, stelden oudsten aan, versterkten, bemoedigden, losten bepaalde problemen op, enz. De vrouw uit Openbaring 12 heeft een bekleding als van de zon (= de heerlijkheid van God), ze staat op de maan (= het fundament Jezus Christus, de Rots), en ze heeft een krans van twaalf sterren om haar hoofd (= het denken, spreken en werken van de twaalf apostelen).

Je kunt bij die krans van twaalf sterren denken aan de apostelen in Jezus’ tijd. Maar waarom niet aan apostelen in deze tijd, in onze tijd? Mensen die in de naam van de Heer woorden mogen spreken om dat grotere geheel tot aanzijn en verdere ontwikkeling te laten komen. Om plaatselijke gemeenten tot één gemeente te laten worden. Ik verwacht dat de Heer ons zulke apostelen gaat geven, ze in en door hun functioneren aan ons gaat laten zien. Mensen die in de vormgeving van die grotere gemeente vooraan mogen gaan. En die samen met allen die daaraan deelnemen, de weg omhoog gaan. Als gaven - ik heb het nu niet over ambten: die dienen we in de gemeente van elkaar te onderscheiden. Ambten zijn nodig zijn voor het gezonde functioneren van een plaatselijke gemeente: er dient goede, door de Heer gegeven leiding te zijn. Maar zulke oudsten kunnen niet ‘zomaar’ aan een groter geheel leiding geven.

We mogen gaan bidden voor leiders die in dat proces mogen ‘opstaan’ en ‘herkend’ gaan worden. Een apostel kan ook een ambt worden, een gezagspositie gaan bekleden: door de Heer worden aangesteld voor het goede functioneren van dat grotere geheel. Bij een groter verband horen andere gezagsposities, die erkend worden door degenen die zich in de gezagskring die bij dat verband hoort, bevinden en bewegen. We mogen iets gaan vormen waarin nog niets helemaal ‘duidelijk’ is. We hebben alleen een visie en een perspectief, waarin de Heer mensen wil geven die Hij met apostolische gaven wil laten functioneren en mogelijk ook in het ambt van apostel wil bevestigen. Dat is nodig! In Handelingen 1 lees je daarover: Judas is weggevallen, en dan bidden ze in grote eensgezindheid met elkaar om invulling van zijn plaats, om de kring van twaalf weer compleet te maken. Mattias wordt aangewezen en bevestigd in het apostelambt.

Oudsten zijn nodig in plaatselijke gemeenten, apostelen zijn nodig in de grote gemeente. We mogen voor zulke mensen bidden, juist ook met oog op de vorming van die grotere gemeente. Petrus noemt zich een mede-oudste (1Pe.5:1), maar hij schrijft deze brief als een apostel van Jezus Christus (1Pe.1:1): hij heeft gezag in meerdere gemeenten. Je mag zelf ook als ‘gave van de Heer’ werken in dat grotere geheel. Geestelijke gaven werken niet alleen in je eigen gezin en je eigen plaatselijke gemeente; ze werken ook dóór in grotere verbanden, in de grote gemeente. Dat is met elkaar verbonden. Voor ons zaak om dat te gaan zien.

Moet je in dit kader als oudste van een plaatselijke gemeente je verantwoordelijkheid afstaan aan een apostel van een grotere gemeente? Natuurlijk niet! Moeten de ouders van een gezin hun verantwoordelijkheid afstaan aan de oudsten in de plaatselijke gemeente waar zij zich invoegen? Nee toch! Je staat in de gezagskring waarover je bent aangesteld: daar gaat niets vanaf, er komt alleen maar iets bij. Je hoeft niets in te leveren. Zoiets moois bestaat alleen bij God, dat kom je in de wereld niet tegen. Daar is er vaak sprake van een dubbele bodem. In de ontwikkeling van de gemeente hoef je niet bang te zijn dat er iets gaat gebeuren wat je niet wilt. En als je dat wél ervaart, ga dan met de Heer in (heilzaam) overleg: Heer, ik wil uw stem en bedoeling verstaan!

Bergen en eilanden moeten van hun plaats worden gerukt

Het is belangrijk dat een conflict in een gezin wordt opgelost. Een conflict in een plaatselijke gemeente heeft een groter belang om te worden opgelost. En moeilijkheden in grotere verbanden hebben een nóg groter belang. Al die ‘bergen en eilanden’, zegt de Bijbel, die je nu nog tegenkomt in je leven, in je gemeente, moeten ‘van hun plaats worden gerukt’. In Openbaring 6 - bij de opening van het zesde zegel, in de aanloop naar dat zevende zegel - worden alle berg en eiland van hun plaats gerukt (6:14). Al die ‘koningen van Babel’ mogen we passeren. Persoonlijk, in de gemeente, en in het verder samen optrekken. Ons aan hen ‘ontworstelen’, in de vrijheid komen, om die grotere gemeente te worden. Daar zet Jezus Zich volledig voor in: er blijft geen berg en eiland over (Op.16:20)! Samen als gemeente en gemeenten, ze gaan er allemaal aan! Te midden van aardbevingen, harde winden (werkingen van demonische machten) en allerlei invloeden en krachten van koningen in de hemel, geeft de Heer ons genade. Juist ook op zulke momenten mag je met Hem die berg onderscheiden en van zijn plaats rukken, zodat niet jij van jouw plaats gaat, maar hij van zijn plaats. Dat zie je op aarde niet gebeuren: natuurlijke bergen en eilanden blijven staan bij aardbevingen en wind.

Dat biedt de Heer ons aan in de opening van het zesde zegel, in de aanloop naar het opengaan van het zevende zegel. Dat is een heel ander denken. Middenin zo’n geestelijke storm of aardbeving hoef je niet te denken dat het nooit meer goed komt. Heer, laat uw licht schijnen! Wat ik kan doen, wil ik doen; wat mijn broeder mag doen, mag hij doen. Maar ik wil vooral zelf doorgaan op de weg die U wijst.

We gaan in dit proces machten tegenkomen die we misschien nog niet eerder zijn tegengekomen. De grootvorst van de weerspannigheid zullen we tegenkomen, Belial. We mogen hem ten dode toe verwonden: hij zal zijn doel in de gemeente van Jezus Christus niet bereiken. En wat is zijn doel? Onvruchtbaar houden, klein houden, onmondig houden.

Het baren van volwassen zoonsleven

Terwijl de Heer ons groot wil laten worden, volwassen wil laten worden en vrucht wil laten dragen. De vrouw uit Openbaring 12 die staat niet alleen op de maan, met de zon bekleed en de krans van twaalf sterren om haar hoofd, ze is ook nog zwanger! Ze gaat baren! En ze baart haar kind, een goddelijk, mannelijk wezen die opgevoerd wordt naar Gods troon (Op.12:5).

Er gaat iets tot stand komen wat nog niet eerder gebeurd is: de baring van het volwassen zoonsleven. De ware kostelijke vrucht, waar de Landman al zo lang op wacht (Jak.5:7) en wat Hij alleen in het leven van Jezus tevoorschijn kon laten komen en voor een deel in de eerste apostelen en gemeenten. Maar nog niet zoals in Openbaring 12. Dat moet nog gebeuren. In de voorbereiding daarnaartoe laat de Heer in je persoonlijk leven, in de plaatselijke gemeenten en in het grotere verband, de vrucht tevoorschijn komen. Hij gaat jou mondig maken, jou het volwassene laat baren.

De bediening van de zonen van God

Daardoor kan de bediening van de gemeente bij het openen van het zevende zegel zijn beslag krijgen, en kan de dag van Christus aanbreken. Dan gaat die gemeente rond zoals Jezus, weldoende en genezende allen die door de duivel overweldigd zijn (naar Hand.10:38). Twaalfhonderdzestig dagen, tweeënveertig maanden, drieënhalf jaar: profetisch overeenkomend met de tijdsduur van Jezus’ rondwandeling op aarde. En dan kan Jezus ook terugkomen met allen die in Hem ontslapen zijn. Geweldig wat Hij gaat doen als wij Hem daarvoor de ruimte geven!

Wat staat ons te doen?

We wisselen met elkaar hierover uit en praten er verder over door. Daarin krijg je de vraag: zie je in wat de Heer wil doen? Mogen we die stap met elkaar zetten? En willen we dat ook als plaatselijke gemeente(n)? Willen we onder leiding van de Heer dat grotere verband in de hemel gaan vormen, en dat ook op aarde, in ons samen optrekken, laten uitkristalliseren? Dat is een proces, willen we daarin door?

Ik hoop van harte dat je herkent wat de Heer zegt, dat het je heeft geraakt, dat het je wat doet en dat je met meerderen proeft en beseft dat we onze Heer mogen danken voor wat Hij tot hiertoe heeft gedaan, voor wat Hij op dit moment doet, en voor wat Hij de komende tijd nog gaat doen. Een feestmaal op de berg Sion (Jes.25:6-9), weg uit de verdeeldheid van Babel, het Lam volgend waar Hij ook heengaat, als schare van 144.000 eerstelingen op de berg Sion (Op.14:1-5).

Oproep

Ik hoop dat je diep in je hart het spreken van de Heer hoort en verstaat. Kom hogerop! Volg Hem, Jezus, onze Heer en Herder. Hij voert ons door alle hemelen heen! Ga je mee?