Genesis 38:1-30
Juda daalt af
In Genesis 38 gaat het bijbelverhaal verder met Juda. Hij houdt het niet langer uit in Hebron: bij zijn vader die ‘ontroostbaar’ is vanwege het verlies van Jozef, alsook bij zijn broers, van wie Ruben met een ‘norse kop’ rondloopt. Ruben had Jozef uit de put willen halen en hem naar zijn vader willen terugsturen. Dan was al deze ellende niet ontstaan…
Juda voelt zich moreel verantwoordelijk voor het verkopen van Jozef. Hij zal ook de nodige moeite hebben gehad met het verzwijgen van de waarheid rondom Jozef voor zijn vader Jakob. Daarom wil Juda niet langer bij zijn familie in Hebron wonen: hij gaat weg… Genesis 38:1 – In die tijd trok Juda van zijn broeders weg en nam zijn intrek bij een man van Adullam, genaamd Chira.
Letterlijk staat hier: Juda daalt af naar Adullam. Afdalend verwijdert hij zich van zijn familie. Waar duidt dit op? Hebron ligt in het bergland van Judea. In westelijke richting loopt dit af naar het laagland van Judea. Daarna wordt het nog lager in de kustvlakte: je komt dan bij de zee.
Juda daalt af, hij verwijdert zich van zijn broers, van zijn vader, van heel die moeilijke situatie daar. Hij zoekt het bij een vriend in Adullam, bij Chira. Hij daalt af. Eerst dus naar Adullam - dat betekent verborgen verblijfplaats.
Juda daalt verder af
Enige tijd later zien we Juda op een nóg lager niveau; hij is dan in Kezib: Genesis 38:2-5 – En Juda zag daar de dochter van een Kanaänitisch man, genaamd Sua; hij huwde haar en kwam tot haar. En zij werd zwanger, baarde een zoon, en noemde hem Er. Daarna werd zij opnieuw zwanger, baarde een zoon en noemde hem Onan. Vervolgens baarde zij nogmaals een zoon, en noemde hem Sela. Hij was te Kezib, toen zij hem baarde.
Hebron ligt in het gebergte, Adullam in de laagvlakte, en Kezib in de kustvlakte, vlak bij de zee. Kezib betekent misleiding, leugenachtig. Juda, waar ben je mee bezig? Vanuit Hebron, dat broederschap betekent, eerst afdalen naar de verborgen verblijfplaats Adullam, en dan nog verder wegzakken en uiteindelijk terecht komen in het misleidende, leugenachtige Kezib.
Juda kiest eigen wegen
Juda gaat zijn eigen weg. Hij neemt zijn intrek bij Chira - zijn naam betekent pracht. Hij trouwt daarna met de dochter van een Kanaänitisch man genaamd Sua - die naam betekent rijkdom. Juda zoekt hij zijn ‘heil’ bij pracht en rijkdom, in lager gelegen plaatsen.
Daarna lijkt het met Juda wel ‘goed’ te gaan. Hij trouwt en krijgt drie zonen: Er (wachter), Onan (kracht), en Sela (vrede). Maar Juda daalt niet alleen af in de zichtbare wereld. Ook in de onzichtbare wereld daalt hij af, bewandelt hij een weg naar ‘beneden’. En dat eist zijn tol, altijd. Ook al zie je dat vaak niet op moment zélf; dat blijkt pas later. Dat komen we ook in dit verhaal tegen.
Tamar
Als Juda’s oudste zoon Er op huwbare leeftijd is gekomen, gaat Juda op zoek naar een vrouw voor zijn eerstgeborene. Hij vindt Tamar, een Kanaänitisch meisje - haar naam betekent dadelpalm, palmboom. Een mooie naam voor een mooie vrouw. Later in het verhaal blijkt zij naar de innerlijke mens werkelijk een mooie vrouw te zijn.
Er lijkt in zijn gedrag op Juda: hij is een ‘aardje naar zijn vaartje'. Hij leeft in de laagvlakte, letterlijk en geestelijk. Hij gedraagt zich niet als een ‘wachter op een hoogverheven toren’. Hij doet wat slecht is in de ogen van de Heer.
Er behaagt de Heer niet
Genesis 38:7 – En Er, de eerstgeborene van Juda, wekte het misnoegen des Heren op, en de Here doodde hem.
Het NBG wekt hier de gedachte op dat de Heer actief is bij het sterven van Er. Ik vind de vertaling in de NBV mooier; die geeft de Heer een passieve rol: Hij laat hem sterven.
Door het leven dat Er leidt, roept hij zélf het onheil over zich af. En dát veroorzaakt zijn vroegtijdige dood. De Heer kan Er daar niet voor bewaren…
Tamar blijft kinderloos achter
Voor Tamar, de vrouw van Er, is dat een bitter lot. Voor een weduwe die kinderloos achterblijft, staat het er in die tijd niet goed op. Kinderen vormen de ‘oudedagsvoorziening’, zij zorgen voor hun ouders als die niet meer voor zichzelf konden zorgen. Vooral zonen konden zorgen voor zo’n gegarandeerde toekomst.
In het volk van God is kinderloos achterblijven dubbel bitter. Niet alleen omdat er dan voor jou geen oudedagsvoorziening is, maar ook vanwege de door God beloofde Messias: die zal dan nooit uit jouw schoot of uit jouw nageslacht kunnen voortkomen. Jij bent dan niet ‘nodig’ voor het heil dat God aan zijn volk belooft.
Dat is de heersende gedachte in Israël. Een vrouw mag nageslacht krijgen, zij mag bijdragen aan het komen van de Messias. Haar naam en de naam van haar man leven daardoor voort.
Het zwager- of leviraatshuwelijk
Tegen die achtergrond is het zwagerhuwelijk ingesteld. Dat bestaat al in die tijd, ook in de volken rondom. Bij die omliggende volken gaat het dan vooral om een maatschappelijk en sociaal motief; bij het volk Israël komt daar het godsdienstige motief bij.
Het zwagerhuwelijk wordt ook wel het leviraatshuwelijk genoemd. Wat betekent dit? Als een man sterft en zijn vrouw kinderloos achterblijft, is het de taak van de zwager om bij de weduwe op naam van de overleden broer, nageslacht te verwekken. Om een erfgenaam te verwekken die in de plaats treedt van de overledene. Daardoor gaat de lijn van het geslacht door, en wordt diens naam in Israël niet uitgewist. Als iemand zich aan deze verplichting onttrok, was dat een schande voor God en voor mensen. Het was een schande als je dat niet voor je overleden broer overhad.
Onan
Wat doet Juda op dat moment? Genesis 38:8-10 – Toen zei Juda tot Onan: Ga tot uws broeders vrouw, sluit met haar het zwagerhuwelijk en verwek voor uw broeder nakroost. Maar Onan wist dat het nakroost hem niet zou toebehoren, daarom, zo vaak hij tot de vrouw van zijn broeder kwam, verspilde hij het zaad op de grond, om aan zijn broeder geen nakroost te geven. En hetgeen hij gedaan had, was kwaad in de ogen des Heren, en Hij doodde ook hem.
Juda houdt zich aan de traditie van die tijd: hij geeft zijn tweede zoon aan Tamar. Maar Onan onttrekt zich aan zijn zwagerplicht. Hij wil wel ingaan tot Tamar, wel gemeenschap hebben met de mooie vrouw van zijn broer, maar hij zorgt er tegelijkertijd voor dat zij niet zwanger kan worden. Hij wil de erfenis van zijn (rijke) vader Juda niet delen; hij wil wel de lusten, maar niet de lasten. En dat is laag bij de grond, dat is kwaad en slecht in de ogen van de Heer. Ook Onan roept daarmee zélf het onheil over zich af. Ook hem kan de Heer niet bewaren voor een vroegtijdige dood.
Occulte geest
Het onheil treft dus niet alleen Er; ook Onan, Juda’s tweede zoon, sterft veel te vroeg. Hier zie je een occult demonische geest aan het werk in het gezin van Juda, waarschijnlijk vanuit het (Kanaänitische) voorgeslacht van de moeder. Die negatieve werking kan Juda niet tegenhouden. Hij had als vader zijn zonen op het rechte pad kunnen houden, maar hij was zelf geestelijk ook aan lager wal geraakt. En wat kun je dan nog uitrichten in de geestelijke wereld?
Onanie
Onan sterft niet vanwege het verspillen van het zaad. Dat is niet de zonde waar het hier om gaat. Hij sterft dus niet vanwege ‘onanie’, een woord dat later in gebruik is geraakt en op zelfbevrediging wijst. Dat is hier niet aan de orde.
Onan sterft omdat hij ingaat tegen de wet van het leviraatshuwelijk en dat is laag bij de grond. Hij beduvelt de boel. Hij misleidt Tamar en zijn hele omgeving. En dát is wetteloosheid: zo’n gedrag, zo’n leven is de Heer een gruwel. Net zoals zijn oudere broer Er enige tijd daarvoor, roept Onan dat onheil en die vroegtijdige dood over zichzelf af.
Geen zelfbevrediging
Eeuwenlang is dit bijbelgedeelte gebruikt om onanie/zelfbevrediging te verdoemen: dat zou een ‘doodzonde’ zijn. Maar dat kun je uit deze tekst niet afleiden, dat ‘oordeel’ kun je niet op deze tekst baseren. Natuurlijk moeten we ook niet doorslaan naar de andere kant door te zeggen: zelfbevrediging is niet verkeerd, prima dat mensen dat doen. Dat is ook niet waar. Laten we in elk opzicht in helder inzicht en alle fijngevoeligheid onderscheiden waar het op aan komt. Niet alleen wat betreft de seksuele omgang van mannen en vrouwen binnen het huwelijk. Maar ook voor wat daarbuiten géén plaats dient te krijgen. Zowel binnen als buiten het huwelijk gaat het niet om zelfbevrediging, maar om zelfbeheersing. Daarin wil de Heer ieder mens die zich op Hem richt, bekrachtigen en zegenen.
Tamar krijgt de schuld
Door het sterven van Er en Onan komt Juda geestelijk in het nauw. De ‘wachter’ en de ‘jongen van kracht’ zijn er niet meer… Wat nu?
Juda, denk eens na. Wat gebeurt er in je gezin? Begin je te begrijpen waarnaar je in geestelijke zin bent afgegleden?
Denkt Juda na? Komt hij tot de enig juiste conclusie dat er in zijn eigen leven iets mis is? Nee, nog niet. Hij geeft Tamar de schuld. Hij denkt dat zij de oorzaak is van het vroegtijdige sterven van Er en Onan. Als hij beter had nagedacht en zijn ogen verder had geopend, had hij gezien wat voor leven Er erop na hield en hoe Onan met Tamar was omgegaan. Maar Juda geeft Tamar de schuld. Zij kan daar op dat moment niets tegenin brengen: zij wordt niet geloofd.
Juda houdt Sela bij zich
Wat nu? De enige logische conclusie van Juda zou moeten zijn: laat Sela, mijn jongste zoon, nu de zwagerplicht ten opzichte van Tamar vervullen. Maar Juda wil Sela niet verliezen. Daarom zegt hij tegen zijn schoondochter: Sela zou nu met jou moeten trouwen om nageslacht te verwekken, maar ik vind hem nog wat te jong… Ga terug naar het huis van je vader totdat Sela groot genoeg is.
Juda geeft Tamar een leugenachtige raad. Zijn motief wordt duidelijk in Genesis 38:11 – Toen zei Juda tot zijn schoondochter Tamar: Ga als weduwe in het huis van uw vader wonen, totdat mijn zoon Sela groot is, want hij dacht: Dat ook hij niet sterve evenals zijn broeders. En Tamar ging in het huis van haar vader wonen.
Tamar kan niets anders doen dan teruggaan naar het huis van haar vader. Zij doorziet Juda’s motief. Zij weet hoe Er geleefd heeft en weet ook hoe Onan met haar is omgegaan. Ze voelt aan dat Juda de morele schuld van het hele gebeuren bij haar neerlegt.
Juda’s vrouw sterft ook
Geruime tijd later sterft ook Juda’s vrouw. Nu zal hij toch wel inzien dat dit sterven niets met Tamar te maken heeft? Dat hier boze geesten aan het werk zijn die eerst zijn twee zonen en daarna ook de moeder van zijn zonen doden? Juda, kom tot jezelf. Denk na…
Maar Juda komt niet tot zichzelf. Als de rouwperiode voorbij is, gaat hij met zijn vriend Chira naar Timna om bij de schaapsscheerders te gaan kijken en het feest mee te beleven… Wat voor ‘feest’ is dat? Bij die feesten van de schaapsscheerders ging het er vaak niet zuiver aan toe. En zeker niet in Timna, een plaats in het kustgebied, nog lager gelegen dan Adullam. Timna was toen al een plaats waar Astarte werd vereerd, waar afgodendienst plaatsvond met alle rituelen die daarbij gebruikelijk waren. Daar waren de ‘deernes’, tempelprostituees waarmee de feestvierders ‘gewijde ontucht’ mochten bedrijven.
Juda gaat op dat moment eigenlijk gewoon naar de hoeren… Man, waar ben je mee bezig?
Tamar wil Juda’s ogen openen
Tamar hoort dat Juda op weg gaat naar Timna om daar samen met zijn vriend Chira feest te vieren. Tamar weet dat er beloften van de Heer over haar leven liggen. Zij is getrouwd met een jongen uit het geslacht van Juda; zij behoort daardoor tot Gods volk. Zij heeft gehoord over de beloften van de Heer aan Abraham, Isaak en Jakob. En dus ook aan Juda, de zoon van Jakob. Er rijpt in Tamars hart een plan om de ogen van haar schoonvader te openen voor het onrecht dat hij haar aandoet, voor de leugen waarmee zij moet leven. Alsook om de wettige plaats die haar binnen Gods volk toekomt, alsnog te verkrijgen.
Wat doet Tamar?
Tamar verkleedt zich als een ‘deerne’, als een tempelprostituee, en wacht dan Juda op langs de kant van de weg, bij Enaïm.
Wat doet Juda? Genesis 38:15-19 – Toen Juda haar zag, hield hij haar voor een hoer, omdat zij haar aangezicht bedekt had. En hij wendde zich tot haar aan de weg en zei: Welaan, laat mij toch tot u komen, want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. Daarop zei zij: Wat zult gij mij geven, wanneer gij tot mij komt? En hij zei: Ik zal u een geitenbokje van de kudde zenden. Zij dan zei: Als gij mij dan maar een pand geeft, totdat gij het gezonden hebt. Hij zei: Wat voor pand moet ik u geven? Zij zei: Uw zegelring, uw snoeren en de staf, die in uw hand is. Toen gaf hij het haar, en hij kwam tot haar en zij werd zwanger van hem. Daarna stond zij op, en ging heen, legde haar sluier af en trok haar weduwkleed aan.
Geitenbokje
Tamar is gesluierd, ze vindt het vreselijk om dit te moeten doen, maar ze gelooft dat dit de enige weg is om in de ontstane situatie Juda de ogen te gaan openen en alsnog de belofte te verkrijgen die haar toekomt. En Juda slaat de zijweg in, hij gaat naar haar toe. In een kort gesprek vraagt Tamar naar haar loon en belooft Juda haar een geitenbokje. Dat is blijkbaar het gebruikelijke loon voor dergelijke diensten: een geitenbokje.
Ter overweging
Zo’n geitenbokje als betaling voor de dienst van een prostituee, doet mij denken aan Lucas 15, waar de oudste zoon (in de gelijkenis van de verloren zoon) zegt: Lucas 15:29 – Maar hij antwoordde en zei tot zijn vader: Zie, zovele jaren ben ik al in uw dienst en nooit heb ik uw gebod overtreden, maar mij hebt gij nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren.
Misschien heb ik het mis, maar wellicht had die oudste zoon ook wel eens zo’n ‘geitenbokje’ willen hebben om te doen wat Juda hier doet, maar er van zijn vader nooit een voor gekregen. Ik geef het maar ter overweging. Dat zou een verklaring kunnen zijn waarom die oudste zoon zijn huichelarij in stand houdt, niet voor de dag komt met zijn motieven en niet blij kan zijn met de terugkomst van zijn jongere broer…
Onderpand
Juda heeft natuurlijk geen geitenbokje bij zich. Daarom wil Tamar een onderpand; ze vraagt: uw zegelring, uw snoeren en de staf die in uw hand is. Dat is niet ‘zomaar’ een onderpand. Zegelring, snoer (waar de zegelring aan hangt) en de staf zijn in die tijd je identiteitsbewijzen. In onze tijd zou je zeggen: geef je paspoort, je rijbewijs en je creditcard.
De staf is het teken van je gezag. De zegelring en het snoer zijn de bewijzen van je aanzien en vertrouwen. Als je iemand dat in handen geeft, kan hij in jouw naam handelen. In een van de commentaren las ik: een man van stand toont zich niet graag in het openbaar zonder deze tooisels, zonder zijn regelring, snoer en staf.
Wat een moed van Tamar
Tamar vraagt dus heel wat aan Juda. Wat een moed toont deze Kanaänitische vrouw. Om zo’n stoutmoedig plan uit te voeren en dan ook nog eens zo’n onderpand vragen! Welke man geeft zoiets? Wie geeft zijn staf, zijn zegering en zijn snoer aan een hoer die je niet eens in haar gezicht kunt zien, omdat ze gesluierd is...
Het motief van Tamar is loepzuiver. Zij is en blijft gericht op God en zijn belofte aangaande haar, ze weet dat God haar recht zal doen als ze op Hem vertrouwt, zelfs als ze zich tot deze weg vernedert. Ze blijft vertrouwen op de God die ze in de tijd hiervoor heeft leren kennen. Ondanks het gedrag van haar schoonvader Juda. Ondanks haar huwelijk met Er, dat haar niet veel vreugde heeft gegeven. En ondanks de tijd met Onan, die haar zo vernederd heeft.
Tamar doet het, in geloof: zij vraagt Juda’s zegelring, snoer en staf als onderpand. En Juda geeft het haar. Hij legt alle tekenen van zijn waardigheid af. Hij verlaagt zich nog verder, en heeft daarna gemeenschap met zijn gesluierde schoondochter.
Juda stuurt Chira
Na het feest in Timna wil Juda zijn staf, snoer en zegelring terug, dat is te begrijpen. Gaat hij met het geitenbokje zélf terug naar Enaïm? Nee, hij schaamt zich diep dat hij zonder die ‘tekenen van waardigheid’ in Timna is geweest. Hij stuurt zijn vriend Chira eropaf: Ga jij dit geitenbokje even bij die vrouw brengen en neem dan alsjeblieft mijn spullen weer mee… Hij gaat niet zelf. Hij wil niet geconfronteerd worden met zijn daad. Hij wil niet terug naar die stille plaats die Tamar had uitgekozen.
Chira vindt de deerne niet
Als zijn vriend Chira naar Enaïm gaat, vindt hij daar geen ‘deerne’. Ook niet na rondvragen in de omgeving. Zo’n vrouw is hier nooit geweest, zeggen de mensen…
Chira komt onverrichter zake bij Juda terug. Deze kiest ‘eieren voor zijn geld’: Laat haar alles maar houden; ik zorg wel voor een nieuwe staf en zegelring, het komt wel goed… Juda wil zich niet belachelijk maken. Hij wil het hele gebeuren zo snel mogelijk vergeten.
Tamar zwanger
Tamar is inmiddels zwanger van Juda. Als de zonen van Juda hun plicht ten opzichte van haar niet kunnen invullen, dan maar de vader van de zonen. Hoewel dit niet gangbaar was in Israël, was dat bij de omliggende volken in die tijd wél gebruikelijk. In die zin was het voor Tamar eigenlijk geen ‘onwettige’ handeling.
Na enige tijd wordt de zwangerschap van Tamar opgemerkt. Haar familie denkt dat zij gehoereerd heeft. Ze brengen Juda dan het bericht: je schoondochter die hier op bevel van jou op Sela zou moeten wachten, is zwanger. Ze heeft zich gedragen als een hoer.
Juda is furieus
Als Juda dit bericht ontvangt, gaat hij tekeer: Breng haar naar buiten, breng haar de stad uit, ze moet verbrand worden. Er komt iets in hem naar boven dat alles overschreeuwt. Tamar had moeten wachten tot... ja, tot wanneer? Nu ze dit gedaan heeft, moet ze de stad uit en verbrand worden. Dan is ze definitief uit mijn gezin verdwenen, denkt Juda, en kan ik voor mijn zoon Sela een andere vrouw zoeken…
Sela was op dat moment door een wetsbelofte nog aan Tamar gekoppeld, maar als zij er op grond van ‘hoererij’ niet meer zou zijn, zou de weg vrij zijn. Mooi geregeld, denkt Juda.
Tamar confronteert Juda
En dan volgt voor Juda de finale confrontatie. Terwijl Tamar naar buiten wordt geleid en naar de plaats wordt gebracht waar ze verbrand zal worden, laat zij Juda een boodschap brengen. Met deze woorden: Genesis 38:25 – Terwijl zij naar buiten gebracht werd, zond zij haar schoonvader deze boodschap: Bij de man, van wie deze dingen zijn, ben ik zwanger. Ook zei zij: Zie eens goed, van wie deze zegelring en snoeren en staf zijn.
Wat mooi van Tamar. Ze nagelt Juda niet in het openbaar aan de schandpaal, terwijl hij haar notabene in het openbaar wil verbranden. Nee, zij stuurt de boodschap met deze voorwerpen persoonlijk naar Juda. Kijk eens goed, van wie is deze zegel, van wie is dit snoer en deze staf? Van diegene ben ik zwanger.
Diep getroffen
Ik vermoed dat Juda hierdoor diep in zijn hart wordt getroffen. Want welke woorden heeft hij jaren geleden naar zijn vader laten uitgaan? Kijkt u eens goed, is dit niet het kleed van uw zoon? En dan nu: Juda, kijk eens goed, van wie is dit zegel, deze staf en dit snoer?
In dit finale moment komt voor Juda alles bij elkaar. Zijn eigen ongerechtigheid ten aanzien van Jozef, zijn bedrieglijke optreden naar zijn vader Jakob, zijn trouweloos handelen ten opzicht van zijn schoondochter Tamar en dan ook nog eens de zonde die hij met haar heeft bedreven langs de weg.
Onderste weg
Tamar confronteert Juda met zijn leven, met zijn gedrag. Zij doet dat met een boodschap die alleen hij begrijpt. Daar staat zij, deze prachtige vrouw, als een palmboom. Tamar handelt hier als een vrouw van stand. Kaarsrecht staat ze tegenover de mannen die menen haar terecht te mogen stellen. Ze brengt Juda terug tot de werkelijkheid. Ze had haar schoonvader te schande kunnen maken - al veel eerder. Ze had het optreden van Onan publiekelijk kunnen maken, Juda's niet-handelen met Sela volgens de belofte aan haar, openbaar kunnen maken. Sela had al lang de leeftijd bereikt om haar te kunnen huwen. Ze heeft Juda niet vernederd, alleen zichzelf. Zij, Tamar, is de ‘onderste weg’ gegaan. En ze heeft op een stille plek, niet in het openbaar, dat contact met Juda gezocht.
Voortzetting van Juda’s huis
Tamar is in deze hele geschiedenis op zoek naar gerechtigheid: niet ten koste van Juda, maar met behoud van Juda. Zij is gericht op de voortzetting van zijn huis, niet op de ondergang daarvan. Tamar is gericht op het geven van nageslacht aan Juda, en daarmee op het geven van nageslacht aan zijn vader Jakob.
Op de weg daarheen trotseert zij alles. Ook het aanvankelijke onbegrip van haar eigen familie die haar als een hoer ziet en behandelt. Wat een vrouw is Tamar, deze Kanaänitische vrouw. Eerbaar en trouw is zij, moedig en sterk!
Juda komt tot zichzelf
Juda staat aan de grond genageld. Hij beseft zijn dubbele moraal en ziet in dat hij gezondigd heeft. Hij weet het in zijn hart…
Juda kiest ervoor om in het openbaar zijn eigen onrechtvaardigheid en schuld te erkennen en te belijden, en daarbij ook het recht en de onschuld van zijn schoondochter te erkennen: een rechtvaardige is zij, meer dan ik. Zij is onschuldig, maar ik niet. Want ik heb haar niet aan mijn zoon Sela gegeven (Gen.38:26a).
Dit is ‘groot’ van Juda. Op de bodem van de (geestelijke) put waarin hij door de jaren heen steeds verder is afgedaald, komt hij tot zichzelf. Hij vindt nieuwe ‘grond’ onder zijn voeten en staat als een ander mens op. Hier begint in Juda iets naar boven te komen wat tot nu toe verborgen is gebleven, iets ‘koninklijks’.
Eerherstel voor Tamar
Juda ziet wat Tamar heeft gedaan en begrijpt waartoe zij dat heeft gedaan. Hij aanvaardt haar en aanvaardt ook haar toekomstige kind. Hij beseft dat Tamar hem hiermee een nieuwe toekomst geeft. Hij behandelt Tamar daarom met alle respect die hij haar nog kan geven.
Tamar wordt niet verbrand. Nee: zij mag terugkomen in Juda’s huis en krijgt daarin een ereplaats: zij mag de ‘vrouw des huizes’ worden.
Na dit gebeuren is Juda niet meer met een andere vrouw getrouwd. Hij blijft Tamar eren en respecteren. Juda heeft geen tweede keer gemeenschap met zijn schoondochter gehad (Gen.38:26b). Ook dat is ‘groot’ van Juda.
Twee zonen
Enige tijd later bevalt Tamar van een tweeling: er worden twee zonen geboren die in Enaïm verwekt zijn. Enaïm betekent: twee fonteinen.
Hoe mooi is dit. In de tijd hiervoor zijn twee zonen van Juda gestorven: Er en Onan. En nu krijgt hij door Tamar, de vrouw die hij voor dat vroege sterven verantwoordelijk hield, twee zonen terug: Peres en Zerach. Wat een zegen van God over dit geslacht! Ondanks alle zonden van Juda.
De laatste wordt de eerste
Genesis 38:27 – Toen het nu de tijd was, dat zij baren zou, was er een tweeling in haar schoot. En toen zij baarde, stak er één zijn hand uit, en de vroedvrouw nam die, bond om zijn hand een scharlaken draad en zei: Deze is het eerst gekomen. En toen hij zijn hand weer introk, daar kwam zijn broeder, en zij zei: Hoe krachtig zijt gij doorgebroken, en zij gaf hem de naam Peres. En daarna kwam zijn broeder aan wiens hand de scharlaken draad was, en men noemde hem Zerach.
Wonderlijk! Opnieuw passeert de tweede zoon degene die zich als eerste aandient. Hoe vaak zie je dat niet? De laatste wordt de eerste, en de eerste wordt de laatste. Peres (= wat ben jij krachtig doorgebroken) passeert zijn broer op het allerlaatste moment. Zerach betekent scharlaken, en ook glad.
Door Tamar wordt Juda een ander mens
In deze geschiedenis handelt Juda uit zinnelijke hartstocht en Tamar uit geestelijke hartstocht. Tamar wil een moeder worden in Israël. Met ware hartstocht brengt zij Juda terug in het rechte spoor. Tamar maakt van Juda een ander mens. Deze prachtige vrouw valt haar man Er niet af, zij beklaagt zich niet over haar zwager Onan, en zij nagelt ook haar schoonvader Juda niet aan de schandpaal. Zij laat de ware Juda opstaan. Dat blijkt in de tijd die komt…
Juda gaat terug naar Jakob
Juda keert met Tamar en zijn drie zonen terug naar Jakob. Hij trekt vanuit het laagland op naar het bergland. Hij klimt (in twee werelden) omhoog en komt na al die jaren als een vernieuwd man terug bij zijn familie. Juda kiest ervoor om naar Hebron op te klimmen en daar mee vorm te geven aan broederschap.
In de tijd hierna zal Juda persoonlijk ‘borg’ staan voor zijn jongste broer, Benjamin. Als er hongersnood is en de broers met elkaar naar Egypte moeten gaan, treedt Juda voor de onderkoning van Egypte op als woordvoerder en biedt hij zichzelf aan om slaaf te worden in Egypte als Benjamin maar naar zijn vader terug mag. Juda weet dan nog niet dat hij voor het aangezicht van Jozef staat… Maar hij gedraagt zich dan als een ware Israëliet: koninklijk!
In dezelfde tijd…
Het verhaal van Juda in Genesis 38 loopt parallel met het verhaal van Jozef in Genesis 39 t/m 41. Als Juda terugkomt in Hebron, is Jozef in Egypte al onderkoning. Kort nadat het gezin van Jakob herenigd is in Hebron, breekt er in Kanaän hongersnood uit en moeten de broers naar Egypte om koren te kopen. Daar vinden dan ‘onverwachte’ ontmoetingen plaats… Daarover in volgende bijbelstudies.
Juda wordt de ‘eerstgeborene’
Vele jaren later profeteert Jakob op zijn sterfbed over Juda: van Juda zal de scepter niet meer wijken (Gen.49:10). Daarmee wijst Jakob Juda aan als zijn ‘eerstgeborene’, als degene door wie de Heer zijn belofte aangaande het volk van Israël wil voortzetten.
Ruben, Jakobs oudste zoon, raakt door zijn ‘schanddaad’ het eerstgeboorterecht kwijt: hij slaapt met Bilha, de bijvrouw van zijn vader. De twee zoons die op Ruben volgen - Simeon en Levi - verspelen door hun schandelijke gedrag bij Sichem ook hun rechten: op lafhartige wijze vermoorden zij daar alle (weerloze) mannen. We hebben dat in vorige bijbelstudies gezien.
Juda is de vierde zoon van Jakob, maar wordt de ‘eerste’. Zijn naam betekent lofprijs, hij voor wie de Heer geprezen wordt. Juda wordt een voorvader van de Messias. Uit zijn geslacht komt na een aantal generaties David voort, en uiteindelijk ook Jezus.
Lijn naar Jezus
Die lijn door de geslachten loopt vanuit Juda via Peres, de eerstgeborene van Tamar. Zij is een voormoeder van David en een voormoeder van Jezus. Tamar staat in het geslachtsregister van Jezus. Wat mooi! Door zich in geloof te richten op de beloften van God die voor het geslacht van Jakob (en Juda) gelden, krijgt ze daar deel aan. Ook al komt zij als Kanaänitische vrouw van ‘buiten’.
Tamar is niet de enige vrouw uit de heidenen die in het geslachtsregister van Jezus Christus staat. Eeuwen later mag ook Rachab, een hoer uit Jericho, zich door haar geloof bij Gods volk voegen. Ook zij wordt opgenomen in het geslachtsregister van Jezus. Hetzelfde geldt voor Ruth, de Moabitische. Door haar geloof in de God van Israël komt zij in Betlehem, huwt zij met Boaz en wordt zij de overgrootmoeder van koning David. En dus ook een voormoeder van Jezus.
Deze vrouwen zijn in hun hart ‘prachtvrouwen’. Zij kiezen ervoor opgenomen te worden in het volk waarover God zijn beloften heeft uitgesproken. Eerst behoren Tamar, Rachab en Ruth niet tot Gods volk. Later mogen zij door hun geloof mee vormgeven aan Gods volk. De psalmist zegt: de rechtvaardige zal groeien, bloeien als een palmboom (Ps.92:13). Dat is ook precies de betekenis van de naam ‘Tamar’.
Gods plan gaat door
Wat een geschiedenis! God werkt aan mensen, in mensen, en door mensen heen. Zijn plan gaat door, ook al lijkt de duivel alles overhoop te gooien. Eén rechtgeaarde vrouw te midden van een aantal ontaarde mannen, daar kán God wat mee. Door een minderheid, een ‘rest’, kan een meerderheid benaderd worden en gered. Ook al gaat dat langs de ‘onderste weg’. Dat blijkt in dit verhaal.