Genesis 39:1 – 40:23

Van Juda naar Jozef

In de vorige bijbelstudie hebben we het leven van Juda gevolgd in de twintig jaar nadat hij, samen met zijn broers, Jozef als slaaf naar Egypte heeft verkocht.

De tijd die Genesis 38 beschrijft, loopt parallel met het leven van Jozef in Egypte. Dat verhaal wordt opgepakt in Genesis 39.

Genesis 39:1 – Jozef nu werd naar Egypte gebracht; en Potifar, een hoveling van Farao, de overste der lijfwacht, een Egyptenaar, kocht hem van de Ismaëlieten die hem daarheen gebracht hadden.

Van je familie moet je het hebben…

Nadat Jozef uit de put is opgehaald en is overgedragen aan de Ismaëlieten, wordt hij gedwongen af te dalen naar Egypte (vertaling Reisel). Juda daalt vrijwillig af naar Adullam, maar Jozef wordt gedwongen om af te dalen. Zijn broers zijn daar moreel verantwoordelijk voor. Jozef wordt gestolen door Midjanieten en verkocht aan Ismaëlieten. Beide volken zijn verwant aan Jozef en zijn broers. Beide volken stammen af van Abraham. Ismaël was een zoon van Abraham en Hagar, en Midjan een zoon van Abraham en Ketura, de vrouw waarmee Abraham trouwt nadat Sara is overleden. Zowel Ismaël als de zes zonen van Ketura zijn op een bepaald moment ‘weggezonden’ door Abraham. De Ismaëlieten en Midjanieten zijn dus onterfde nazaten. Hier ontmoeten zij een gezegende achterkleinzoon van hun rijke voorvader: Jozef. Denk je dat ze hem als familielid met ‘egards’ behandelen? Geloof het maar niet. Het zal voor Jozef geen pleziertochtje zijn geweest in die karavaan van de Ismaëlieten. Hij wordt als een slaaf behandeld en dan heb je geen rechten. Dan heb je maar af te wachten wat men met je doet. Je bent dan niet meer van jezelf, om het zo maar te zeggen.

Naar Egypte

Jozef moet met de Ismaëlieten mee naar Egypte - letterlijk Misraïm zoals dat land in die tijd heette. Een naam die afgeleid is van een zoon van Cham (Gen.10:6). De Hebreeuwse betekenis van Misraïm is: het land van de afsluiting, het land der gevangenis. Daarin moet Jozef afdalen. Gedwongen. Wat zal er in hem zijn omgegaan? Hij weet dat zijn overgrootvader Abraham daar ook is geweest. En hoe dat destijds is gegaan met die farao van Egypte, hoe God zijn hand hield over Abraham en Sara. Hij kent dat verhaal. Zou hij eraan gedacht hebben? Zou hij ook gedacht hebben aan het verhaal van zijn grootvader Isaak die een soortgelijke situatie meemaakte? Zou het in hem zijn opgekomen hoe God ook zijn hand over Isaak en Rebekka heeft gehouden? Hoewel zowel Abraham als Isaak op dat moment niet naar Gods wil handelden?

Een ware zoon van Abraham

Zou hij zich onderweg naar Egypte voorgenomen hebben om in dat ‘land van gevangenschap’ nu wél naar Gods wil te handelen? Hij stelt zich in ieder geval op als een ware zoon van Abraham, Isaak en Jakob. Dat blijkt als hij in Egypte is. En dat moet dus al eerder in zijn hart begonnen zijn. De houding die Jozef in Egypte aanneemt, is niet een houding de je zomaar even van het een op het andere moment als een ‘jasje’ aantrekt. Nee, die houding, opstelling en hartsgesteldheid is al in hem aanwezig voordat hij naar Egypte wordt verkocht. En daarin volhardt hij als hij afdaalt naar Egypte.

Jozef houdt vast aan God

Jozef weet zich een gezegende des Heren, een man van het verbond. Hij houdt vast aan zijn droom, aan Hem die hem die droom heeft gegeven: aan zijn God. Wat mooi!

Hoe zou jij je in zo’n situatie gedragen hebben? Kun je het een klein beetje voorstellen? Zó in de steek gelaten worden door je broers? Zó behandeld worden door mensen met wie jij een verwantschap hebt? Hoe zou jij je gedragen na zo’n behandeling, op weg naar zo’n vernederende situatie? Weet jij je dan ook nog steeds een gezegende des Heren? Houd jij je dan ook vast aan wat de Heer je heeft laten zien? Jozef wél.

Potifar koopt Jozef

In Egypte aangekomen wordt Jozef als slaaf te koop aangeboden. Als koopwaar op een markt neergezet. Er wordt over hem onderhandeld. En dan is daar een zekere Potifar, een vooraanstaand man, een hoveling van farao. De Statenvertaling noemt hem de overste der trawanten. Letterlijk: de overste van de beulen. Potifar had het bevel over de lijfwacht van de farao. En als de farao iets overkwam, dan viel degene die dat had gedaan of veroorzaakt in handen van de beulen, van Potifar en zijn trawanten. En dat ging er in die dagen niet zachtzinnig aan toe. Potifar is dus niet de eerste de beste…

Jozef komt tevoorschijn

Potifar ziet Jozef en koopt hem. En zo komt Jozef in dat grote huis van Potifar, in die uitgebreide huishouding van deze hoveling van de farao. En dan blijkt dat hij eveneens niet de eerste de beste is. Al is dat op een heel ander terrein. Met het verstrijken van tijd komt er in Jozef steeds meer tevoorschijn. Hij zit - ook als slaaf - niet bij de pakken neer. Hij staat op, klimt op; hij handelt als een gezegende van God. En de Heer staat hem terzijde (Gen.39:2)!

Een gezegend man

Jozef blijft geestelijk ‘staan’ in Egypte, in dat land van gevangenschap, in zijn hart door God gesteund en bekrachtigd. Het blijft niet bij innerlijke kracht alleen, de Heer zegent Jozef in alles. En dat werkt van binnenuit naar buiten. Jozef blijkt ‘gouden handjes’ te hebben. Het leven en functioneren als slaaf gaat hem wonderwel goed af. Potifar wordt gezegend door de dienstbare aanwezigheid van Jozef. En dat valt op, zelfs bij zo’n man als Potifar. Hij haalt Jozef in zijn huis: hij mag voortaan in zijn huis werken. Een tijdje later wordt hij Potifars persoonlijke bediende. Potifar stelt Jozef over steeds meer. En de zegen wordt alleen maar groter. Alles komt in Jozefs hand, het beheer van het hele huis. Hij krijgt het volle vertrouwen van Potifar.

Genesis 39:2-6 – En de Here was met Jozef, zodat hij een voorspoedig man werd, en hij woonde in het huis van zijn heer, de Egyptenaar. Toen zijn heer zag, dat de Here met hem was, en dat de Here alles wat hij ondernam onder zijn hand deed gelukken, won Jozef zijn genegenheid en hij mocht hem bedienen; hij stelde hem aan over zijn huis, en alles wat hij had, gaf hij in zijn hand. Van het ogenblik af, dat hij hem over zijn huis en over al wat hij bezat had aangesteld, zegende de Here het huis van de Egyptenaar om Jozefs wil: de zegen des Heren rustte op alles wat hij had, zowel in huis als op het veld. En hij liet al het zijne aan Jozef over, en met hem naast zich, bemoeide hij zich enkel met het brood dat hij at.

Leven vanuit Gods Koninkrijk

Wat een prachtige ontwikkeling! Onthoud dit voor jezelf, voor jouw omstandigheden. Hoe stel jij je op in een situatie? In je huidige situatie misschien? Besef dat jouw omgeving gezegend wordt in jou. Als jij je opstelt als een gezegende des Heren, wordt jouw omgeving gezegend in jou, met jou en misschien ook wel heel actief en bewust door jou. Dat geldt voor je gezin, voor je werk, voor je contacten, voor heel je leven in de maatschappij. Waar jij bent, is een stukje van Gods Koninkrijk aanwezig. Waar jij komt, mag dat stukje Koninkrijk werkzaam aanwezig zijn, besef je dat?

Satan wil Jozef in de val lokken

De duivel kan zoiets niet uitstaan. Als hij Jozef niet kan pakken, niet in Jozef zélf iets kan bewerken, zoekt hij iets in Jozefs omgeving waarmee hij hem alsnóg kan laten struikelen.

Genesis 39:6 - Jozef nu was schoon van gestalte en schoon van uiterlijk.En ook dát valt op, in het bijzonder bij Potifars vrouw. Zij wordt het middel waarmee Satan Jozef wil pakken. Na verloop van tijd laat deze vrouw haar oog op Jozef vallen. Daar zal geruime tijd overheen zijn gegaan. Eerst heeft Jozef buitenshuis gewerkt, daarna binnenshuis. Dan stelt Potifar hem aan als zijn persoonlijke bediende… Jozef is al vele jaren bij Potifar in dienst als er Genesis 39:7 staat: Na verloop van tijd liet de vrouw van zijn meester haar oog op hem vallen. Een aantal commentatoren schat het in op een jaar of negen.

In verzoeking

Potifars vrouw laat op een gegeven moment haar oog op deze schone jongeling vallen. En daarmee begint de duivel met zijn ‘spel’ en begint voor Jozef de verleiding tot zonde. Genesis 39:7-9 – Hierna sloeg de vrouw van zijn heer haar ogen op Jozef, en zij zei: Kom bij mij liggen. Maar hij weigerde en zei tot de vrouw van zijn heer: Zie, mijn heer bemoeit zich, met mij naast zich, met niets van wat er in huis is, en alles wat hij heeft, heeft hij in mijn hand gegeven; niemand is in dit huis machtiger dan ik, en hij heeft mij niets onthouden dan alleen u, omdat gij zijn vrouw zijt; hoe zou ik dan dit grote kwaad doen en zondigen tegen God? 

Stopt de verleiding voor Jozef hierdoor? Nee, dag in dag uit probeert deze vrouw Jozef over te halen, maar hij geeft niet toe. Hij wil niet bij haar gaan liggen, niet toegeven aan deze verleiding en verzoeking.

Jozef ervaart de zuiging, de verlokking en betovering die van dit duivelse spel uitgaat. Daar kun je zeker van zijn. Dit is bekend terrein voor de occult, onreine machten uit het rijk van Satan. Zij willen jonge mensen (en oudere mensen) tot zonde brengen, hen verleiden, hen betoveren, en hen tot wetteloze, buitenechtelijke dingen aanzetten. Jozef is een jonge knul van middenin de twintig, een mooie, knappe kerel. En die vrouw van Potifar zal er ook best aantrekkelijk hebben uitgezien. En als zo’n vrouw onder invloed van onreine geesten dit soort ‘kunsten’ gaat vertonen, wordt er in de geestelijke wereld heel wat ‘in stelling’ gebracht. Jozef ervaart het.

Jozef weerstaat de verleiding

Misschien zal Jozef nog niet het zicht op de geestelijke wereld hebben gehad zoals wij dat nu hebben, en het niet als een werking van een occult, onreine geest hebben gezien en bestreden, maar hij verzet zich wel tegen deze verleiding en hij houdt het buiten zich. En daar gaat het natuurlijk om. Hij wil dit niet, hij wil niet in deze ‘valstrik’ terechtkomen. Hij blijft zich opstellen, zich gedragen als een gezegende des Heren. Hij kent zijn grenzen, hij weet waarover zijn meester hem heeft gesteld, en waar dat ophoudt. Hij gedraagt zich in den vreemde, in dit Egyptische huis, als een man naar Gods hart. Ook al is hij nog ‘jong’…

Wat een keuze van deze Jozef. Wat een trouw aan God. Jozef toont karakter. Wat mooi. Zelfs zonder doop in de heilige Geest weerstaat hij deze onreine geest. Zonder het nieuwtestamentische zicht op wat zich in de hemelsferen aan hem opdringt, weerstaat hij deze aanval uit dat rijk. Hij weet, voelt en ervaart: dit hoort niet bij God. Wat een verschil met zijn broer Juda die in diezelfde tijd geestelijk steeds verder afzakt en zich het ene na het andere permitteert.

Het geheim van overwinning

Hoe doet Jozef dat? Denk daar voor jezelf eens verder over na. Probeer het geheim ervan te ontdekken. Open je in die zoektocht voor wat de Heer je wil tonen. Hij wil tot je hart spreken, Zichzelf aan je openbaren. Tot opbouw van jezelf en tot verdere openbaring van zijn leven in jou. Ga voor jezelf op zoek, doe het samen met Hem. Het is geen formule, geen methode die je in de bijbel kunt opzoeken. Dit is het ware, waarachtige leven, zoals God het bedoelt. Dit is leven Gods! Dit kun je niet uitleggen, dit kan je niet aan elkaar overdragen. Je moet het zelf ontdekken, je mag het zelf leren uitleven. Hoe mooi is dat!

Elke dag blijven staan

Jozef doet het en ontdekt het. Hij blijft geestelijk staan en leeft dat uit. Wij mogen het ook ontdekken en uitleven, met zicht op de werkingen in de hemelsferen, met bekrachtiging van de heilige Geest. Dan kun je blijven staan, zelfs in situaties die blijven doorgaan. De vrouw van Potifar probeert Jozef niet één keer te verleiden, ze doet dat voortdurend. Elke dag moet Jozef dienstdoen in het huis, elke dag doet die vrouw een nieuwe poging en gaat daarin ook steeds verder: ze moet en ze zál Jozef hebben. Vrouwen kunnen daarin ver gaan. En je moet ‘van goeden huize’ komen om dat te weerstaan. Jozef doet het.

Maar Potifars vrouw laat dat niet over haar kant gaan. We kennen het verhaal… Genesis 39:11-12 – Op zekere dag kwam hij het huis binnen om zijn werk te verrichten, terwijl niemand van de huisgenoten daar in huis was. Toen greep zij hem bij zijn kleed en zei: Kom bij mij liggen. Maar hij liet zijn kleed in haar hand achter, vluchtte en liep naar buiten. 

Weer wordt zijn kleed afgerukt

Jozef houdt stand, zelfs als Potifars vrouw zijn kleed van hem afrukt. Dat is al eens eerder gebeurd: (ruim) negen jaar geleden bij Dotan, toen hij zijn broers kwam opzoeken. Hier wordt opnieuw geweld gebruikt tegen hem. De vrouw kan het niet uitstaan dat ze Jozef niet kan krijgen. Ze grijpt hem bij zijn kleed. Evenals destijds in Dotan wordt ook deze daad van geweld ingegeven door jaloezie. En ook nu volgt daarop een ‘verhaal’ vol van leugen en bedrog.

De vrouw van Potifar speelt de vermoorde onschuld, ze draait de hele zaak om. Ze haalt het hele huis erbij om een plausibel verhaal op te hangen en geloofwaardig over te komen bij haar man Potifar.

Genesis 39:13-18 – Toen zij nu zag, dat hij zijn kleed in haar hand achtergelaten had en naar buiten gevlucht was, riep zij haar huisgenoten en zei tot hen: Zie toch, hij heeft ons een Hebreeuwse man gebracht opdat deze zijn spel met ons drijve; hij is bij mij gekomen om bij mij te liggen, maar ik heb met luider stem geroepen; en toen hij hoorde, dat ik mijn stem verhief en riep, liet hij zijn kleed bij mij achter, vluchtte en liep naar buiten. Daarop legde zij zijn kleed bij zich neer, totdat zijn heer thuiskwam. En zij sprak tot hem in dezer voege: Die Hebreeuwse slaaf, die gij ons gebracht hebt, is bij mij gekomen om zijn spel met mij te drijven. Maar toen ik mijn stem verhief en riep, heeft hij zijn kleed bij mij achtergelaten en is naar buiten gevlucht.

Geen wederhoor

Hoe kun je het verzinnen? Ja, de duivel weet wel raad met zulke situaties. Wat een totaal andere vrouw is deze vrouw van Potifar dan de vrouw in het vorige hoofdstuk: Tamar (Gen.38). Tamar stond in haar recht, deze vrouw niet. Potifars vrouw heeft geen naam, ze mag ook geen naam hebben. Ze handelt uit wellust, onrechtvaardig en gemeen.

Als Potifar thuiskomt, hoort hij het verhaal van zijn vrouw aan. Wordt Jozef daarna door Potifar ‘gehoord’? Mag hij zijn versie van het gebeuren weergeven en de ware toedracht aangeven? Nee, hij wordt niet gehoord. Althans niet in de zichtbare wereld.

Weer onrechtvaardig behandeld

Jozef is opnieuw rechteloos, een slaaf over wie men gewoon beslissen kan. Het gaat helemaal buiten hem om. Daar zou je woest van kunnen worden. Zoveel onrechtvaardigheid na negen jaar trouwe dienst.

Maar als je op zo’n moment ‘woest’ wordt, ga je alsnóg onderuit. Je hebt dan die eerste verleiding weerstaan, maar je gaat in de tweede onderuit. Dan krijgt de duivel alsnóg (gedeeltelijk) zijn zin. Die boosheid is natuurlijk goed te begrijpen, maar toch…

Eigenbelang

Zou Potifar het ‘spel’ van zijn vrouw hebben doorzien? Zou niemand hem in huis hebben kunnen vertellen wat er werkelijk gebeurd is? En hoelang dat al een ‘aanloop’ heeft gehad? Ze hebben hun ogen toch niet in hun zak? Maar ja, wat zetten ze daarmee zélf op het spel? Daarmee zouden zij het misnoegen van hun meester kunnen opwekken. En wat hangt je dan boven je hoofd… Iedereen zwijgt. Zodra er eigen belangen mee gaan spelen, komen niet veel mensen meer voor je op.

Potifar spaart de kool en de geit

Zou Potifar het verhaal van zijn vrouw hebben geloofd? Ik vermoed dat hij Jozef dan onmiddellijk ter dood zou hebben gebracht. Maar Potifar doodt Jozef niet. Hij spaart de kool en de geit, gepokt en gemazeld als hij is aan het hof van farao. Hij werpt Jozef in de gevangenis. Hij is woedend, staat er, maar misschien is dat alleen maar ‘decor’. Op wie is hij woedend? Ik denk dat hij ervan baalt dat hij zijn voortreffelijke slaaf kwijtraakt aan de vrouw die hij niet in de steek kan laten…

Genesis 39:19-20 – Zodra zijn heer de woorden hoorde, die zijn vrouw tot hem sprak: zo en zo heeft uw slaaf mij gedaan, ontbrandde zijn toorn. En Jozefs heer greep hem en wierp hem in de gevangenis, de plaats waar de gevangenen van de koning gevangen zaten. Zo kwam hij daar in de gevangenis.

Jozef in de gevangenis

Die gevangenis wordt door Potifar beheerd. Hij is niet de cipier, de gevangenbewaarder, maar hij heeft er wel zeggenschap over.

Het loopt dus weer niet goed af voor Jozef. Dan stel je je zuiver op, dan dien je met heel je hart, dan gedraag je je als een gezegende van de Heer, dan ben je trouw en volhard je daarin, en dan gebeurt dit... Ondanks alles wat Jozef heeft ingezet en getoond, komt hij opnieuw in een put terecht, wordt hij gevangengezet in een ondergronds verblijf, muf, donker en nat.

In het zichtbare wordt hij nog verder vernederd: de duivel trapt hem als het ware de grond in. Hij wordt nu zelfs van daglicht beroofd en moet onderaards verder… Om moedeloos van te worden. Wat heeft het voor zin om je te gedragen als een gezegende des Heren? Wat levert dat nou op? Ik vermoed dat zulke gedachten op Jozef zijn afgekomen, dat de duivel hem daarmee heeft belaagd.

God werkt door in Jozef

Daar zit hij dan, onder de grond. Zwaar vernederd. Onrechtvaardig behandeld. En wat doet Jozef? Gooit hij het bijltje erbij neer? O, nee…

Genesis 39:21-23 – En de Here was met Jozef; Hij bewees hem genade en deed hem de genegenheid van de overste der gevangenis winnen. Daarom vertrouwde de overste der gevangenis al de gevangenen die in de gevangenis waren, aan Jozef toe, en al wat daar te doen was, deed hij. De overste der gevangenis keek niet om naar iets dat hem was toevertrouwd, omdat de Here met hem was; en wat hij verrichtte, deed de Here gelukken.

In de gevangenis gebeurt hetzelfde als in het huis van Potifar. Ook nu wordt Jozef door de Heer bijgestaan en gezegend. Situaties en omstandigheden doen er dus niet toe. Zo’n mooie ontwikkeling kan altijd verlopen, in welke situaties en omstandigheden je ook verkeert. Als de Heer je maar bijstaat. En als jij je maar als een gezegende des Heren opstelt en gedraagt. Dan bén jij de zegenbrenger, dan bén jij vredestichter, dan wórd jij een oorzaak van heil, niet alleen op de aarde, zelfs onder de aarde. Ja, zo is het gewoon...

Zichtbare tegenover onzichtbare

Vaak is de zichtbare werkelijkheid daarbij volkomen in tegenspraak met de onzichtbare werkelijkheid. Je kunt geestelijk opgaan, terwijl je in het natuurlijke neergaat en daar steeds weer een ‘afgang’ beleeft. Je kunt zegen verspreiden terwijl anderen je verachten, je vervloeken en je de grond in trappen. Ook dán kun jij zegen blijven verspreiden. Wat een prachtige mogelijkheid om voor te kiezen! Ja, die keuze is er altijd!

Leef als een zoon van God, als een zoon van het verbond, net zoals Jozef. Houd vast aan wat de Heer je heeft getoond en leef bij de komende werkelijkheid van dat goddelijke visioen. Dan leiden moeilijkheden altijd weer tot nieuwe mogelijkheden.

De Heer wil je voortdurend leiden

Dit verhaal is een prachtige illustratie van dit goddelijke ‘fenomeen’. Het gaat te allen tijde om de werkelijkheid in de onzichtbare wereld, in Gods hemelse koninkrijk, of die nu wél of niét overeenkomt met en ondersteund wordt door de zichtbare werkelijkheid. Ervoor kiezen dus om daarvan uit te leven, daar zicht op te houden, je daarin op te stellen, daarin de rechtvaardige te blijven, hoewel je in het zichtbare en natuurlijke door velen als een onrechtvaardige kan worden uitgemaakt.

Het voorbeeld van Jozef laat zien dat de Heer je nooit verlaat, je nooit begeeft. Hij zal je voortdurend leiden, je in dorre streken verzadigen en je gebeente krachtig maken; dan zul je zijn als een besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleurstelt (Jes.58:11).

Ja, Heer, zo willen wij door U geleid worden in onze omstandigheden en situaties. Niet afhankelijk zijn van mensen, van sympathie, antipathie of wat dan ook. U staat ons terzijde, wij willen ons op U blijven richten.

De schenker en de bakker

Jozef gaat door, ook al moet hij leven in een muffe, donkere gevangenis, in een ondergronds hol. Hij wint het vertrouwen van zowel de bewaarder als van de gevangenen. Hij mag zijn medegevangenen gaan bedienen. Hij mag toezien op het werk wat er gedaan wordt.

Op een gegeven moment worden er twee nieuwe gevangenen binnengebracht: twee hovelingen van farao, de opperschenker en de opperbakker. Ze worden binnengebracht na een al dan niet vermeend vergrijp tegen farao. Misschien heeft er een vuiltje in de wijn gezeten en wordt dat aangezien als vergif. Misschien een steentje in het brood? De rabbijnen kunnen daar prachtige verhalen bij vertellen en toelichtingen op geven wat hieraan ten grondslag ligt.

Genesis 40:1-4 – Hierna gebeurde het, dat de schenker en de bakker van de koning van Egypte zondigden tegen hun heer, de koning van Egypte. En Farao werd toornig op zijn beide hovelingen, de overste der schenkers en de overste der bakkers. Hij zette hen in hechtenis in het huis van de overste der lijfwacht, in de gevangenis, de plaats waar Jozef gevangen zat. En de overste der lijfwacht stelde Jozef bij hen aan, om hen te bedienen. En zij waren geruime tijd in hechtenis.

Jozef mag deze hovelingen van farao eten en drinken gaan brengen. Water en brood, of wat daarvoor doorgaat. Dat zal niet veel ‘fraais’ geweest zijn. Jozef bedient ze, hij komt ze elke morgen weer tegen. En mede daardoor groeit er bij deze gevangenen vertrouwen in Jozef.

Twee dromen

Op een ochtend treft hij ze in ‘verwarring’ aan. Ze hebben allebei gedroomd en ze weten allebei: dit is geen gewone droom, dit heeft wat te betekenen. Maar het ‘voelt’ niet goed. Wat zouden ze graag iemand raadplegen die hen deze droom zou kunnen uitleggen. Jozef spreekt ze aan en dan vertellen ze hem dat ze gedroomd hebben, maar dat er hier niemand is die hun droom kan uitleggen…

Jozef wordt op dat moment aan zijn eigen dromen herinnerd, en weet dat dromen een zaak zijn van God. Vrijmoedig vraagt hij aan de bakker en de schenker om hem de inhoud van hun droom te vertellen.

Waarom vraagt hij dat? Ik denk dat Jozef in zijn hart tot God heeft gebeden en zijn vertrouwen in Hem heeft uitgesproken. Hij ervaart in zijn binnenste dat hij deze twee mannen niet alleen van water en brood mag voorzien, maar ook van het meerdere: van wat boven dat zichtbare uitstijgt. Hij gehoorzaamt niet alleen zijn aardse heer, de commandant van de gevangenis, maar gaat ook mee in wat zijn hemelse Heer hem wil tonen.

Door openbaring

Beide mannen vertellen Jozef hun droom. Beide dromen worden beschreven in Genesis 40.

Het wordt Jozef duidelijk wat die dromen betekenen: Aan jullie beider gevangenschap komt een einde. Over drie dagen zullen jullie uit de gevangenis worden gehaald en zullen jullie allebei worden verhoogd. De een, de schenker, ten leven: hij zal in eer worden hersteld. De ander, de bakker, ten dode: hij zal worden opgehangen.

Jozef brengt de betekenis over aan de mannen en het gebeurt precies zoals Jozef heeft gezegd.

Ten onrechte vastgezet

Vlak voor zijn vertrek dringt Jozef er bij de schenker op aan om bij de farao aan te geven dat hijzélf ook ten onrechte vast zit, net zoals de schenker. Blijkbaar is er inmiddels onderzoek gedaan naar wat er precies in het paleis van farao heeft plaatsgevonden met als uitkomst dat de schenker onschuldig is en de bakker schuldig. Jozef zegt tegen de schenker: jij bent onschuldig, maar ik ben ook onschuldig. Ik ben gestolen uit mijn eigen land en weggevoerd naar Egypte. Ik heb bij Potifar gediend en daar niets misdaan. Inmiddels zit Jozef ook alweer een jaar in de gevangenis.

De schenker vergeet Jozef

Ik denk dat er mét het overbrengen van die boodschap aan de schenker bij Jozef hoop is gaan gloren. Zou deze man iets voor hem kunnen betekenen bij farao?

Op de dag van de vrijlating gebeurt precies wat Jozef heeft gezegd. Daarna wacht hij totdat er een berichtje van het hof komt. Maar er komt geen bericht. De schenker vergeet Jozef, staat er dan gewoon. Bewust? Onbewust? We weten het niet. Maar wat een teleurstelling voor Jozef. Dat krijgt hij er ook nog eens bij. Dat komt er gewoon ‘overheen’. Is er dan niemand die het voor hem opneemt?

Nog twee jaar wachten

Ja, zo kan het dus gaan. Jozef moet nog twee jaar wachten voordat de schenker zich hem herinnert. Pas als farao dromen krijgt die om uitleg vragen, herinnert de schenker zich de man in de gevangenis die zijn droom begreep en de betekenis ervan doorgaf.

Nog twee jaar in die gevangenis blijven en daar ‘gewoon’ je werk blijven doen. Wat een volharding en trouw brengt Jozef op in deze ‘uitzichtloze’ situatie. Waar haalt hij het vandaan? Rechtstreeks bij zijn God!

Wil jij jezelf aan God toevertrouwen?

Wat een voorbeeld is Jozef voor ieder van ons. Wij, die zoveel méér zicht op de geestelijke werkelijkheid hebben ontvangen en met zoveel méér van Gods Geest in ons leven mogen werken. Het gaat blijkbaar om nog iets ‘anders’ dan zicht op de werkelijkheid, om nog ‘meer’ dan de doop in heilige Geest. Het gaat ook om iets vanbinnen, om iets dat diep in je hart aanwezig is en leeft. Om de kern van je leven. Om een intense band en diep verborgen omgang met Hem, om een volledig toevertrouwen aan Hem, de God van je bestaan. Van dááruit geeft God alles wat je nodig hebt aan zicht, aan werkingen en aan kracht. Dat doet Hij in het Nieuwe Verbond door Jezus Christus, door het woord en werk van zijn Zoon in diens gemeente.

Jozef ontdekt dat geheim al in de tijd van het Oude Verbond. Hij leeft in verbondenheid met God en blijft vertrouwen op zijn God. Hij houdt geestelijk de moed erin en gaat door, wat er ook op aarde gebeurt.

Waarom redt Jozef het vaak beter dan wij?

Ik wil met jullie op zoek naar dit geheim, naar het diepere ervan, naar het volkomene en volwassene erin. Wat zijn we toch blij met alles wat de Heer ons heeft gegeven aan inzicht, wijsheid en kennis. Jozef had in dat opzicht veel minder dan wij en toch doet hij het vaak beter dan wij. Hoe komt dat? Waarom laten we het toch zo vaak afweten? Waarom moeten we zo vaak anderen erbij halen om ons te helpen, terwijl Jozef er hier in zijn eentje voor staat?

Het is maar een vraag… Denk er eens over na, ik heb daar het antwoord ook niet op, maar ik zoek er wel naar. Heer, wat mag ik, wat mogen wij in ons leven met U ontwikkelen wat ons in staat stelt om in weerwil van alles wat er (op aarde) gebeurt, de weg met U te blijven gaan, U te blijven volgen (door alle hemelen heen).

Type van Christus

Jozef is een type van Christus. Hij laat hier iets zien van wat een Messias ‘bezielt’. Jozef is verraden, verkocht, gevangengenomen, neergedaald in de gevangenis. Uiteindelijk wordt hij uit dat donkere hol opgewekt om in het paleis van farao plaats te nemen op de troon, aan farao’s rechterhand.

Zie je de lijn van Christus, het leven van Jezus Christus tevoorschijn komen in dit ‘profetische’ leven van Jozef? En besef je dat dit Christus’ leven, dit door God gezalfde leven, ook in jou en mij tevoorschijn mag komen? Weet je dat God ons tot zo’n leven roept en in staat stelt?

Wij mogen ons gedragen als gezegenden en gezalfden van de Heer, ons vasthouden aan goddelijke beloften, ons richten op goddelijke openbaring en zo de weg gaan, achter Jezus aan. Met Hem mee de berg Sion op (Op.14:1). Wat er ook gebeurt. Verder omhoog, dwars door alles heen. Als wij zó de weg gaan, gaat het goed en komt het goed. Gegarandeerd. Dat zie je in Jozef. Dat zie je in zoveel andere typen van Jezus. Dat zie je in Jezus zélf. Waar is Hij doorheen gegaan, hoe heeft Hij dat vastgehouden. Zo mogen wij dit geheim in ons leven met de Heer gaandeweg ontdekken en daarmee vervuld worden.